Een goeie schrijver kan 24 uur per dag schrijven. Een goeie schrijver kan dat overal – in een café, in een trein, in de auto, overal. Een goeie schrijver heeft nooit last van writer’s block en gaat altijd als een speer, even sterk als altijd, en heeft altijd een flinke dosis inspiratie.
Ik ben een redelijke schrijver.
Ik heb nooit writer’s block: ik geloof er niet in, en daarvoor mag ik de geweldige schrijver Philip Pullman bedanken met zijn advies. Omdat ik er niet in geloof heb ik het ook nooit: idioot, maar het werkt, in ieder geval voor mij.
Ook kan ik overal wel schrijven. Momenteel schrijf ik dit in de trein – net zoals vele one-shots, oftewel korte verhaaltjes, of hoofdstukken van langere verhalen, veel wordt er in de trein naar Leiden geschreven – maar ik heb ook al wel in een aantal restaurantjes de laptop erbij gepakt. En ik ben wel eens in de bibliotheek van Rotterdam aan het schrijven geslagen.
Maar dat 24 uur per dag kunnen schrijven, en altijd even sterk zijn, dat is nog een heikel punt voor me. Er zijn wel eens momenten dat ik een word-document voor me heb – of Scrivener, want dat prachtige programma gebruik ik voor verhalen met meerdere hoofdstukken, en het werkt perfect – en dat ik gewoon niks van goede kwaliteit op kan schrijven. Dan schrijf ik wel iets op, maar dat lees ik dan later terug en dan blijkt het toch troep te zijn. Meestal zijn dat momenten waarop ik teveel wil.
En tsja, soms gaat het dan zo lekker, zit je inspiratie zo ver boven het gemiddelde, dat je niet meer kan stoppen. En idioot genoeg gebeurt dat bij mij bijna altijd ergens op de grens van avond en nacht. Ik weet zeker dat een aantal van mijn lezers, die ook schrijven, nu knikkend achter de PC zitten, omdat ze dat gevoel herkennen. Dat idee dat je, als je nu je computer afsluit, dat je dan het beste je hele verhaal weg kan gooien. Omdat je nooit meer dat gevoel zal bereiken als dat je die avond/nacht hebt bereikt. Dat idee dat het nu af moet, omdat, als je het morgenochtend weer probeert, het dan troep zal zijn. Omdat je nu precies weet waar je heen moet of wil, en je bang en bijna panisch bent dat je het morgenochtend allemaal kwijt zal zijn.
En dat soort momenten heb ik nou nooit ‘s ochtends of ‘s middags, wanneer ik tijd genoeg heb en mijn bed me niet zachtjes port, en de boodschap fluistert, ‘Kom nou, het is genoeg geweest, ga nou slapen, je bent moe’. (Voor de getrouwde schrijvers onder ons: ‘bed’ is vervangbaar door ‘echtgenoot’/’echtgenote’. Voor de schrijvers van mijn leeftijd, of jonger, die ook thuis wonen en wier ouders langer opblijven dan de mijne: ‘bed’ is ook vervangbaar door ‘vader’/’moeder’/’ouders’)
Zo’n moment komt altijd ‘s avonds, en het is killing voor mijn nachtrust, omdat ik ergens wel heel graag naar bed wil maar weet dat ik gewoon niet kan stoppen. Al weet ik ergens ook wel weer dat die angst irrationeel is, dat ik het morgen ook nog wel zal kunnen, maar dat is moeilijker te accepteren. 
Heeft iemand een remedie tegen dit probleem van een schrijver? Tegen dit ‘first world problem’, maar dan de schrijversversie? Het liefst een remedie die niet inhoudt dat ik niet meer ‘s avonds de laptop erbij moet pakken?

Ik wacht met smart op jullie antwoord. En tot die tijd denk ik dat ik nog even aan het schrijven sla.

Tot de volgende blog!

Advertenties