Archive for juli, 2014


Dode beer

In mijn vorige blog heb ik enthousiast verkondigd dat ik mijn bachelor gehaald heb en nu hopelijk door mag stromen naar mijn master.
Ik ben er inmiddels achter dat dat niet waar is, en mijn bachelor op een bijzonder lullige manier voor mijn neus is weggejat. Ik heb mijn bachelor dus niet gehaald en moet er een semester langer over doen.

Waarom was ik dan toch zo zeker van mijn zaak? Om dat uit te leggen moet ik even ingaan op hoe de tentamens werken. Ik had nog twee herkansingen waar ik niet zeker over was. Eén van die herkansingen was van een vak ontwikkelingspsychologie, het andere tentamen was van een vak biologische psychologie.
Het vak biologische psychologie had ik als eerste gemaakt. Dat was een multiple-choice tentamen en bevatte 75 vragen. Bij elk multiple-choice tentamen krijg je een blaadje mee waar je je antwoorden nogmaals op mag schrijven. Dat blaadje neem je mee naar huis. Na afloop van dat tentamen staat de sleutel online en mag je vergelijken, en zo zelf je tentamen nakijken, en zo zelf kijken hoe je het gedaan hebt. Dat heb ik ook bij dit tentamen gedaan. Van de 75 vragen had ik er 24 fout.
Dat is minder dan 1/3e. Ik heb het omgerekend: als je dezelfde percentages behoudt en dit tentamen 40 vragen had gehad(de meeste tentamens hebben 40 vragen), had ik er 13 fout gehad. Een prachtige score. Een 7 waard. En ze zouden toch niet van me verwachten dat ik meer dan 2/3e goed deed? Nee, dat had ik nog nooit meegemaakt, dat had in mijn drie jaar ervaring als student nog nooit een vak geflikt. Dus, zonder er verder bij na te denken, rekende ik dit tentamen onder ‘gehaald’.
Het vak ontwikkelingspsychologie was het tweede tentamen dat ik had. Dat was een tentamen met open vragen en ik was daar heel onzeker over, omdat het voor een deel ook over neurologische psychologie ging. En dat is nooit mijn sterkste punt geweest.
Vorige week vrijdag stond dan eindelijk de cijferlijst voor dit vak online. Ik hield mijn hart vast. En het was… een 6,5, tot mijn grote opluchting. Vak gehaald. En dat eerste tentamen had ik ook gehaald, toch? Dus had ik mijn bachelor gehaald. Hoera! Oma gebeld, die vertelde het vervolgens door, ouders gebeld, enzovoorts. Wat was ik opgelucht.
Tot afgelopen woensdag toen ik weer een mailtje kreeg over een cijfer, en dat was voor dat eerste vak, dat biologische vak.
Mijn mooie score van 1/3e fout was een 4,5 waard. De normering was zo streng dat ik hier niet eens een nipte onvoldoende uit haalde, nee, hij was keihard. En dus kom ik vijf studiepunten tekort. Dus heb ik mijn bachelor alsnog niet.
Ik heb hierover gemaild maar verwacht geen positief antwoord, of überhaupt een antwoord, want dit vak is in de eerste plaats al niet geweldig geregeld.

Het spijt me, familieleden die nu teleurgesteld zijn, mensen die blij voor me waren. Er baalt niemand harder van dan ik, en ik ben zelf ook behoorlijk kwaad. Maar ik kan er niets aan doen. Ik moet er een half jaartje langer over doen, blijkt maar weer.
En zo blijkt ook maar weer dat je de huid niet moet verkopen voordat de beer geschoten is. Zelfs al ligt die uit zijn buik te bloeden op de grond en staat de jager al met het mes om te villen klaar. Want ja, het zou zomaar kunnen dat die beer een totaal andere definitie heeft van ‘geschoten’ dan jij.

Sorry, allemaal.

Advertenties

Toen ik rond vorig jaar hoorde dat ik aan de Roparun mee mocht doen, wist ik meteen, daar heb je conditie voor nodig. Zelfs al zit je op de fiets en doe je maar 11 kilometer per uur, je bent wel de helft van de dag aan het fietsen en je doet het ook met slaapgebrek.
Dus ben ik begin dit jaar aan de slag gegaan om mijn conditie te verbeteren. En hoe? Ik ben hard gaan lopen. Ik heb een cursus gevolgd in Barendrecht waar ik, met behulp van een schema, een loopgroep en een trainer, uiteindelijk naar de vijf kilometer werkte. Klein begonnen, en zo steeds verder toegenomen, tot 29 maart, toen we daadwerkelijk ook die loop deden van vijf kilometer en ik hem heb gehaald. Dat was gelijk ook een afsluiter van de training, en daarna heb ik zelf mijn best gedaan om mijn conditie en hardloopniveau op peil te houden.
De Roparun is nu voorbij, ik heb de afstand fietsend prachtig afgelegd, maar het voelt verkeerd om het hardlopen direct te laten vallen. Het is leuk om te doen, en daarnaast is het ook prettig om een goede conditie te hebben, toch? Dus ben ik nu aan de slag met een trainingsschema dat me hopelijk in staat stelt om aan het eind ervan, een uur non-stop hard te kunnen lopen.
Maar goed, terug naar die vijf kilometerloop die mijn training afsloot. Ik heb die destijds in 31 minuten en 29 seconden afgelegd, wat op zich geen verkeerde tijd was voor een beginner. Ik was maar wat blij dat ik de afstand af had gelegd: ik kon het, en nu kon ik verder. Maar na afloop kreeg ik commentaar van één van die trainers, en dat is een beetje onder mijn huid gaan zitten.
Wat ik me namelijk nog herinner van mijn finish, is dat ik, een meter of twintig van de finish, twee mensen voor me had die net iets langzamer liepen. De trainer in kwestie was de commentator van de wedstrijd, en had mijn naam opgevangen, en zei dus ‘daar is Alexander. En Alexander wil er volgens mij wel langs.’ Dat liet ik natuurlijk niet op me zitten, dus heb ik toen een eindsprint van jewelste getrokken, en ik ging er inderdaad langs, finishte net iets voor die twee mensen.
Die trainer kwam dus na afloop langs, en zei tegen me, ‘je had een prachtige eindsprint getrokken. Je ging loeihard. Maar de meeste mensen die zo’n harde eindsprint trekken hebben niet alles gegeven tijdens de loop ervóór. Volgens mij had je harder gekund en had je sneller kunnen finishen.’
En natuurlijk vergeet je zoiets niet zomaar. Ik wilde die tijd verbeteren, vijf kilometer sneller kunnen lopen. Maar ja, wat voor gelegenheid heb je om vijf kilometer te lopen en te kijken naar je tijd?
Enter de KiKa-run. Een run van één kilometer(voor de kids), tien kilometer(voor de die-hards) of vijf kilometer(voor onder andere ondergetekende). Je kan lopers sponsoren: als ze het beoogde aantal kilometers lopen, dan gaat het geld naar kinderkanker en het onderzoek daartegen. Elke loper heeft een pagina waarop staat hoeveel hij of zij heeft opgebracht. Mijn pagina is hier te vinden. En nee, helaas heb ik niets opgebracht voor het onderzoek, jammer genoeg: ik heb zelf ook niet voldoende gezocht naar sponsors. Ik hoop iets dergelijks nog in de toekomst te kunnen doen. (Overigens, je kan me nog steeds sponsoren ook al heb ik de loop gedaan, dus voel je vooral vrij!) Het initiatief is wel prachtig en ik heb bij de loop ook ontroerende verhalen gehoord van kinderen die zelf kanker hadden, en ik vind het jammer dat ik daar niet aan bij heb gedragen door sponsors te vinden.
Maar goed, weer even terug naar de loop zelf. Ik had mezelf voorgenomen, ik ga dit keer onder die 31.23 zitten en gewoon zo snel mogelijk lopen. Ik wil zo hard mogelijk lopen, om maar onder die tijd te komen.
Ik kan je vertellen, dat was best wel zwaar. Ik begon net iets te hard, maar bleef wel gewoon harder lopen dan normaal, de hele vijf kilometer lang(wat overigens wel een pestend is!). De mensen aan de kant waren zoals altijd een mooie aanmoediging, datgene wat altijd de extra stimulans is om maar harder te lopen en het af te maken.
En ergens, redelijk dicht bij de finish, keek ik op het horloge om mijn pols. 28 minuten. Gevaarlijk dicht bij de dertig.
En daar sprong mijn verstand op nul. Ik had me één ding voorgenomen: dat getal voor de minuten, dat zou geen dertig worden. Ik zou het geen dertig laten worden. Ik ben nóg harder gaan lopen voor de eindsprint. En de eindsprint was niet zo geweldig als de eerste keer, maar hij was er wel. Ik moest en ik zou onder de dertig komen.
29.30. Alsof ik het zo gepland had, prachtig rond. 29 en een halve minuut. Onder de dertig toen ik eenmaal aankwam. Wat was ik trots en opgelucht en blij en vooral heel erg uitgeput. Alles gegeven dit keer, en ik voelde me ook een stuk tevredener over wat ik gedaan had.
En nu is het natuurlijk zaak om daaronder te komen voor de volgende loop. Als ik eenmaal mijn vermogen om een uur lang hard te lopen heb getraind ben ik ook zeker van plan aan mijn snelheid te werken. Hoe? Geen idee. Maar het is te leuk om beter te worden, om nu te stoppen.
Dus overweeg ik nu stiekem wel een beetje om mijn tagline te veranderen van ‘blogs van een schrijvende student’ naar ‘blogs van een schrijvende, hardlopende student’. Of wellicht naar de titel van deze blog, want een student ben ik momenteel niet.
Want ik heb namelijk mijn scriptie af(en heb daar een 7 voor) en heb ook voldoende studiepunten om door te gaan naar de masteropleiding! Ik geniet nu van de vakantie, dus heb ik tijd genoeg om aan mijn hardloopkunsten te werken.
Hoe dan ook, wat vinden jullie? Tagline hetzelfde houden, of toch veranderen? En zo ja, waarnaar?

En ik sluit graag af met een aantal nummers waarop ik zelf graag hardloop. Ik hou vooral van energieke, harde rocknummers als ik aan het hardlopen ben. Dit zijn er een aantal:

https://www.youtube.com/watch?v=wkzRHxd_4ZE I’m The Worlds Greatest van R. Kelly: de ultieme ego-trip, lekker hard en opzwepend, heerlijk om naar te luisteren als je aan het rennen bent.
https://www.youtube.com/watch?v=dA0veYdqB6c De theme-song van The Avengers. Wordt alles niet geweldig als je tegelijkertijd hiernaar luistert?
https://www.youtube.com/watch?v=nx4x1-5V01g Later Als Ik Groter Ben van BLØF. Groot fan van BLØF, en dit is één van hun meest harde rocknummers. Erg prettig om op te lopen.
https://www.youtube.com/watch?v=u1jawQgwi7Q So Glad You Made It van Kane. Hiervan barst ik gewoon los van energie. Je moet even vergeten dat dit de themesong van de Achmea Kennisquiz was, maar dan lukt het wel, denk ik.

Ik spreek jullie de volgende blog weer! Die al dan niet over hardlopen gaat =P