Ja, het is weer die tijd van de maand het jaar. November, het jaar van NaNoWriMo, wat staat voor National Novel Writing Month. De maand waarin, als je meedoet met de wedstrijd, je 50.000 woorden moet schrijven tussen 1 en 30 november. (Of je kan meedoen met movember en je baard laten staan. Fine by me too, maar niks voor mij) De maand waarin ik race naar het beoogde doel in zo’n enorm tempo dat ik andere schrijvers verbluft achterlaat omdat ik toch wel 2.500 woorden in één uur haal. De maand waarin ik verkondig dat 50.000 voor zoveel mensen lastig is, maar niet voor mij, dat het zo makkelijk is dat ik het vorig jaar twee keer heb gedaan en zelfs dat nog ruim voordat november over was.
Maar dit jaar lijk ik eindelijk een uitdaging gevonden te hebben. En waar zit die? Niet in het aantal woorden, want 2012 heeft aangetoond dat ik ook voor 100.000 in 30 dagen mijn hand niet bepaald omdraai. Nee, dit jaar zit de uitdaging in de lengte van de hoofdstukken.
Eenieder die een lang verhaal van me heeft gelezen of geBèta’d weet dat ik erg kleine hoofdstukjes heb: meestal haal ik rond de 1.600 woorden per hoofdstuk. Heb ik een begin, een midden, en vaak ook een duidelijk eind. Niet per se een cliffhanger, maar wel iets wat aanvoelt als het eind van een hoofdstuk. Dat werkt prachtig zolang ik op internet dingen post, want het internet lijkt ervoor gemaakt. Daar is iets veel sneller langdradig dan in een boek, dus kan je de aandacht makkelijker behouden in korte hoofdstukken. Je hebt per slot van rekening nog die drie mails te lezen, een persoon die je op Skype aanspreekt, en je muziek draait, dus ben je snel weer afgeleid naar iets anders. Maar helaas – ik ben niet van plan om tot het einde der tijden me tot het internet te beperken, ik wil ook eens uitgegeven worden. En in een boek, wanneer je je er echt voor zet om het te lezen zonder andere afleidingen in de vorm van websites, kunnen korte hoofdstukken best irritant zijn. Dus, ik moet oefenen met langere hoofdstukken.
Dit is het vierde jaar dat ik meedoe, en als je het een beetje volgt weet je dat ik elk jaar een outline heb, een idee van wat ik in elk hoofdstuk wil. En daar zit dit jaar de uitdaging – want, van mezelf mag ik dit jaar maar vijftien hoofdstukken schrijven. Een snel rekensommetje vertelt je dan dat 50.000/30 ≈ 3.333 woorden per hoofdstuk. Ongeveer twee keer zo lang als wat ik normaal gesproken uitspook in een hoofdstuk.
En ik moet zeggen, eindelijk is november voor mij eens een uitdaging, want ik zit te worstelen. Niet met de 50.000, want dat haal ik wel, maar met het beoogde doel per hoofdstuk. In mijn outline heb ik niet voldoende rekening gehouden met de hoofdstuklengte, waardoor het veel meer improviseren is om een hoofdstuk te vullen. En, meestal kan ik met de 50.000 wel een verhaal creëren dat een beetje lekker tempo heeft, zonder kul te hebben, door die outline – maar al meer dan eens hier heb ik mijn hoofdstukken met kul moeten vullen om maar die 3.333 te bereiken. Ik wil de hele tijd eerder stoppen, maar dat mag ik niet. Ja, ik heb een uitdaging gevonden. Lastigste NaNoWriMo tot nu toe? Dat zou best wel eens kunnen. 50.000 blijkt soms dus nog moeilijker te zijn dan de 100.000, als je voor jezelf maar een ander doel stelt.
En natuurlijk willen jullie heel graag weten waar ik dit jaar over schrijf. Dit jaar heb ik me een bijzonder origineel en uniek plot eigen gemaakt: ik schrijf namelijk, jawel, een parodie. Alsof het nog niet moeilijk genoeg was leg ik me ook nog eens toe op een genre dat ik totaal niet gewend ben omdat ik meestal een beetje faal in het grappig zijn in verhalen. En waarop dan, vragen jullie je waarschijnlijk af? Op alle trucjes die Wrimo’s(schrijvers die meedoen aan NaNoWriMo) gebruiken om de 50.000 te halen.
NaNoWriMo is geen nieuwe wedstrijd – het draaide al een hele tijd voordat ik besloot mee te doen, en het was er volgens mij zelfs al voordat ik (in 2008) serieus ben gaan schrijven. Dat betekent dus dat de ‘community’ die erachter zit met z’n allen een aantal trucjes heeft bedacht voor die 50.000, een beetje inside jokes soms. Je hebt bijvoorbeeld de Travelling Shovel of Death: die gooi je in je verhaal om er een karakter mee om te brengen, en dat zorgt al gelijk voor een mooi aantal extra woorden. Je kan een Wordcount Dragon adopteren, die groeit naarmate je dichter bij die 50.000 komt. En je kan mr. Ian Woon in je verhaal gooien: zijn naam is een anagram van NaNoWriMo. Je gooit hem in je verhaal, hij zegt wat woorden, en je kan meteen weer door met dat extraatje als je vast zit. Als de wedstrijd voorbij is en je weer na mag denken over je plot kan je hem eruit halen, want dan gaat het niet meer over die 50K en kan je aan kwaliteit denken.
Op dat soort trucjes, en meer, is mijn verhaal een parodie. In mijn (overigens Engelstalige) verhaal is mr. Ian Woon de hoofdpersoon en loopt hij bij een psychiater omdat hij een enorm minderwaardigheidscomplex heeft, want niemand geeft nog om hem, want hij wordt per slot van rekening toch wel steeds uit het verhaal gehaald. In die richting moet je het zoeken. Hij heeft een chauffeur die hem van verhaal naar verhaal vervoert, enzovoorts. Tot nu toe vind ik het niet zo heel erg grappig, maar het is in ieder geval een andere kijk op het schrijven van verhalen, en dat aspect vind ik wel heel leuk om neer te pennen. En, het is een heel origineel plot, want als het al eens door iemand anders is gedaan, dan in ieder geval niet zó. Verder is er een vijand, worden er een aantal termen uit de fictie helemaal door de war gegooid, en krijg je een kijkje ‘achter de schermen’.
Alleen, tsja, die lange hoofdstukken hè. Ik had in mijn outline vijftien hoofdstukken, maar nu heb ik het probleem al dat ik noodgedwongen twee hoofdstukken samen moest voegen, waardoor ik er veertien over heb, waardoor het er niet makkelijker op wordt. Heel interessant is het verhaal op sommige stukken dus niet, en ik heb tot nu toe ook mijn twijfels over de antagonist. (Ik wil bij deze Mafalda, mijn Bèta voor het verhaal, dus ook al vast waarschuwen – verwacht niets hoogstaands xD)

En wat ook niet helpt is dat ik het dit jaar moet combineren met tentamens. In 2010 had ik iets dergelijks met proefwerkweek en dat is toen ook goed gegaan, maar desondanks lastig om, nadat je de hele dag keihard hebt geleerd en de stoom zowat uit je oren komt, ook nog een uurtje te schrijven. Vermoeiend, hoe erg dat ook een luxeprobleem is. Ik had afgelopen donderdag een tentamen(SGZ, dat rotvak waarvan ik het tentamen al drie keer eerder had gemaakt) en dat tentamen heb ik tot mijn opluchting vrij ruim gehaald: vrijdag heb ik weer een tentamen, en ik mag het gaan combineren met normale colleges, het schrijven van een opdracht, naar een beloofde write-in gaan en NaNoWriMo itself natuurlijk. Een druk weekje voor de boeg dus, maar ik hoef me in ieder geval niet te vervelen. Aangezien ik een periode achter de rug heb met maar twee contacturen per week is dit wel even verfrissend. Ik word nu wel weer beziggehouden.

En dat was het denk ik wel weer voor dit blogje. Duim voor me jongens, 50.000 gaat hopelijk dit jaar ook gewoon lukken^^

Advertenties