Archive for november, 2014


NaNoReflectieMo

Hoewel ik er dit jaar geen blog aan voorafgaand heb geplaatst, heb ik ook dit jaar meegedaan aan NaNoWriMo! Dus daar gaat dit blogje met name over. Ik ga niet in op wat NaNo precies is, dat heb ik de vorige jaren al gedaan, je kan evt dit blogje teruglezen als je meer wilt weten. Wat ik in dit blogje wil doen is delen wat ik denk dat ik van de ervaring heb geleerd, want volgens mij is dat aardig wat.

Dit jaar had ik mezelf voorgenomen dat ik weer de 100K ging halen. Ik ben een heel snelle schrijver, 50K op zich is voor mij nooit moeilijk geweest. Wat wel lastig voor me is geweest, is dat ik zelden een lang verhaal heb geschreven – het langste dat ik ooit heb gehaald is een verhaal van 75K dat uiteindelijk, na stevig aanpassen, 83K aan woorden werd.
Ik ga elk verhaal in met de vraag, ‘wat kan ik hiervan leren?’. Ik wilde met het verhaal dat ik hier voor ogen had, leren hoe ik langere verhalen schreef. Mijn doel was om de 100K te halen met één verhaal – want dat ging ver voorbij wat ik normaal gesproken deed. Ik was, en ben, het gewend om dingen in korte hoofdstukken op te schrijven, in verhalen rond de 50K. Ik heb vorig jaar bewezen dat ik hoofdstukken van rond de 3.000 woorden kon hebben binnen de 50K. Dit was een poging voor mij om mijn horizon wat te verleggen en te kijken of ik datzelfde kon binnen de 100K.

Helaas, hoewel ik de 100K heb gehaald, vind ik niet dat ik mijn persoonlijke uitdaging gehaald heb, ik vind niet dat ik geleerd heb hoe ik langere verhalen schrijf. En dat heeft twee redenen.

Reden één heeft ermee te maken dat ik elke NaNo een outline schrijf. Ik zeg altijd, ik denk daarin na zodat ik niet tijdens het schrijven na hoef te denken. Op die manier schrijf ik sneller tijdens het schrijven zelf, omdat ik niet alles hoef te bedenken, het staat al voor me klaar.
Het probleem dat ik hierbij had, was dat ik niet zoveel tijd aan de outline had besteed als dat ik zou moeten. Mijn outline telde 27 hoofdstukken: reken maar uit, 100.000 delen door 27 komt ongeveer uit op 3.704 woorden. Dat was dan ook het minimum – meer hoofdstukken kreeg ik niet uit het verhaal, dus moesten mijn hoofdstukken gemiddeld dat aantal bevatten.
Probleem is dat ik nog steeds outline alsof mijn hoofdstukken rond de 2.000 woorden zijn, want dat was ik vroeger gewend. Wat vreselijk lastig is, want dan heb je dus 1.704 woorden die er ook nog bij moeten om die 100K maar te halen. En één keer is uiteraard niet erg, maar als het blijft gebeuren kom je niet op je doel, dus moet je dingen gaan verzinnen.
Daardoor heb ik echt zoveel mogelijk kul op moeten gaan schrijven, op een gegeven moment, om maar ervoor te zorgden dat het 100K werd. En sommige kul is goeie kul – ik heb op een gegeven moment de stad in mijn fantasywereld een vervoermiddel gegeven dat ongeveer vergelijkbaar is met een metro, en dat werd heel nuttig voor mijn verhaal en was niet gebeurd als ik mezelf daar niet de ruimte voor had gegeven – maar de meerderheid is gewoon niets minder dan kul.
Bovendien ben ik er ook achter gekomen dat 3.704 woorden per hoofdstuk gewoon teveel is. Mijn outline had meer hoofdstukken moeten hebben zodat ik minder per hoofdstuk hoefde te hebben.
Wat ik hiervan kan leren, is dus dat ik mijn outline-vaardigheden aan moet gaan passen zodat ik langere hoofdstukken ermee kan schrijven. Ik moet dit oefenen.

Reden twee komt omdat ik het gewoon gewend ben om kortere verhalen te schrijven. Ik heb me voor dit verhaal beperkt tot één perspectief, alles vanuit zijn oogpunt beschrijvend, en dat zorgde ervoor dat ik bepaalde dingen ook niet op kon schrijven. Een karakter die buiten het perspectief van mijn hoofdfiguur om dingen deed, aan zichzelf begon te twijfelen – nee, dat kon ik niet opschrijven, ik had maar één perspectief en daar moest ik me aan houden. Dat was niet eens heel moeilijk – ik heb me vaker tot maar één perspectief beperkt – maar beperkte me wel heel erg in mijn mogelijkheden.
En ik heb mezelf af zitten vragen, waarom ben ik nu zo streng geworden in perspectief, voor mezelf? Ik heb vaker dingen met meerdere perspectieven geschreven die ik ook gewoon aankan, dat heb ik wel bewezen. Waarom ben ik zo bang om aan perspectiefwisselingen te doen? Komt regelmatig in fantasy voor, en dat is wel het genre waarin ik het liefst schrijf.
Het is een mooi doel voor een volgende NaNo, misschien die van vorig jaar – een verhaal schrijven vanuit meerdere perspectieven en daar de 100K mee halen. Veel simpeler, veel makkelijker ook, je hebt veel minder verhaal nodig voor dat woordenaantal en kan het tegelijkertijd toch boeiend houden. Ik denk dat ik momenteel gewoon niet de vaardigheden heb om 100.000 woorden te schrijven vanuit één perspectief en die alle 100K interessant te houden. 50K, prima, maar dit is niet waar ik goed in ben.
Nog niet.

Mijn doel is nog altijd om uitgegeven te worden met een Nederlandstalig fantasyboek en Nederlandse fantasy op die manier ‘cool’ te maken. Dit soort vragen die ik aan mezelf stel, en manieren waarop ik mezelf probeer te laten leren, zijn voor mij manieren om beter te worden als schrijver. En hopelijk uitgegeven te worden.

Nog iets dat ik geleerd heb, trouwens, aan deze NaNo, is wel positief – ik ben nog sneller gaan schrijven.
Even wat achtergrondinformatie – ik zeg altijd, ‘als ik 2.000 woorden in een uur haal heb ik m’n dag niet’. Als ik 2.000 woorden in een uur haal gedurende NaNoWriMo moet ik naar het ziekenhuis want dan ben ik héél erg ziek. Het gemiddelde is dan ook normaal gesproken zo rond de 2.500 woorden per uur.
Maar, grappig genoeg, deze november raakte ik steeds vrij consistent de 3.000 tot op het punt dat het ongeveer m’n gemiddelde werd. Ik ben twee keer zelfs, tot mijn eigen stomme verbazing, over de 3.500 woorden gegaan – iets wat ik nog nooit eerder had gehaald. (Record tot nu toe: 3.658 woorden in een uur) Hoe komt dat? Schrijf ik altijd al sneller maar merk ik het nu pas op? Of komt het omdat ik nu door het jaar heen, ook buiten November, mezelf blijf stimuleren om te blijven schrijven? Eerlijk gezegd heb ik geen idee.

Maar, hoe gaat het nu met de andere NaNoërs hier?

Advertenties

Kort blogje vandaag maar ik had nog iets beloofd in het verleden. Ik had, om precies te zijn, beloofd wanneer de volgende retreat in Amerika open zou gaan.

Plottwist, plottwist: hij is al open! En nog leuker, er is dit jaar geen limiet! Iedereen kan mee als ze het willen. En alsof dat nog niet genoeg was, het is op een cruise-schip. Jawel, je krijgt colleges over schrijven op een cruise-schip.

Wel één nadeeltje: ik ga ook mee, dus je zult me moeten tolereren als je daar ook wilt zijn. Maar dat is maar een klein verschilletje neem ik aan, toch?

Schrijf je wel zo snel mogelijk in, want hoe langer je wacht, des te hoger wordt de prijs. Maar ik kan jullie garanderen, het is zeer zeker de moeite waard, dus ga!

Waarom heb ik zo vreselijk lang gewacht om over de beste week die ik mee had kunnen maken, te bloggen? Het antwoord is simpel maar ironisch – het kost me erg veel moeite om iets op papier te zetten dat zelfs maar weerspiegelt hoe geweldig de week is geweest. Want ja, ik heb een geweldige week gehad. Een hoogtepunt van het jaar, zo niet het hoogtepunt, ondanks waar ik bang voor was.
Zullen we het maar gewoon proberen, nu, een maand later? Goed *haalt diep adem* We gaan bij het belangrijkste beginnen.
WXR gang

Deze vier schrijvers zijn de mensen die ik heb bezocht in Amerika. Ik ga er niet gedetailleerd op in; daarvoor kan je deze blog teruglezen. Wel zal ik even kort zeggen wie wie is, als je dat wilt weten: links staat Brandon Sanderson, daarnaast Dan Wells, daarnaast Mary Robinette Kowal en Howard Tayler staat helemaal rechts.

Laat ik beginnen bij de reis. Er gebeurt bij mij namelijk iets heel grappigs als ik een vliegtuig stap. Ik heb namelijk absoluut geen last van vliegangst(gelukkig): sterker nog, mijn angst houdt op zodra ik in het vliegtuig ben.
Wat er namelijk vóór de vlucht gebeurde, die keer en waarschijnlijk elke keer als ik zelf een vlucht organiseer, is dat ik me vreselijk zorgen maakte over of ik wel echt alles bij me had. Of ik alles in had gepakt, geen domme dingen was vergeten, of mijn bagage wel goed terecht zou komen en of die niet te zwaar was… en als ik me daar geen zorgen over maakte, dan was mijn grote zorg wel hoe het daar was. Het waren vier mensen die ik op een enorm voetstuk had staan, zouden ze me wel aardig vinden? Zou ik wel bij de groep passen, als enige niet-native speaker?
Dat alles verdwijnt zodra ik in het vliegtuig stap. Dan blijft mijn angst achter en kijk ik naar beneden naar een prachtige wolkendeken. Het opstijgen is een vreselijk irritante ervaring, maar zodra ik dan in de lucht ben is er niets meer aan. Dan wordt de week ineens leuk en dan vraag ik me af waar ik me eigenlijk zorgen over maakte.

Want ik heb me nergens zorgen over hoeven te maken. Ik kwam helemaal uitgeput uiteindelijk aan in het hotel(werd opgepikt door de vrouw van Dan Wells; zij kwam erachter dat ik Duits sprak en aangezien zij een paar jaar in Duitsland had gewoond hebben we aardig wat Duits gewisseld). Daar kwam ik de rest van de groep tegen, die me gelijk – maar kort – met open armen ontving en het daarna heel goed begrepen dat ik naar bed ging. (Zes uur tijdsverschil. Het was, behoorlijk letterlijk, een lange dag)

En daarna begon het pas echt. Ik zal niet ingaan op de specifieke schrijftechnieken die ik geleerd heb(al mag je me natuurlijk altijd om meer info vragen als je nieuwsgierig bent): waar ik wel op in zal gaan, zijn de dingen die ik door heb gemaakt als fan. Want natuurlijk, ik kom daar om te leren hoe ik beter kan schrijven, en dat het vier schrijvers zijn die ik op een voetstuk heb staan is maar een bonus – maar het is wel een prachtige kers op de taart.

Allereerst, deze foto…

Me & FIREFIGHT!

Ik sta daar op de foto met een boek van Brandon Sanderson. No big deal, toch? Nee, totdat je weet dat dit boek op 5 januari 2015 uitkomt. En daar lag het toevallig te slingeren. Ik was niet eens van plan om het te lezen, ik had zoiets van, dat mag niet – dus ik sprak Brandon Sanderson erop aan, pas op met dat boek, wie weet wie het gaat lezen, en zijn antwoord? ‘Je mag het best lezen, hoor, hou het gewoon hier op de campus, dan is er geen probleem’.
Als fanboy weet je dan wel hoe laat het is. Natuurlijk, ik heb dat boek opengeslagen en stukgelezen zodra ik de kans had. Voor eenieder die benieuwd is hoe het vervolg van Steelheart is – ik heb beloofd niets te delen over de inhoud, maar wat ik wel kan zeggen is dat ik het een zalig boek heb gevonden.

Recording WX sesson 3

Eén van mijn favoriete onderdelen van de week, was het luisteren naar de podcast. Deze vier schrijvers organiseren gezamenlijk een podcast genaamd Writing Excuses – daar was deze retreat ook van – en daar hebben ze ook een aantal podcasts opgenomen. En daar zit je zelf dus bij, je zit gewoon te luisteren en te kijken naar hoe ze zelf de podcast opnemen. Je hoort het gesprek van tevoren, ‘wat gaan we bespreken’ ‘wat heb jij te vertellen’ ‘wat wordt onze schrijfprompt voor vandaag’. En drie afleveringen van degenen die ze op hebben genomen, waren Q&A’s: de leerlingen stelden de Qs, zij gaven de As. En ja, de vragen werden ook opgenomen, en ja, ik heb ook twee keer een vraag gesteld. Mocht je naar de podcast luisteren, ooit zal je mijn stem horen. (Ik ben de enige met een buitenlands accent 😉 )

Croquet LARP 2
(Met dank aan Sunil Patel, een andere leerling daar – dit is niet mijn foto)

Croquet LARP. Oh help, hoe ga ik dat beschrijven. Het was zeg maar cricket(wat ik ook nooit heb gespeeld) behalve dat iedereen een eigen klasse had en daardoor bepaalde dingen kon doen. Ik weet de details echt niet meer en bovendien gaat dat niet tof klinken op papier. Wat ik alleen maar kan zeggen, is dat je erbij had moeten zijn. Het was geweldig en de regels die er waren bleken na een tijdje wel heel flexibel. Elk team had zijn eigen motto; ik zat in Team Pie(op de foto), ook was er Team Cake. Het motto van Team Cake? The Cake Will Rise. Het motto van Team Pie? What is dead may never pie. En raad eens wie dat motto had bedacht? Hihi. (Waarschijnlijk niet grappig als je geen GoT kijkt)

Pie-chart10KAllStars
(Beide foto’s zijn, opnieuw, van Sunil Patel)

Deze twee lijsten illustreren eigenlijk hoe sterk het gericht was op schrijvers, zodat je zoveel mogelijk en zo goed mogelijk je woorden produceerde. Ik zal eerst de linkerlijst uitleggen.
’s Avonds was het toetje altijd pie, taart dus. Alleen, je moest je toetje verdienen door minimaal 314 woorden per dag te schrijven. (Pi = 3.1415…) Had je dat aantal niet gehaald, dan kreeg je dus geen toetje.
Schreef je op één dag 3142 woorden, en je deed dat vóór zaterdag, dan mocht je op zaterdag uitkiezen welke pie ze gingen maken. Ja, ik sta op de linkerlijst, en ja, ik heb uitgekozen – ik koos voor lactosevrije appeltaart. Ze hebben het druk gehad zaterdag. Maar de taart die ik nam was heerlijk.
De titel van de rechterlijst legt al een deel uit van haar bedoeling. Twee leerlingen kregen het idee, zullen we proberen om 10.000 in één dag te halen? Ja joh, waarom niet. Daar kregen een aantal andere leerlingen lucht van. En vervolgens ook Mary Robinette Kowal, de enige dame van de instructeurs – en die had meteen een mooie beloning. Als je 10.000 woorden in een periode van 24 uur wist te schrijven, dan kreeg je een outline van één van haar verhalen gemaild: Of Noble Family, of Ghost Talkers. En ja, ik sta ook op de rechterlijst. Handig om het zo van ‘achter de schermen’ te bekijken, want ik heb de outline gelezen en het is erg leerzaam.

And Alexander was never seen again
(Dankjewel, Sunil)

Rock City is een toeristenattractie in de buurt van Chattanooga, echt tegen de grens aan. Daar zijn een aantal vrijwilligers ook heen geweest en ook daar was het geweldig, een mooie afleiding van het schrijven. Plus, drie van de vier instructeurs waren er ook bij. Op zo’n moment heb je gewoon even een heel groot ‘ik hou van mijn leven’-moment; omdat je ineens beseft met wie je naar die attractie gaat. Het is zeg maar een rotsenformatie, uitgehouwen voor toeristen. Er zijn allerlei winkeltjes te vinden en er is een (overigens onbedoeld doodenge) soort Sprookjesbos te vinden waar er allerlei Amerikaanse, maar ook internationale sprookjes staan afgebeeld. Met tuinkabouters. Die je overigens overal zag, dat was vast een grapje van de organisators.

Reading of A Night of Blacker Darkness
(Sunil. Jep, alweer)

Dan Wells was bezig om één van zijn boeken, A Night of Blacker Darkness, in een theaterproductie om te zetten, met hulp van zijn zus. Hij was bezig om zijn verhaal om te zetten in een script voor theater. En uiteraard had hij daar een aantal mensen bij nodig, om uit te testen of het daadwerkelijk zo leuk was als dat op papier stond. Er waren een aantal karakters, en die werden rondgedeeld aan de verschillende mensen die zich aangeboden hadden. Eén van de karakters was Gustav, iemand met een Slavisch accent; Dan vroeg dus ook, ik zoek iemand met een Slavisch accent. Mijn antwoord was ‘ik heb een accent?’. Op de één of andere manier werkte dat; ik sta ergens op zijn site in de eerste lezing van het script als Gustav. Het was erg leuk.
Op de foto staan trouwens Gama Martinez, Martin Cahill & Sara Glassman, drie andere leerlingen, elk met hun eigen rol. Dan Wells is degene helemaal links. Martin was de hoofdrolspeler.

Mary at workBrandon at workDan at workHoward at work
(Deze foto’s zijn van… mezelf. Bedankt, mezelf)

Natuurlijk zijn de instructeurs zelf ook schrijvers en hebben die zo ook hun eigen verhalen te schrijven en hun eigen dingen te doen, als ze ons niet aan het lesgeven waren(of taarten aan het klaarmaken!). Ik had voor mezelf de missie aangenomen om een foto te krijgen van allevier de schrijvers, elk druk aan het werk. En het is me gelukt, zoals je ziet! (Van links naar rechts: Mary, Brandon, Dan & Howard)
De week was in twee delen opgedeeld; het eerste deel was les krijgen, het tweede deel was zelf schrijven en toepassen wat je geleerd hebt. Vooral tijdens het tweede deel was het echt duidelijk hoe goed we er konden schrijven.
Het allerbeste daaraan was namelijk dat er twee huizen waren. En het mooie, beide huizen hadden WiFi, maar er was maar één huis waarvan we het WiFi-wachtwoord hadden. Het andere wachtwoord werd van ons verborgen gehouden. Dus, stel, je bent research aan het doen voor je verhaal en moet daarvoor op internet zijn? Je gaat naar huis één en daar doe je je ding, je doet je research. Maar dan ben je klaar en besef je ineens, je zit geen research meer te doen, je zit op Reddit. Wat doe je? Heel simpel, je pakt je boeltje en je gaat naar het andere huis. Afleiding weg en je kunt weer aan het werk. Dat was echt geniaal gevonden.

Ik heb nog veel meer meegemaakt dan dit. Ik heb gedanst met Mary Robinette Kowal die me vlug een makkelijke wals leerde, om iets uit haar verhaal te illusteren, ik heb twee bordspellen gespeeld met een groep waar Dan Wells bij zat(en allebei overigens gewonnen!), ik heb Howard Tayler in zijn pyjama’s mogen spotten en ik heb geluisterd naar wat Brandon allemaal te vertellen had over uitgevers. Er waren twee honden; Buster, een volwassen hond, en Xiaochi(als ik dat goed spel), een puppy, waar ik ook eindeloos over door kan gaan. Maar ergens moet je een keer stoppen en dit is voldoende. (Als je meer over de puppy wilt lezen – het beest heeft een eigen blog en hier kan je zijn perspectief lezen)
Uiteindelijk was de vlucht naar huis het lastigste. Aan de ene kant duurde de week lang omdat ik zoveel had gedaan. Aan de andere kant had ik nog veel meer tijd gewild met deze mensen. Niet alleen de instructeurs, ook de leerlingen en ook het huis. Ik mis Kara’s enthousiasme, de gesprekken in het Duits met Dawn, de gesprekken met Mary’s vader(de meest nieuwsgierige man die je je voor kan stellen) en met Mary’s moeder(de retreat was bij hen thuis georganiseerd), de heerlijke kookkunst van Jason Gruber… maar het houdt een keer op. Natuurlijk, de eerste keer weer gewoon Nederlands horen is leuk, en natuurlijk, het is leuk om eindelijk na een lange reis je laatste vlucht naar huis te kunnen pakken…
2014-10-07 08.09.05

…maar uiteindelijk is het, als je eenmaal weer thuiskomt en je door je ouders wordt opgepikt, ergens toch wel flink balen dat het voorbij is en wil je terug.

Ik wil toch afsluiten met een schrijftip, de beste schrijftip die ik in Amerika heb gekregen. Grappig genoeg kreeg ik die niet in een college, maar in een 1-op-1-sessie. Woensdag kregen we allemaal 15 minuten met een instructeur naar keuze en mijn instructeur was Brandon. Ik heb hem een aantal vragen gesteld, maar ben met mijn belangrijkste geopend.
Want zie je, sinds ongeveer een jaar geleden is het schrijven voor mij niet meer zo makkelijk gegaan als eerst. Moest ik worstelen om woorden neer te pennen, want ik vond dat ik troep schreef en er niets aan kon doen. Terwijl ik daarvoor ook troep schreef, maar mezelf destijds geweldig vond, geen idee had van de kwaliteit van wat ik neerpende. Ik wist dat Brandon hetzelfde had gehad; het schrijven was eerst makkelijk, en daarna een stuk lastiger, dat wist ik door de podcast. Maar nu is hij een uitgegeven – en zeer actieve – schrijver. Dus mijn vraag was ook, hoe ben jij er doorheen gekomen toen, toen het schrijven niet meer makkelijk was en je een idee had wat voor troep je neerpende?
Zijn antwoord was(en ik citeer niet letterlijk maar uit geheugen): “Ik moest beseffen dat ik dol was op schrijven. Ik moest door hebben dat als ik vijftig zou worden en mijn hele leven slechte verhalen had geschreven en nooit uit was gegeven, dat ik dan nog steeds tevreden zou zijn met mijn leven, want ik had een leven lang geschreven. Wat er precies gebeurde bij mij – en ook bij jou nu – was dat mijn leesniveau eindelijk mijn schrijfniveau inhaalde en ik besefte wat de kwaliteit van mijn werk was. Ik moest beseffen dat ik moest leren, dat het niet uitmaakte of ik slechte verhalen schreef, want het schrijven van een verhaal is zijn eigen beloning.
Je bent 22, toch? Laten we eens zeggen dat jij eerder uitgegeven wilt worden dan ik. Ik was 27 toen mijn eerste boek gekocht werd door een redacteur, 30 toen die werd gepubliceerd(Elantris). Dat betekent dus dat je vijf jaar hebt om me in te halen. Vijf jaar waarin je je schrijfniveau kunt verbeteren. Meer dan genoeg tijd. Dus schrijf en maak jezelf beter. En al doe je het niet, je schrijft, is dat in principe niet al super genoeg?”

Ik ben het roerend met hem eens. Want zelfs al word ik niet uitgegeven, zelfs al komen mijn ambities niet goed terecht, ik doe een goede studie en ik zou het toch ook niet erg vinden om ontwikkelingspsycholoog te worden. En die woorden moest ik vreselijk graag horen.
Het schrijven is niet makkelijk, nog steeds niet, maar nu begrijp ik waarom en nu kan ik er ook doorheen komen. En, net zoals elk ander advies dat ik daar heb gekregen, is dit me bijgebleven, hopelijk voor de rest van mijn leven.
Amerika is geen eind, maar een begin, en nu kan ik dat gebruiken om zelf meer te leren. Kan ik het gebruiken voor mijn eigen carrière, mijn eigen ambities.

En dat is denk ik wel het allermooiste aan mijn reis over de oceaan.