Mijn vakantie loopt langzamerhand op zijn einde: vrijdag ga ik mijn studieboeken kopen, waarna ik in het weekend weer mag gaan studeren. Ik kan me alleen maar voorstellen, tot nu toe, hoe gruwelijk moeilijk het gaat worden weer terug te komen in het studieritme. Als er één ding is dat echt luimakend is dan is het wel vakantie, en een vakantie van zes weken zonder werk of college…
On the bright side, ik zie wel een hoop vrienden (die ik dan weer een gelukkig nieuwjaar mag gaan wensen… ik heb nou al zin in hun blikken) en ik kan mijn dagen een stukje nuttiger indelen dan 150 pagina’s per dag in het Rad des Tijds te lezen. Of heel fanatiek aan verhalen schrijven. Of… jullie hebben het idee wel door denk ik.

Maar goed, Wie Is De Mol is er ook nog! Lees door tot de volgende witregel als je geen interesse hebt of iets dergelijks.

Nu de pot op 0 staat en er niemand uit is baal ik ontzettend. Omdat alle moeite van de kandidaten weer gereset is, staat de verdenking ook meteen op nul en kan het alle kanten op. Fanatisme kan uitgelegd worden als ‘maar die wist dat deze opdracht kwam’ en gemol hoeft nu ook totaal niks te betekenen.
Dus wat doe je als je verdenkingen zoekt? Je negeert die opdracht eventjes. Als ik dat doe kom ik uit op Hadewych: Liesbeth staat op 2, Annemarie op 3 en Frits op 4. Frits heeft zich bij de bunkeropdracht iets te fanatiek opgesteld(‘I Am… ja dat ben ik! I Amsterdam!’) en dus vertrouw ik hem wat meer. Maar nogmaals, het kan nog alle kanten op. Ik hoop wel dat bij de komende executie – in een Arabisch land, denk ik… Saoedi-Arabië? – er iemand uitvliegt die ik verdenk.

Dan nog even een gedicht dat ik geschreven heb ter ere van het verlies van Toby. Laat me weten wat jullie ervan vinden, en ik zie jullie volgende week weer.

Kater
Op de kast, daar zat je soms de hele dag
Dan spinde je het hele huis bij elkaar
Dan zat je daar, zichtbaar als een vlag
En kon je alles overzien, daar
Als ik ging lezen, of TV keek
Was geen hindernis voor jou te groot
Je was graag bij me, dat bleek
En – hopla! – daar voelde ik jouw poten op mijn schoot
Kipnuggets? Die lustte je, rauw
Zo graag, dat we je op moesten sluiten
Rook je patat? Oh, daar was je al gauw
Dan stuurden we je soms maar naar buiten
Toen we het hoorden, deed het pijn
Dat je niet zo lang meer had
Ik wist niet dat het zo vlug voorbij kon zijn
In mijn emoties zit momenteel een gat
Momenteel, en dat is best wel gek
Heb ik behoefte aan een glaasje water
Op de kast is een lege plek
En mijn schoot, die heeft een kater
Advertenties