Category: Hobby’s – schrijven


NaNoReflectieMo

Hoewel ik er dit jaar geen blog aan voorafgaand heb geplaatst, heb ik ook dit jaar meegedaan aan NaNoWriMo! Dus daar gaat dit blogje met name over. Ik ga niet in op wat NaNo precies is, dat heb ik de vorige jaren al gedaan, je kan evt dit blogje teruglezen als je meer wilt weten. Wat ik in dit blogje wil doen is delen wat ik denk dat ik van de ervaring heb geleerd, want volgens mij is dat aardig wat.

Dit jaar had ik mezelf voorgenomen dat ik weer de 100K ging halen. Ik ben een heel snelle schrijver, 50K op zich is voor mij nooit moeilijk geweest. Wat wel lastig voor me is geweest, is dat ik zelden een lang verhaal heb geschreven – het langste dat ik ooit heb gehaald is een verhaal van 75K dat uiteindelijk, na stevig aanpassen, 83K aan woorden werd.
Ik ga elk verhaal in met de vraag, ‘wat kan ik hiervan leren?’. Ik wilde met het verhaal dat ik hier voor ogen had, leren hoe ik langere verhalen schreef. Mijn doel was om de 100K te halen met één verhaal – want dat ging ver voorbij wat ik normaal gesproken deed. Ik was, en ben, het gewend om dingen in korte hoofdstukken op te schrijven, in verhalen rond de 50K. Ik heb vorig jaar bewezen dat ik hoofdstukken van rond de 3.000 woorden kon hebben binnen de 50K. Dit was een poging voor mij om mijn horizon wat te verleggen en te kijken of ik datzelfde kon binnen de 100K.

Helaas, hoewel ik de 100K heb gehaald, vind ik niet dat ik mijn persoonlijke uitdaging gehaald heb, ik vind niet dat ik geleerd heb hoe ik langere verhalen schrijf. En dat heeft twee redenen.

Reden één heeft ermee te maken dat ik elke NaNo een outline schrijf. Ik zeg altijd, ik denk daarin na zodat ik niet tijdens het schrijven na hoef te denken. Op die manier schrijf ik sneller tijdens het schrijven zelf, omdat ik niet alles hoef te bedenken, het staat al voor me klaar.
Het probleem dat ik hierbij had, was dat ik niet zoveel tijd aan de outline had besteed als dat ik zou moeten. Mijn outline telde 27 hoofdstukken: reken maar uit, 100.000 delen door 27 komt ongeveer uit op 3.704 woorden. Dat was dan ook het minimum – meer hoofdstukken kreeg ik niet uit het verhaal, dus moesten mijn hoofdstukken gemiddeld dat aantal bevatten.
Probleem is dat ik nog steeds outline alsof mijn hoofdstukken rond de 2.000 woorden zijn, want dat was ik vroeger gewend. Wat vreselijk lastig is, want dan heb je dus 1.704 woorden die er ook nog bij moeten om die 100K maar te halen. En één keer is uiteraard niet erg, maar als het blijft gebeuren kom je niet op je doel, dus moet je dingen gaan verzinnen.
Daardoor heb ik echt zoveel mogelijk kul op moeten gaan schrijven, op een gegeven moment, om maar ervoor te zorgden dat het 100K werd. En sommige kul is goeie kul – ik heb op een gegeven moment de stad in mijn fantasywereld een vervoermiddel gegeven dat ongeveer vergelijkbaar is met een metro, en dat werd heel nuttig voor mijn verhaal en was niet gebeurd als ik mezelf daar niet de ruimte voor had gegeven – maar de meerderheid is gewoon niets minder dan kul.
Bovendien ben ik er ook achter gekomen dat 3.704 woorden per hoofdstuk gewoon teveel is. Mijn outline had meer hoofdstukken moeten hebben zodat ik minder per hoofdstuk hoefde te hebben.
Wat ik hiervan kan leren, is dus dat ik mijn outline-vaardigheden aan moet gaan passen zodat ik langere hoofdstukken ermee kan schrijven. Ik moet dit oefenen.

Reden twee komt omdat ik het gewoon gewend ben om kortere verhalen te schrijven. Ik heb me voor dit verhaal beperkt tot één perspectief, alles vanuit zijn oogpunt beschrijvend, en dat zorgde ervoor dat ik bepaalde dingen ook niet op kon schrijven. Een karakter die buiten het perspectief van mijn hoofdfiguur om dingen deed, aan zichzelf begon te twijfelen – nee, dat kon ik niet opschrijven, ik had maar één perspectief en daar moest ik me aan houden. Dat was niet eens heel moeilijk – ik heb me vaker tot maar één perspectief beperkt – maar beperkte me wel heel erg in mijn mogelijkheden.
En ik heb mezelf af zitten vragen, waarom ben ik nu zo streng geworden in perspectief, voor mezelf? Ik heb vaker dingen met meerdere perspectieven geschreven die ik ook gewoon aankan, dat heb ik wel bewezen. Waarom ben ik zo bang om aan perspectiefwisselingen te doen? Komt regelmatig in fantasy voor, en dat is wel het genre waarin ik het liefst schrijf.
Het is een mooi doel voor een volgende NaNo, misschien die van vorig jaar – een verhaal schrijven vanuit meerdere perspectieven en daar de 100K mee halen. Veel simpeler, veel makkelijker ook, je hebt veel minder verhaal nodig voor dat woordenaantal en kan het tegelijkertijd toch boeiend houden. Ik denk dat ik momenteel gewoon niet de vaardigheden heb om 100.000 woorden te schrijven vanuit één perspectief en die alle 100K interessant te houden. 50K, prima, maar dit is niet waar ik goed in ben.
Nog niet.

Mijn doel is nog altijd om uitgegeven te worden met een Nederlandstalig fantasyboek en Nederlandse fantasy op die manier ‘cool’ te maken. Dit soort vragen die ik aan mezelf stel, en manieren waarop ik mezelf probeer te laten leren, zijn voor mij manieren om beter te worden als schrijver. En hopelijk uitgegeven te worden.

Nog iets dat ik geleerd heb, trouwens, aan deze NaNo, is wel positief – ik ben nog sneller gaan schrijven.
Even wat achtergrondinformatie – ik zeg altijd, ‘als ik 2.000 woorden in een uur haal heb ik m’n dag niet’. Als ik 2.000 woorden in een uur haal gedurende NaNoWriMo moet ik naar het ziekenhuis want dan ben ik héél erg ziek. Het gemiddelde is dan ook normaal gesproken zo rond de 2.500 woorden per uur.
Maar, grappig genoeg, deze november raakte ik steeds vrij consistent de 3.000 tot op het punt dat het ongeveer m’n gemiddelde werd. Ik ben twee keer zelfs, tot mijn eigen stomme verbazing, over de 3.500 woorden gegaan – iets wat ik nog nooit eerder had gehaald. (Record tot nu toe: 3.658 woorden in een uur) Hoe komt dat? Schrijf ik altijd al sneller maar merk ik het nu pas op? Of komt het omdat ik nu door het jaar heen, ook buiten November, mezelf blijf stimuleren om te blijven schrijven? Eerlijk gezegd heb ik geen idee.

Maar, hoe gaat het nu met de andere NaNoërs hier?

Advertenties

Kort blogje vandaag maar ik had nog iets beloofd in het verleden. Ik had, om precies te zijn, beloofd wanneer de volgende retreat in Amerika open zou gaan.

Plottwist, plottwist: hij is al open! En nog leuker, er is dit jaar geen limiet! Iedereen kan mee als ze het willen. En alsof dat nog niet genoeg was, het is op een cruise-schip. Jawel, je krijgt colleges over schrijven op een cruise-schip.

Wel één nadeeltje: ik ga ook mee, dus je zult me moeten tolereren als je daar ook wilt zijn. Maar dat is maar een klein verschilletje neem ik aan, toch?

Schrijf je wel zo snel mogelijk in, want hoe langer je wacht, des te hoger wordt de prijs. Maar ik kan jullie garanderen, het is zeer zeker de moeite waard, dus ga!

Waarom heb ik zo vreselijk lang gewacht om over de beste week die ik mee had kunnen maken, te bloggen? Het antwoord is simpel maar ironisch – het kost me erg veel moeite om iets op papier te zetten dat zelfs maar weerspiegelt hoe geweldig de week is geweest. Want ja, ik heb een geweldige week gehad. Een hoogtepunt van het jaar, zo niet het hoogtepunt, ondanks waar ik bang voor was.
Zullen we het maar gewoon proberen, nu, een maand later? Goed *haalt diep adem* We gaan bij het belangrijkste beginnen.
WXR gang

Deze vier schrijvers zijn de mensen die ik heb bezocht in Amerika. Ik ga er niet gedetailleerd op in; daarvoor kan je deze blog teruglezen. Wel zal ik even kort zeggen wie wie is, als je dat wilt weten: links staat Brandon Sanderson, daarnaast Dan Wells, daarnaast Mary Robinette Kowal en Howard Tayler staat helemaal rechts.

Laat ik beginnen bij de reis. Er gebeurt bij mij namelijk iets heel grappigs als ik een vliegtuig stap. Ik heb namelijk absoluut geen last van vliegangst(gelukkig): sterker nog, mijn angst houdt op zodra ik in het vliegtuig ben.
Wat er namelijk vóór de vlucht gebeurde, die keer en waarschijnlijk elke keer als ik zelf een vlucht organiseer, is dat ik me vreselijk zorgen maakte over of ik wel echt alles bij me had. Of ik alles in had gepakt, geen domme dingen was vergeten, of mijn bagage wel goed terecht zou komen en of die niet te zwaar was… en als ik me daar geen zorgen over maakte, dan was mijn grote zorg wel hoe het daar was. Het waren vier mensen die ik op een enorm voetstuk had staan, zouden ze me wel aardig vinden? Zou ik wel bij de groep passen, als enige niet-native speaker?
Dat alles verdwijnt zodra ik in het vliegtuig stap. Dan blijft mijn angst achter en kijk ik naar beneden naar een prachtige wolkendeken. Het opstijgen is een vreselijk irritante ervaring, maar zodra ik dan in de lucht ben is er niets meer aan. Dan wordt de week ineens leuk en dan vraag ik me af waar ik me eigenlijk zorgen over maakte.

Want ik heb me nergens zorgen over hoeven te maken. Ik kwam helemaal uitgeput uiteindelijk aan in het hotel(werd opgepikt door de vrouw van Dan Wells; zij kwam erachter dat ik Duits sprak en aangezien zij een paar jaar in Duitsland had gewoond hebben we aardig wat Duits gewisseld). Daar kwam ik de rest van de groep tegen, die me gelijk – maar kort – met open armen ontving en het daarna heel goed begrepen dat ik naar bed ging. (Zes uur tijdsverschil. Het was, behoorlijk letterlijk, een lange dag)

En daarna begon het pas echt. Ik zal niet ingaan op de specifieke schrijftechnieken die ik geleerd heb(al mag je me natuurlijk altijd om meer info vragen als je nieuwsgierig bent): waar ik wel op in zal gaan, zijn de dingen die ik door heb gemaakt als fan. Want natuurlijk, ik kom daar om te leren hoe ik beter kan schrijven, en dat het vier schrijvers zijn die ik op een voetstuk heb staan is maar een bonus – maar het is wel een prachtige kers op de taart.

Allereerst, deze foto…

Me & FIREFIGHT!

Ik sta daar op de foto met een boek van Brandon Sanderson. No big deal, toch? Nee, totdat je weet dat dit boek op 5 januari 2015 uitkomt. En daar lag het toevallig te slingeren. Ik was niet eens van plan om het te lezen, ik had zoiets van, dat mag niet – dus ik sprak Brandon Sanderson erop aan, pas op met dat boek, wie weet wie het gaat lezen, en zijn antwoord? ‘Je mag het best lezen, hoor, hou het gewoon hier op de campus, dan is er geen probleem’.
Als fanboy weet je dan wel hoe laat het is. Natuurlijk, ik heb dat boek opengeslagen en stukgelezen zodra ik de kans had. Voor eenieder die benieuwd is hoe het vervolg van Steelheart is – ik heb beloofd niets te delen over de inhoud, maar wat ik wel kan zeggen is dat ik het een zalig boek heb gevonden.

Recording WX sesson 3

Eén van mijn favoriete onderdelen van de week, was het luisteren naar de podcast. Deze vier schrijvers organiseren gezamenlijk een podcast genaamd Writing Excuses – daar was deze retreat ook van – en daar hebben ze ook een aantal podcasts opgenomen. En daar zit je zelf dus bij, je zit gewoon te luisteren en te kijken naar hoe ze zelf de podcast opnemen. Je hoort het gesprek van tevoren, ‘wat gaan we bespreken’ ‘wat heb jij te vertellen’ ‘wat wordt onze schrijfprompt voor vandaag’. En drie afleveringen van degenen die ze op hebben genomen, waren Q&A’s: de leerlingen stelden de Qs, zij gaven de As. En ja, de vragen werden ook opgenomen, en ja, ik heb ook twee keer een vraag gesteld. Mocht je naar de podcast luisteren, ooit zal je mijn stem horen. (Ik ben de enige met een buitenlands accent 😉 )

Croquet LARP 2
(Met dank aan Sunil Patel, een andere leerling daar – dit is niet mijn foto)

Croquet LARP. Oh help, hoe ga ik dat beschrijven. Het was zeg maar cricket(wat ik ook nooit heb gespeeld) behalve dat iedereen een eigen klasse had en daardoor bepaalde dingen kon doen. Ik weet de details echt niet meer en bovendien gaat dat niet tof klinken op papier. Wat ik alleen maar kan zeggen, is dat je erbij had moeten zijn. Het was geweldig en de regels die er waren bleken na een tijdje wel heel flexibel. Elk team had zijn eigen motto; ik zat in Team Pie(op de foto), ook was er Team Cake. Het motto van Team Cake? The Cake Will Rise. Het motto van Team Pie? What is dead may never pie. En raad eens wie dat motto had bedacht? Hihi. (Waarschijnlijk niet grappig als je geen GoT kijkt)

Pie-chart10KAllStars
(Beide foto’s zijn, opnieuw, van Sunil Patel)

Deze twee lijsten illustreren eigenlijk hoe sterk het gericht was op schrijvers, zodat je zoveel mogelijk en zo goed mogelijk je woorden produceerde. Ik zal eerst de linkerlijst uitleggen.
’s Avonds was het toetje altijd pie, taart dus. Alleen, je moest je toetje verdienen door minimaal 314 woorden per dag te schrijven. (Pi = 3.1415…) Had je dat aantal niet gehaald, dan kreeg je dus geen toetje.
Schreef je op één dag 3142 woorden, en je deed dat vóór zaterdag, dan mocht je op zaterdag uitkiezen welke pie ze gingen maken. Ja, ik sta op de linkerlijst, en ja, ik heb uitgekozen – ik koos voor lactosevrije appeltaart. Ze hebben het druk gehad zaterdag. Maar de taart die ik nam was heerlijk.
De titel van de rechterlijst legt al een deel uit van haar bedoeling. Twee leerlingen kregen het idee, zullen we proberen om 10.000 in één dag te halen? Ja joh, waarom niet. Daar kregen een aantal andere leerlingen lucht van. En vervolgens ook Mary Robinette Kowal, de enige dame van de instructeurs – en die had meteen een mooie beloning. Als je 10.000 woorden in een periode van 24 uur wist te schrijven, dan kreeg je een outline van één van haar verhalen gemaild: Of Noble Family, of Ghost Talkers. En ja, ik sta ook op de rechterlijst. Handig om het zo van ‘achter de schermen’ te bekijken, want ik heb de outline gelezen en het is erg leerzaam.

And Alexander was never seen again
(Dankjewel, Sunil)

Rock City is een toeristenattractie in de buurt van Chattanooga, echt tegen de grens aan. Daar zijn een aantal vrijwilligers ook heen geweest en ook daar was het geweldig, een mooie afleiding van het schrijven. Plus, drie van de vier instructeurs waren er ook bij. Op zo’n moment heb je gewoon even een heel groot ‘ik hou van mijn leven’-moment; omdat je ineens beseft met wie je naar die attractie gaat. Het is zeg maar een rotsenformatie, uitgehouwen voor toeristen. Er zijn allerlei winkeltjes te vinden en er is een (overigens onbedoeld doodenge) soort Sprookjesbos te vinden waar er allerlei Amerikaanse, maar ook internationale sprookjes staan afgebeeld. Met tuinkabouters. Die je overigens overal zag, dat was vast een grapje van de organisators.

Reading of A Night of Blacker Darkness
(Sunil. Jep, alweer)

Dan Wells was bezig om één van zijn boeken, A Night of Blacker Darkness, in een theaterproductie om te zetten, met hulp van zijn zus. Hij was bezig om zijn verhaal om te zetten in een script voor theater. En uiteraard had hij daar een aantal mensen bij nodig, om uit te testen of het daadwerkelijk zo leuk was als dat op papier stond. Er waren een aantal karakters, en die werden rondgedeeld aan de verschillende mensen die zich aangeboden hadden. Eén van de karakters was Gustav, iemand met een Slavisch accent; Dan vroeg dus ook, ik zoek iemand met een Slavisch accent. Mijn antwoord was ‘ik heb een accent?’. Op de één of andere manier werkte dat; ik sta ergens op zijn site in de eerste lezing van het script als Gustav. Het was erg leuk.
Op de foto staan trouwens Gama Martinez, Martin Cahill & Sara Glassman, drie andere leerlingen, elk met hun eigen rol. Dan Wells is degene helemaal links. Martin was de hoofdrolspeler.

Mary at workBrandon at workDan at workHoward at work
(Deze foto’s zijn van… mezelf. Bedankt, mezelf)

Natuurlijk zijn de instructeurs zelf ook schrijvers en hebben die zo ook hun eigen verhalen te schrijven en hun eigen dingen te doen, als ze ons niet aan het lesgeven waren(of taarten aan het klaarmaken!). Ik had voor mezelf de missie aangenomen om een foto te krijgen van allevier de schrijvers, elk druk aan het werk. En het is me gelukt, zoals je ziet! (Van links naar rechts: Mary, Brandon, Dan & Howard)
De week was in twee delen opgedeeld; het eerste deel was les krijgen, het tweede deel was zelf schrijven en toepassen wat je geleerd hebt. Vooral tijdens het tweede deel was het echt duidelijk hoe goed we er konden schrijven.
Het allerbeste daaraan was namelijk dat er twee huizen waren. En het mooie, beide huizen hadden WiFi, maar er was maar één huis waarvan we het WiFi-wachtwoord hadden. Het andere wachtwoord werd van ons verborgen gehouden. Dus, stel, je bent research aan het doen voor je verhaal en moet daarvoor op internet zijn? Je gaat naar huis één en daar doe je je ding, je doet je research. Maar dan ben je klaar en besef je ineens, je zit geen research meer te doen, je zit op Reddit. Wat doe je? Heel simpel, je pakt je boeltje en je gaat naar het andere huis. Afleiding weg en je kunt weer aan het werk. Dat was echt geniaal gevonden.

Ik heb nog veel meer meegemaakt dan dit. Ik heb gedanst met Mary Robinette Kowal die me vlug een makkelijke wals leerde, om iets uit haar verhaal te illusteren, ik heb twee bordspellen gespeeld met een groep waar Dan Wells bij zat(en allebei overigens gewonnen!), ik heb Howard Tayler in zijn pyjama’s mogen spotten en ik heb geluisterd naar wat Brandon allemaal te vertellen had over uitgevers. Er waren twee honden; Buster, een volwassen hond, en Xiaochi(als ik dat goed spel), een puppy, waar ik ook eindeloos over door kan gaan. Maar ergens moet je een keer stoppen en dit is voldoende. (Als je meer over de puppy wilt lezen – het beest heeft een eigen blog en hier kan je zijn perspectief lezen)
Uiteindelijk was de vlucht naar huis het lastigste. Aan de ene kant duurde de week lang omdat ik zoveel had gedaan. Aan de andere kant had ik nog veel meer tijd gewild met deze mensen. Niet alleen de instructeurs, ook de leerlingen en ook het huis. Ik mis Kara’s enthousiasme, de gesprekken in het Duits met Dawn, de gesprekken met Mary’s vader(de meest nieuwsgierige man die je je voor kan stellen) en met Mary’s moeder(de retreat was bij hen thuis georganiseerd), de heerlijke kookkunst van Jason Gruber… maar het houdt een keer op. Natuurlijk, de eerste keer weer gewoon Nederlands horen is leuk, en natuurlijk, het is leuk om eindelijk na een lange reis je laatste vlucht naar huis te kunnen pakken…
2014-10-07 08.09.05

…maar uiteindelijk is het, als je eenmaal weer thuiskomt en je door je ouders wordt opgepikt, ergens toch wel flink balen dat het voorbij is en wil je terug.

Ik wil toch afsluiten met een schrijftip, de beste schrijftip die ik in Amerika heb gekregen. Grappig genoeg kreeg ik die niet in een college, maar in een 1-op-1-sessie. Woensdag kregen we allemaal 15 minuten met een instructeur naar keuze en mijn instructeur was Brandon. Ik heb hem een aantal vragen gesteld, maar ben met mijn belangrijkste geopend.
Want zie je, sinds ongeveer een jaar geleden is het schrijven voor mij niet meer zo makkelijk gegaan als eerst. Moest ik worstelen om woorden neer te pennen, want ik vond dat ik troep schreef en er niets aan kon doen. Terwijl ik daarvoor ook troep schreef, maar mezelf destijds geweldig vond, geen idee had van de kwaliteit van wat ik neerpende. Ik wist dat Brandon hetzelfde had gehad; het schrijven was eerst makkelijk, en daarna een stuk lastiger, dat wist ik door de podcast. Maar nu is hij een uitgegeven – en zeer actieve – schrijver. Dus mijn vraag was ook, hoe ben jij er doorheen gekomen toen, toen het schrijven niet meer makkelijk was en je een idee had wat voor troep je neerpende?
Zijn antwoord was(en ik citeer niet letterlijk maar uit geheugen): “Ik moest beseffen dat ik dol was op schrijven. Ik moest door hebben dat als ik vijftig zou worden en mijn hele leven slechte verhalen had geschreven en nooit uit was gegeven, dat ik dan nog steeds tevreden zou zijn met mijn leven, want ik had een leven lang geschreven. Wat er precies gebeurde bij mij – en ook bij jou nu – was dat mijn leesniveau eindelijk mijn schrijfniveau inhaalde en ik besefte wat de kwaliteit van mijn werk was. Ik moest beseffen dat ik moest leren, dat het niet uitmaakte of ik slechte verhalen schreef, want het schrijven van een verhaal is zijn eigen beloning.
Je bent 22, toch? Laten we eens zeggen dat jij eerder uitgegeven wilt worden dan ik. Ik was 27 toen mijn eerste boek gekocht werd door een redacteur, 30 toen die werd gepubliceerd(Elantris). Dat betekent dus dat je vijf jaar hebt om me in te halen. Vijf jaar waarin je je schrijfniveau kunt verbeteren. Meer dan genoeg tijd. Dus schrijf en maak jezelf beter. En al doe je het niet, je schrijft, is dat in principe niet al super genoeg?”

Ik ben het roerend met hem eens. Want zelfs al word ik niet uitgegeven, zelfs al komen mijn ambities niet goed terecht, ik doe een goede studie en ik zou het toch ook niet erg vinden om ontwikkelingspsycholoog te worden. En die woorden moest ik vreselijk graag horen.
Het schrijven is niet makkelijk, nog steeds niet, maar nu begrijp ik waarom en nu kan ik er ook doorheen komen. En, net zoals elk ander advies dat ik daar heb gekregen, is dit me bijgebleven, hopelijk voor de rest van mijn leven.
Amerika is geen eind, maar een begin, en nu kan ik dat gebruiken om zelf meer te leren. Kan ik het gebruiken voor mijn eigen carrière, mijn eigen ambities.

En dat is denk ik wel het allermooiste aan mijn reis over de oceaan.

Eenieder die me op mijn Engelse Twitteraccount www.twitter.com/dutchaver volgt wordt ermee om de oren geslagen, praktisch iedere dag (waarvoor mijn excuses, maar ik kan me echt niet meer inhouden): Amerika komt dichterbij. En met dichterbij bedoel ik héél dichtbij; op het moment van schrijven duurt het nog vijf dagen voordat het zover is.

Nog even een opfrismomentje voor eenieder die geen idee heeft waar ik het over heb. Er is een Engelse schrijfpodcast genaamd Writing Excuses die elke maandag een nieuwe aflevering uitbrengt met een onderwerp waar schrijvers het moeilijk mee hebben. Dat onderwerp kan het schrijven van mannelijke karakters zijn, of hoe je een goede wereld opbouwt(de podcast is vooral gericht op fantasy & sci-fi). Zo af en toe gaan ze in op het zakelijke aspect van schrijven en vertellen ze bijvoorbeeld over je relatie met je editor of uitgever. De podcast wordt gegeven door vier schrijvers: Mary Robinette Kowal, die korte fantasyverhalen schrijft en daarnaast een boekenserie onderhoudt die het best te beschrijven valt als Jane Austen met magie, Dan Wells, die horrorboeken en post-apocalyptische fictie schrijft die je behoorlijk aangrijpt, Howard Tayler, die een sci-fi webcomic genaamd Schlock Mercenary draaiende houdt sinds 2000 en zonder falen elke dag een nieuw stripje post, en voor mij het klapstuk – Brandon Sanderson. Hij is mijn favoriete fantasyschrijver, bouwt werelden op waar ik dol op ben, en schrijft (dikke) boeken die ik met heel veel plezier lees.
Dit jaar organiseren ze in Amerika, Chattanooga om precies te zijn, een ‘Out Of Excuses Retreat’. Dat houdt in dat je voor een week les van ze krijgt en alle gelegenheid krijgt om te schrijven. Je mag de schrijvers die het organiseren vragen stellen en ze zijn zelfs bereid om een boek te signeren.
Ik weet wanneer ik een kans krijg als ik hem zie en deze greep ik dan ook met beide handen aan. Ik heb op de inschrijftijd achter mijn beeldscherm gezeten, al nagelbijtend, en met succes – de inschrijftijd was iets van drie seconden, maar ik was wel binnen. Ik heb erg veel geluk gehad.

Het wordt mijn eerste intercontinentale reis, wat sowieso al spannend is; mijn eerste vlucht duurt iets van acht uur en daarna zit ik nog drie uur op mijn overstap te wachten, waarna ik dan nog een uurtje moet vliegen. Het wordt daarmee ook mijn eerste keer Amerika en mijn eerste jetlag. Voor alles moet een eerste keer zijn en ik heb er altijd al wel een beetje van gedroomd om de Atlantische Oceaan over te steken. Ik vind het allemaal vreselijk en spannend. Soms zit ik de hele dag nagel te bijten uit angst dat het fout gaat, dat ze me niet aardig vinden of dat ze me eruit gooien omdat ik geen native speaker ben; soms zit ik de hele dag te springen omdat ik niet kan wachten totdat het zover is. Die laatste houding wordt overigens wel sterker naarmate het dichterbij komt, want kom op, ik ga naar Amerika en krijg daar schrijflessen van vier mensen die ik op enorme voetstukken heb staan. (En ééntje iets hoger dan de rest)

Dat gestuiter van me is overigens niet zo heel handig momenteel. Het probleem is namelijk, ik heb een tentamen donderdag. Het zou in principe geen heel lastig tentamen moeten zijn aangezien het maar over de helft van de stof gaat(het is een ‘deeltoets’) maar ik heb me voorgenomen dat ik er hard voor ga leren. En dat leren is niet makkelijk als je hoofd tegen je schreeuwt, AMERIKA AMERIKA AMERIKA. Ik probeer mijn hoofd te kalmeren maar dat gaat me niet altijd even makkelijk af. Dus ben ik een stuiterbal als ik dat stiekem eigenlijk helemaal niet wil zijn.
Over tentamens gesproken, zoals jullie misschien nog wel weten heb ik mijn bachelor net niet gehaald, ik had voor één vak helaas een onvoldoende en dus kwam ik vijf studiepunten tekort voor mijn bachelor. Dus heb ik een half jaar om één vak te halen.
Probleem is alleen dat het niet halen van mijn bachelor eigenlijk ook wel een beetje aan mezelf ligt. Natuurlijk, de manier waarop ik dacht dat ik het haalde was logisch en het is gewoon vreselijk zuur dat me dat is ontzegd, maar de discipline is er voor mij al een tijdje uit. Psychologie als studie vraagt helaas erg weinig van je, zeker als je in een hoger jaar zit, en als je niets te doen hebt naast je studie, dan ga je op een gegeven moment inzakken en zit je de hele dag te gamen omdat je verder niets te doen hebt. En als je de hele dag gamet terwijl je buiten je tentamenperiode zit dan is dat niet erg als er toch al niet veel van je wordt gevraagd, maar het probleem is dat het daar niet bij blijft. Zak je buiten je tentamens in, dan wordt het ook steeds lastiger om tijdens je tentamens je aandacht erbij te houden.
Met die houding heb ik mijn laatste tentamens gemaakt – eigenlijk geen houding, omdat ik het gewoon niet meer kon. Ik was ingezakt en mijn discipline kwijt. Op die manier heb ik het aan mezelf te danken. Dus is dat mijn missie voor het komende halfjaar; mijn discipline terugwinnen, want met deze houding mijn master instappen is niet bevorderlijk.
Inmiddels heb ik een baantje(ander baantje dan dat blogs schrijven, ik heb het liever niet hier over hoe dat is afgelopen) maar dat vult mijn dagen alleen op donderdag en vrijdag. Dus ja, hoe vul je dan je dagen, naast je studie?
Het antwoord is aan het begin van dit blogje te vinden. Natuurlijk, schrijven. Dus dat probeer ik nu te doen, twaalf uur per week. Misschien niet geweldig veel in vergelijking met professionele schrijvers, maar het is een begin en ik moet ergens beginnen. Ik wil er al heel lang mijn baan van maken, dus wordt het tijd om het eens als een baan te behandelen, niet?
De methode werkt wel prima. Alleen, in de tentamenperiode is het lastiger om het schrijven en het leren in balans te houden, dus schroef ik het schrijven dan meestal even terug zodat ik meer tijd heb voor het leren.
En in de tentamenperiode is het ook erg lastig om te blijven leren als er iets aan zit te komen waar je al zeven maanden vol enthousiasme op hebt zitten wachten. Ik heb er zin in.
Overigens had ik ook gehoopt om in Amerika in mijn vrije tijd, buiten mijn schrijflessen om, hard te gaan lopen(want hoe vaak krijg je daar nou de kans toe?) maar ik vrees dat ik mijn enkel heb verzwikt, dus dat gaat hem niet worden =/

Hoe dan ook, ik heb vast een hoop te delen in mijn volgende blog. Ik ben benieuwd en ik zie jullie dan!

(Overigens, oproepje aan iedereen die mijn mobiele nummer heeft – zolang ik in Amerika zit, van 28 september t/m 6 oktober, heb ik geen abonnement maar wel WiFi. Buitenlands bellen & SMS-en is peperduur dus vriendelijk verzoek om, als je me moet hebben, dat via WhatsApp, mail, Twitter, reddit, of wat dan ook te doen dat internet en geen beltegoed nodig heeft. Bedankt!)

In deze blog heb ik het over vier dingen in 2014 waar ik naar uit ging kijken, vier dingen die op zich al geweldig genoeg waren, maar waarvan de combo ervoor zorgde dat het al helemaal niet meer stuk kon. Die vier dingen waren Hamburg, de Roparun, fietstocht met mijn neef en een mysterieus vierde ding dat ik nog zou onthullen. Dat ga ik in dit blogje doen.
Maar eerst een verslag van mijn bezoekje aan Hamburg. Ik zou daarheen gaan om een studievriendin van me te bezoeken. Ze studeerde zowel Duits als psychologie en ging voor een half jaartje haar studie Duits in Duitsland voortzetten, waarmee ze dus haar studie psychologie voor een half jaartje stopzette. Ik had beloofd nog een keer langs te komen, en dat heb ik afgelopen weekend gedaan.
Het was geweldig. Schuldbekentenis(niet de laatste van dit blogje, bereid je maar vast voor): het was mijn eerste ‘vakantie’ zonder toezicht van leraren of ouders. Ik ging met een vriend van me, en we mochten bij haar op de kamer slapen. Slaapspullen en dergelijke ook meegebracht. Ik had helaas wel teveel ingepakt – ik ben daar nogal hopeloos in, ik pak echt in als een vrouw(sorry vrouwen!) en pak altijd veel teveel in. Maar goed, ben graag op alles voorbereid.
We hebben met zijn drieën het nachtleven van Hamburg een beetje bekeken: echt uitgaan was het niet, het was eerder met zijn drieën een cafeetje bezoeken, daar wat drinken, en weer teruggaan naar de kamer. Ik ben er vrijdag, zaterdag en zondagochtend gebleven voordat ik weer terug moest, naar huis toe. Het was echt heerlijk gezellig. We hebben verder geen echt toeristische dingen bezocht, we hebben vooral de stad afgestruind en zo af en toe een cafeetje of restaurantje aangedaan.
Oh, en elke morgen bij een broodzaak ontbeten. Schijnt typisch Duits te zijn, dus dat hebben wij ook gedaan. Hadden ze heerlijke dingen. Verder heb ik ook een Apfelstrudel gegeten, want ja, je kan niet in Duitsland zijn zonder minstens één Apfelstrudel op te hebben, toch?
Ik zou haast zeggen ‘voor herhaling vatbaar’, ware het niet dat de treinreis wel echt een nachtmerrie is xD Geen directe verbinding, dus moet je een aantal keer overstappen(vijf keer geloof ik?) en de rit is in totaal zes uur lang. Ik ben dol op lange treinreizen – Rotterdam-Groningen, any day – maar ik ben erachter gekomen dat ik wel een grens heb xD Maar ik zeur, het was geweldig en ik heb genoten van het weekendje weg.

Dat was één. Dus, het mysterieuze vierde ding. Dit is iets waarvoor ik me vandaag in moest schrijven, en aangezien het nogal populair is was het onzeker of ik het op tijd zou halen. Ik heb van anderen ook begrepen dat er ongeveer drie seconden beschikbaar waren waarin je je in kon schrijven.
Maar, ik heb het gehaald! Ik ben binnen, ik heb een enorme dosis geluk gehad. En nu willen jullie natuurlijk heel graag weten wat ik ga doen.
Ik ga naar Amerika. En niet zomaar op vakantie, nee, ik ga schrijflessen krijgen. Zie het als een soort ‘schrijf-vakantie’ als dat helpt. En ik ga niet zomaar schrijflessen krijgen, nee, ik krijg schrijflessen van vier schrijvers die ik bewonder, die ik al minstens een jaar elk op een hoog voetstuk heb staan. En dat zeven dagen lang – van 29 september tot 5 oktober.
Ik heb al eerder op deze blog verteld dat ik elke dag luister naar een podcast die over schrijven gaat, genaamd Writing Excuses. Vier schrijvers organiseren de podcast: elke zondag uploaden ze een podcast over een bepaald onderwerp en praten daar vijftien minuten lang over. Ik heb heel veel van ze geleerd op die manier en mijn schrijven is er echt beter door geworden. Ze hadden zeven complete seizoenen online staan toen ik begon: ik ben bij het begin begonnen, en beluisterde op die manier elke dag één aflevering. (Ik ben inmiddels bijna bij xD) De podcast heet Writing Excuses, en vooral in latere seizoenen wordt de podcast afgesloten met ‘you’re out of excuses, now go write.’
Vorig jaar organiseerden ze een Out Of Excuses Retreat, waarin je je een week lang terugtrekt, in Amerika, in een echte villa, en schrijflessen krijgt van de vier schrijvers in kwestie. Dat was zo’n succes dat ze het dit jaar weer doen. Vorig jaar kwam ik er nogal laat achter, dit jaar ontdekte ik het ruim op tijd. En ik ben erbij. Ik krijg schrijflessen van Brandon Sanderson(mijn favoriete fantasyschrijver!), Howard Tayler(tekenaar en schrijver van een webcomic die al sinds 2000 loopt en elke dag, zonder dan ook maar één misstap, updatet), Dan Wells(schrijver van o.a. horrorboeken die mij een slechte nacht bezorgen) en Mary Robinette Kowal(met name schrijfster van korte verhalen, maar ze heeft ook een trilogie gepubliceerd die het beste omschreven kan worden als Jane Austen met magie). Wat wil je nog meer?

Komt nu de schuldbekentenis. Want, wellicht denkt één van jullie nu ‘waarom kom ik daar nu pas achter?! Ik was meegegaan als ik het had geweten =O’ Ja, waarschijnlijk was jij wel meegegaan, ondanks dat het toch aardig wat geld is. En precies daarom heb ik dit niet eerder verteld.
Begrijp me niet verkeerd: het was geweldig geweest om met vrienden te gaan en er met een vriend(in) van me van te genieten. Maar, zoals ik al eerder zei, drie seconden inschrijftijd. Heel veel mensen gingen voor die inschrijving. Waren dat er nog meer geweest, dan was het nog moeilijker geweest om me in te schrijven. Had ik het misschien niet eens gehaald. Wie weet was jíj wel degene geweest die dan in mijn plaats was gegaan. Paranoïde? Ja, ik geef het toe. Maar op dit punt heb ik even voor mezelf gekozen en heb ik besloten het niet eerder te vertellen. Van tevoren heb ik het alleen mensen verteld van wie ik zeker wist dat ze zelf niet daarheen zouden willen. Als goedmakertje beloof ik plechtig het volgend jaar op deze blog door te geven als de Out Of Excuses Retreat nummer III wordt aangekondigd. Maar dat is nog héél ver weg. Ik concentreer me voorlopig nog op de OOER II, waar ik heenga.

Wauw. Ik was de hele dag al hiermee bezig in mijn hoofd. Ik was de hele dag al bang dat ik het niet zou gaan halen. Een uur van tevoren ging mijn hart als een razende tekeer. En ik ben nog steeds aan het bijkomen van die gezonde dosis stress. Maar ik heb het gehaald, ik heb de tickets binnen. Heerlijk. Nu nog alles qua vlucht, overnachting, en eventueel visum regelen(hoe zit dat met visum in Amerika? Help!). Gaat nog een hele klus worden, maar ik heb het spannendste nu gehad. Wat een opluchting, er valt echt een last van mijn schouders. Ik kan gewoon mee. Ik ga ze gewoon in het echt ontmoeten.

En ik heb tentamens op maandag & dinsdag. Oeps.

Tot de volgende blog!

En het was moeilijk, maar het is me wel gelukt! Mijn verhaal is sinds afgelopen maandag klaar, en ik ben sindsdien vooral bezig om bij te komen van het schrijven(en ik ben aan het werken aan een duo-opdracht, dus dat kost ook wel tijd). Normaal gesproken schrijf ik een half uurtje per dag voor de discipline en zodat ik dingen echt gedaan krijg, maar dat heb ik de afgelopen week eventjes laten schieten. Komt nog wel terug hoor, maar nu gewoon nog even niet de behoefte aan. Mijn muze is op vakantie, en dat heeft ze wel verdiend.

Maar goed, dat ik de 50.000 heb gehaald, dat heeft waarschijnlijk niemand verbaasd. Wat jullie natuurlijk wél heel graag willen weten, is of ik al mijn hoofdstukken 3.333 woorden lang heb laten kunnen zijn. Het antwoord is ja, en toch ook een beetje nee.
Allereerst: ik heb met veertien hoofdstukken, elk minimaal 3.333 woorden lang, de 50.000 gehaald. Alleen ben ik daar in een paar hoofdstukken een beetje overheen gegaan, zelfs, waardoor dat vijftiende hoofdstuk niet echt de 3.333 woorden nodig had om de 50.000 te halen. Het einde was er gewoon, en het had geen zin om daar verder nog iets aan toe te voegen. Uiteindelijk heeft dat vijftiende hoofdstuk iets van 2.000 woorden gekregen, en meer had het ook niet nodig, het eind was er, en ik had de 50.000 al. Dus, heb ik de uitdaging gehaald? Dat is aan jullie om te beslissen.

Waar ik wel achter ben gekomen, is dat ik héél creatief ben als ik op deze manier onder druk sta. Dit was een moeilijke NaNo door die extra uitdaging die ik mezelf heb gegeven, en om de hoofdstukken te vullen moest ik soms enorme kul opschrijven. Waar ik niks van leer, dat geen functie heeft in het verhaal, en dat er waarschijnlijk ook zo snel mogelijk uitvliegt. Momenteel ligt het verhaal bij de Bèta(dankjewel Mafalda, je bent top!) dus maak ik me er nog niet zo’n zorgen over, zij stipt wel aan welke kul mag blijven en welke er weg mag.
Maar in ieder geval, in een hoofdstukje of twee kwam ik echt héél moeilijk uit met de outline. En wat ging ik dan doen, tot mijn grote verrassing? Ik ging er een plotlijn bij verzinnen. Ik verzon een ontsnappingsscène waarbij ik zelf op het puntje van mijn stoel zat. Ik gaf een karakter extra ruimte, extra diepte, op verschillende manieren. Met andere woorden: ik schreef dingen waar ik stiekem zélf heel erg trots op was en ben, die ik nooit had geschreven als ik mezelf de uitdaging niet had gegeven.

Aan het eind werd het wel makkelijker. Je begint het door te krijgen, je gaat dingen beter en uitgebreider beschrijven, je geeft je karakters meer ruimte… kortom, je gaat je schrijfstijl aanpassen. Het is vet moeilijk voor iemand zoals ik die al moet zwoegen voor 2.000 woorden om dan ineens zulke lange hoofdstukken neer te tikken, maar ik heb er verrassend veel van geleerd. Hoe schrijf je langer, eigenlijk. Hoe schrijf je meer in boekvorm. Dat heb ik min of meer geleerd dit jaar. Ik zeg ‘min of meer’ omdat ik weet dat ik hierna weer terugval in mijn normale patroon van korte hoofdstukken, maar ik heb eraan kunnen proeven en volgend jaar met NaNoWriMo ga ik zeker weer proberen langere hoofdstukken te schrijven.

Dus, ik heb veel geleerd, ik heb dingen geschreven die ik normaal gesproken nooit zou hebben neergepend – heb nog nooit zoveel van mijn outline afgeweken met NaNoWriMo – en ik heb veertien hoofdstukken met 3.333 woorden gevuld. Maakt het dan nog uit of ik de uitdaging heb gehaald? Nee, niet echt. Ik heb geleerd wat ik wilde leren, en ik ben blij.

En volgend jaar zien jullie me weer! Ik weet nu al wat ik dan wil gaan schrijven. Het plot hou ik nog even voor me, maar volgend jaar ga ik weer een dubbele doen, net zoals ik vorig jaar deed! Maar dan niet met twee verhalen, maar met eentje. Dat wordt ook mijn uitdaging van 2014 – ik ga een lang verhaal schrijven, veel langer dan dat ik normaal gesproken doe, om me op die manier ook uit te dagen. Ik schiet een beetje tekort in de echt grote plots, ook iets wat oefening vergt. En ik wil dat doen in ruwweg veertig hoofdstukken – dus ook nu weer moeten ze lang zijn, al mogen ze iets korter worden dan die van dit jaar.

Tot de volgende blog! Glimlach

Ja, het is weer die tijd van de maand het jaar. November, het jaar van NaNoWriMo, wat staat voor National Novel Writing Month. De maand waarin, als je meedoet met de wedstrijd, je 50.000 woorden moet schrijven tussen 1 en 30 november. (Of je kan meedoen met movember en je baard laten staan. Fine by me too, maar niks voor mij) De maand waarin ik race naar het beoogde doel in zo’n enorm tempo dat ik andere schrijvers verbluft achterlaat omdat ik toch wel 2.500 woorden in één uur haal. De maand waarin ik verkondig dat 50.000 voor zoveel mensen lastig is, maar niet voor mij, dat het zo makkelijk is dat ik het vorig jaar twee keer heb gedaan en zelfs dat nog ruim voordat november over was.
Maar dit jaar lijk ik eindelijk een uitdaging gevonden te hebben. En waar zit die? Niet in het aantal woorden, want 2012 heeft aangetoond dat ik ook voor 100.000 in 30 dagen mijn hand niet bepaald omdraai. Nee, dit jaar zit de uitdaging in de lengte van de hoofdstukken.
Eenieder die een lang verhaal van me heeft gelezen of geBèta’d weet dat ik erg kleine hoofdstukjes heb: meestal haal ik rond de 1.600 woorden per hoofdstuk. Heb ik een begin, een midden, en vaak ook een duidelijk eind. Niet per se een cliffhanger, maar wel iets wat aanvoelt als het eind van een hoofdstuk. Dat werkt prachtig zolang ik op internet dingen post, want het internet lijkt ervoor gemaakt. Daar is iets veel sneller langdradig dan in een boek, dus kan je de aandacht makkelijker behouden in korte hoofdstukken. Je hebt per slot van rekening nog die drie mails te lezen, een persoon die je op Skype aanspreekt, en je muziek draait, dus ben je snel weer afgeleid naar iets anders. Maar helaas – ik ben niet van plan om tot het einde der tijden me tot het internet te beperken, ik wil ook eens uitgegeven worden. En in een boek, wanneer je je er echt voor zet om het te lezen zonder andere afleidingen in de vorm van websites, kunnen korte hoofdstukken best irritant zijn. Dus, ik moet oefenen met langere hoofdstukken.
Dit is het vierde jaar dat ik meedoe, en als je het een beetje volgt weet je dat ik elk jaar een outline heb, een idee van wat ik in elk hoofdstuk wil. En daar zit dit jaar de uitdaging – want, van mezelf mag ik dit jaar maar vijftien hoofdstukken schrijven. Een snel rekensommetje vertelt je dan dat 50.000/30 ≈ 3.333 woorden per hoofdstuk. Ongeveer twee keer zo lang als wat ik normaal gesproken uitspook in een hoofdstuk.
En ik moet zeggen, eindelijk is november voor mij eens een uitdaging, want ik zit te worstelen. Niet met de 50.000, want dat haal ik wel, maar met het beoogde doel per hoofdstuk. In mijn outline heb ik niet voldoende rekening gehouden met de hoofdstuklengte, waardoor het veel meer improviseren is om een hoofdstuk te vullen. En, meestal kan ik met de 50.000 wel een verhaal creëren dat een beetje lekker tempo heeft, zonder kul te hebben, door die outline – maar al meer dan eens hier heb ik mijn hoofdstukken met kul moeten vullen om maar die 3.333 te bereiken. Ik wil de hele tijd eerder stoppen, maar dat mag ik niet. Ja, ik heb een uitdaging gevonden. Lastigste NaNoWriMo tot nu toe? Dat zou best wel eens kunnen. 50.000 blijkt soms dus nog moeilijker te zijn dan de 100.000, als je voor jezelf maar een ander doel stelt.
En natuurlijk willen jullie heel graag weten waar ik dit jaar over schrijf. Dit jaar heb ik me een bijzonder origineel en uniek plot eigen gemaakt: ik schrijf namelijk, jawel, een parodie. Alsof het nog niet moeilijk genoeg was leg ik me ook nog eens toe op een genre dat ik totaal niet gewend ben omdat ik meestal een beetje faal in het grappig zijn in verhalen. En waarop dan, vragen jullie je waarschijnlijk af? Op alle trucjes die Wrimo’s(schrijvers die meedoen aan NaNoWriMo) gebruiken om de 50.000 te halen.
NaNoWriMo is geen nieuwe wedstrijd – het draaide al een hele tijd voordat ik besloot mee te doen, en het was er volgens mij zelfs al voordat ik (in 2008) serieus ben gaan schrijven. Dat betekent dus dat de ‘community’ die erachter zit met z’n allen een aantal trucjes heeft bedacht voor die 50.000, een beetje inside jokes soms. Je hebt bijvoorbeeld de Travelling Shovel of Death: die gooi je in je verhaal om er een karakter mee om te brengen, en dat zorgt al gelijk voor een mooi aantal extra woorden. Je kan een Wordcount Dragon adopteren, die groeit naarmate je dichter bij die 50.000 komt. En je kan mr. Ian Woon in je verhaal gooien: zijn naam is een anagram van NaNoWriMo. Je gooit hem in je verhaal, hij zegt wat woorden, en je kan meteen weer door met dat extraatje als je vast zit. Als de wedstrijd voorbij is en je weer na mag denken over je plot kan je hem eruit halen, want dan gaat het niet meer over die 50K en kan je aan kwaliteit denken.
Op dat soort trucjes, en meer, is mijn verhaal een parodie. In mijn (overigens Engelstalige) verhaal is mr. Ian Woon de hoofdpersoon en loopt hij bij een psychiater omdat hij een enorm minderwaardigheidscomplex heeft, want niemand geeft nog om hem, want hij wordt per slot van rekening toch wel steeds uit het verhaal gehaald. In die richting moet je het zoeken. Hij heeft een chauffeur die hem van verhaal naar verhaal vervoert, enzovoorts. Tot nu toe vind ik het niet zo heel erg grappig, maar het is in ieder geval een andere kijk op het schrijven van verhalen, en dat aspect vind ik wel heel leuk om neer te pennen. En, het is een heel origineel plot, want als het al eens door iemand anders is gedaan, dan in ieder geval niet zó. Verder is er een vijand, worden er een aantal termen uit de fictie helemaal door de war gegooid, en krijg je een kijkje ‘achter de schermen’.
Alleen, tsja, die lange hoofdstukken hè. Ik had in mijn outline vijftien hoofdstukken, maar nu heb ik het probleem al dat ik noodgedwongen twee hoofdstukken samen moest voegen, waardoor ik er veertien over heb, waardoor het er niet makkelijker op wordt. Heel interessant is het verhaal op sommige stukken dus niet, en ik heb tot nu toe ook mijn twijfels over de antagonist. (Ik wil bij deze Mafalda, mijn Bèta voor het verhaal, dus ook al vast waarschuwen – verwacht niets hoogstaands xD)

En wat ook niet helpt is dat ik het dit jaar moet combineren met tentamens. In 2010 had ik iets dergelijks met proefwerkweek en dat is toen ook goed gegaan, maar desondanks lastig om, nadat je de hele dag keihard hebt geleerd en de stoom zowat uit je oren komt, ook nog een uurtje te schrijven. Vermoeiend, hoe erg dat ook een luxeprobleem is. Ik had afgelopen donderdag een tentamen(SGZ, dat rotvak waarvan ik het tentamen al drie keer eerder had gemaakt) en dat tentamen heb ik tot mijn opluchting vrij ruim gehaald: vrijdag heb ik weer een tentamen, en ik mag het gaan combineren met normale colleges, het schrijven van een opdracht, naar een beloofde write-in gaan en NaNoWriMo itself natuurlijk. Een druk weekje voor de boeg dus, maar ik hoef me in ieder geval niet te vervelen. Aangezien ik een periode achter de rug heb met maar twee contacturen per week is dit wel even verfrissend. Ik word nu wel weer beziggehouden.

En dat was het denk ik wel weer voor dit blogje. Duim voor me jongens, 50.000 gaat hopelijk dit jaar ook gewoon lukken^^

(Of: waarom ik knettergekke ouders heb.)
(Of: als je toch lekker aan het bloggen bent na een lange stilte, waarom dan geen twee blogs achter elkaar om het goed te maken?)

Voor alle nieuwe mensen die hier binnen komen stromen even een open deur: ik schrijf. Als ik een week lang niet heb geschreven ben ik erg inspiratieloos, heb ik een maand niet geschreven dan ben ik waarschijnlijk ernstig ziek. En wat schrijf ik dan? Alles behalve songteksten, eigenlijk. Dus, poëzie, proza, blogs(dúh), tweets, tegenwoordig zelfs weer RPG, dus alles waar geen noten aan vastzitten.
Hoe schrijven de meeste schrijvers? Nou, niemand schrijft direct een goed verhaal, het kost even tijd. Hoe ik schrijf, is dat ik een verhaal schrijf, dat opstuur naar een vriend of vriendin(mijn ‘Bètareader’) en als ik het terugkrijg met commentaar pas ik het aan. Nou, twee of drie dagen terug was ik bezig met het aanpassen van een Engelstalig verhaal dat ik hoop ergens eind augustus of september te posten. En wat merkte ik aan mezelf? Ik was kritischer. Véél kritischer dan dat ik normaal gesproken van mezelf gewend ben. En wat vond ik het leuk.

Als ik kijk naar het vorige verhaal waar ik zo met de schop doorheen ben gegaan, is dit wel een enorme vooruitgang. Dat verhaal heette I Never en was eigenlijk Love Actually/Alles Is Liefde in verhaalvorm. Zes verschillende plotlijnen. Een interessant concept, maar ik had een aantal reviewers die behoorlijk kritisch waren en de plotlijnen soms gewoon veel te zwak vonden. Eén was zelfs afgehaakt.
Ik kan natuurlijk niet spreken voor dit verhaal, maar toen ik I Never had doorgelezen was ik ook een stuk minder kritisch. Het was al twee jaar lang aan de gang en ik was het een beetje zat, dat kan hebben meegespeeld in dat ik het enigszins heb afgeraffeld. Maar persoonlijk denk ik dat er nog iets anders meespeelt.
Ik ben nu veel meer met het schrijven in kwestie bezig.

Dat klinkt raar, maar laat me het uitleggen. Twee blogs geleden – eind december dus – deed ik maar wat en oefende ik op die manier mijn vertelkunsten. Ik schreef one-shots, lange verhalen, gedichten, enzovoorts.
Dat doe ik nu ook. Maar wat is het verschil? Nou, naast dat oefenend schrijven lees ik ook boeken over schrijven, en luister ik dagelijks naar een schrijf-podcast met tips over een bepaald onderwerp. En verdorie, dat helpt wel enorm. De tips die ik krijg nestelen zich vanzelf wel in mijn hoofd, en ze zijn makkelijk te onthouden – ik verwerk ze nu zoveel mogelijk in mijn verhalen, en die worden daar ook alleen maar beter door.
Een voorbeeld is dat het verhaal dat ik nu aan het aanpassen ben(‘editten’, zoals ik dat noem) gedeeltelijk over een maffiabaas gaat (Het plot verklap ik lekker niet, gnagna). En in de oorspronkelijke versie is het een heel cliché vijand voor mijn hoofdpersoon die met zijn vijanden speelt en houdt van chaos, enzovoorts.
Wat heb ik van de podcast, waar ik dagelijks naar luister, begrepen? ‘Don’t tell your villain he’s the villain. He’s the protagonist of his own story’. (Ja, het is een Engelse podcast) En ik kijk nog eens naar mijn verhaal, en inderdaad, de maffiabaas is gewoon niet overtuigend. Ik moet nog beginnen met aanpassen, maar daar kan ik dus stevig met de schop doorheen, en die maffiabaas moet een stuk geloofwaardiger worden. Iedereen is de held van zijn eigen verhaal, en de vijand ook. En het is eigenlijk best leuk aan het worden, zo kritisch zijn. Grappig: vroeger had ik echt een enorme hekel aan editten, maar nu kan ik mijn lol gewoon niet op!

Ik luister trouwens niet alleen naar podcasts en ik lees ook niet alleen maar boeken. Ik heb net een cursus spannend schrijven in Voorburg(eindje weg, maar gezellige mensen) afgerond, waar ik ook heel veel heb geleerd. Dingen als ‘show, don’t tell’, bijvoorbeeld, of actief beschrijven. Dacht dat ik er niets zou leren, maar daar zat ik héél erg naast. En daarbij heb ik ook een uitgave van een tijdschrift gekregen genaamd Schrijven Magazine, voor debutanten.
Mijn moeder wilde die eens lezen, dus heb ik die in alle onschuld aan haar gegeven. Twee uur later krijg ik een mail van haar dat ze een abonnement voor me heeft geregeld voor het komende jaar, als cadeautje voor het halen van m’n P.
Ik heb knettergekke ouders. Wat heerlijk :’) En daarbij gelijk ook een tweede boek over schrijven(‘De Schrijfbijbel’) waar ik me ook nog eens in kan verdiepen.
Moraal van het verhaal? Als je wilt schrijven is schrijven alleen niet genoeg. Verdiep je er echt helemaal in, want het is héél belangrijk dat je leert wat andere mensen graag lezen.

De podcast waar ik het over heb is te vinden op www.writingexcuses.com. Drie(of vier, in latere seizoenen) bekende schrijvers, waarvan één de schrijver van de laatste boeken van het Rad des Tijds, praten in het Engels over bepaalde onderdelen van het schrijven en wat het beste werkt. Vijftien minuten lang, want jij hebt haast en zij zijn niet zo slim. (Nee, die tagline werkt toch beter in het Engels) Ben me momenteel door de eerdere seizoenen aan het werken en zit bij seizoen drie – ze updaten elke zondag en zitten momenteel bij seizoen acht, dus ben nog wel even zoet.

De twee boeken zijn dus De Schrijfbijbel van TenPages.com(in alle eerlijkheid, ik moet er nog in beginnen…) en How Not To Write A Novel van Sandra Newman & Howard Mittelmark. De eerste is in het Nederlands, de tweede in het Engels. Het tweede boek is hilarisch en behulpzaam, en daar leer je ook heel veel van als je niet dubbel ligt van de lach. (En soms zelfs dan!)
Het tijdschrift is Schrijven Magazine. Wordt in Amsterdam gemaakt en is landelijk: elke twee maanden een nieuw blad, 36 euro per jaar.
Allemaal zeker aan te raden als je met schrijven wilt beginnen en er net zo serieus over bent als ik, want je leert er echt heel veel van.

Wat trouwens ook mee kan spelen, is dat ik de laatste zes maanden alleen in het Nederlands en niet in het Engels geschreven heb, trouwens, waardoor ik misschien ook meer op moedertaalniveau naar het Engels kan kijken… maar daar gaat het niet over nu, toch? =P

En, zitten er nog schrijvers met veel ambitie tussen de lezers van dit blogje?

NaNaNoNoWriWriMoMo

We spreken momenteel alweer halverwege oktober(de tijd vliegt, jemig!) en dat betekent dat november alweer heel dichtbij komt. En met november, jawel, is het ook weer de beurt aan NaNoWriMo.

Voor de mensen die net vers binnen komen stromen even een korte uitleg. NaNoWriMo begint op 1 november en eindigt op 30 november. De bedoeling is dat je in de tussentijd 50.000 woorden schrijft. De kwaliteit maakt niet uit – sterker nog, troep is goed – maar je moet op 30 november 23:59 klaar zijn. Dit omdat heel veel mensen een boek in zich hebben, maar het niet opschrijven vanwege tijdgebrek, of omdat ze constant bezig zijn met hun hoofdstukken te editten en daardoor niet meer aan het schrijven zelf toekomen. Of, omdat ze het niet durven omdat ze denken dat het toch niet goed genoeg is.

Ik hoor niet echt thuis in die categorieën, maar ik doe toch mee gewoon omdat het ontzettend leuk is. Ik ben nooit de enige, ik praat veel met NaNoWriMo over anderen, en dat maakt het gewoon ook zo ontzettend leuk. Bovendien is het geweldig om daarna trots te kunnen claimen ‘ik heb NaNoWriMo gedaan’.
Alleen, één probleem: het is voor mij geen uitdaging meer.

In 2010 deed ik voor het eerst mee aan NaNoWriMo. Van tevoren schreef ik een verhaal om erachter te komen hoe lang ik erover deed om 1667, het aantal woorden dat je per dag moet schrijven, en daarna ben ik aan de bak gedaan. Het kostte mij een uur om 1667 woorden neer te pennen. Mijn verhaal was stiekem veel te groot: ik was ergens rond 20 november klaar, en daarna ben ik nog doorgegaan omdat mijn verhaal nog niet af was. Dat verhaal was I Never, en dat haalde uiteindelijk 74.548 woorden. (Ergens rond de 83.000 na editten)
In 2011 ging ik er weer helemaal voor: ik schreef weer per dag ongeveer één uur, soms wat meer – en precies daardoor had ik ook uiteindelijk die 50.000 woorden in twee weken binnen, belachelijk snel. (Mijn verhaal, Testify, ga ik volgend jaar posten – momenteel staat de stand op 51.083 woorden)
En in 2011 begon ik ook wat meer contact te hebben met andere NaNoWriMo-ers, en daar kwam ik erachter dat het helemaal niet zo normaal was voor mij om binnen een uur 1.667 woorden neer te pennen(en zelfs nog meer, ik zit vaak rond de 2.000 in een uur).

En toen ging het bij mij een beetje malen. Ik heb dus NaNoWriMo in twee weken gedaan, en ik schrijf veel sneller dan gemiddeld. Met andere woorden, als ik veel zou outlinen, en hard mijn best zou doen, en heel gemotiveerd zou zijn, en heel veel zou schrijven…
…Dan zou ik NaNoWriMo dus wel eens dubbel kunnen doen. Gewoon omdat het kan, omdat ik niemand kende die dat ook ooit eens uit heeft geprobeerd.
Ik heb mezelf hard uitgelachen, maar meteen daarna besefte ik dat ik het kon. Ik had twee verhalen die ik heel graag neer wilde pennen – één fantasy en Nederlands, De Tweelingoorlogen, en één romantiek/vriendschap en Engels, Thicker Than Water – en die verhalen konden allebei best de 50.000 halen. Dus was het idee prompt niet meer uit mijn hoofd te praten, daar eind 2011.

En nu is het dus 2012, bijna november, en ga ik het verdorie nog doen ook. Je hoeft me niet voor gek te verklaren – dat is al gedaan – maar steun zou leuk zijn. Jullie vragen je natuurlijk wel af hoe ik het aan ga pakken/aan heb gepakt, dus hierbij een korte uitleg van wat ik ga doen, en wat ik al gedaan heb.

Bij elke NaNoWriMo schrijf ik van tevoren een outline van het verhaal dat ik wil schrijven. Op die manier denk ik van tevoren na over het plot – als je gemiddeld 2.000 woorden in een uur schrijft wil je niet meer na hoeven denken over wat je opschrijft, je wil gewoon in één keer kunnen gaan. Dit jaar heb ik dat dus ook gedaan: ik heb beide verhalen ge-outlined. Ik hou me nooit 100% aan de outline – dan is het schrijven ook echt supersaai – maar het is altijd belangrijk om te weten waar je heen wil. Als ik ook nog eens na moet gaan denken over het plot, meestal, dan gaat het schrijven wat trager. Bovendien zijn beide plots ook vrij ingewikkeld, en daardoor niet echt geschikt om in één keer op te schrijven, maar dat is nu niet belangrijk.

Maar, dan is er natuurlijk ook de kans dat één van de verhalen de 50.000 niet haalt. Bij één verhaal is die kans er – en ik liep daar al heel erg tegenaan te hikken vorig jaar – maar bij twee verhalen is die kans meteen verdubbeld, en is de kans dus best wel aanwezig dat één van de verhalen het niet haalt. Om dat op te vangen heb ik een derde outline gemaakt, één van een kort acht hoofdstukken tellend verhaaltje. Die outline heb ik even snel in één dag geschreven, want het vergde niet zo heel veel werk. Dat is dus mijn ‘reserveplot’, en als ik die niet nodig heb schrijf ik hem gewoon ergens begin volgend jaar.

Zodra het november is, word ik wakker en is het de bedoeling dat het eerste wat ik praktisch doe, schrijven is. En dat een uur lang. Daarna stort ik me vol fanatisme op mijn huiswerk(nou ja, fanatisme…) en doe ik andere dingen. Aan het eind van de dag, ergens rond negen à tien uur, sluit ik me weer helemaal af en schrijf ik nog een uurtje. Ik schrijf dat tweede uurtje dan aan het andere verhaal dan waar ik dat eerste uurtje aan geschreven heb, om mezelf zo een beetje enthousiast te houden. Dan ga ik slapen, en de volgende dag herhaal ik dat.
Heb ik college, dan schrijf ik als een gek in de trein, en die tijd trek ik dan van dat eerste uurtje af. Waarschijnlijk schrijf ik dan gewoon de rest van dat uurtje als ik thuis ben, en daarna neem ik pauze waarna ik dat andere uurtje doe. Ofzo.

Dus, zo pak ik het aan. Willen jullie mijn wordcount weten, volg me op Twitter(daar hou ik het vrij gedetailleerd bij denk ik, vorig jaar ook gedaan) op mijn Nederlandse account AverNL en op mijn Engelse DutchAver (Op AverNL hou ik De Tweelingoorlogen dan bij, en op DutchAver Thicker Than Water, en bij allebei ook een totale wordcount). Ook mijn NaNo-profiel hou ik altijd vrij regelmatig bij, daar heet ik Aver (Ben dus te vinden op www.nanowrimo.org, natuurlijk). Duim voor me, want aanmoediging is altijd meer dan welkom!
Dan rest mij nog één, nou ja, twee laatste dingen. Want na al dat gepraat willen jullie natuurlijk héél graag weten wat de plots zijn van de verhalen (En anders heb je pech gehad XD). Je kan ze ook in mijn NaNo-profiel vinden, maar vooruit, ik schrijf even twee nieuwe samenvattingen, speciaal voor jullie.

Samenvatting voor Thicker Than Water(is dus in het Engels, maar ik doe de samenvatting gewoon in NL):

Eindelijk, na vijf jaar voor haar demente moeder te moeten hebben gezorgd, is Daisy vrij om voor zichzelf te zorgen en in college scheikunde te studeren. Met haar 25 jaar heeft ze alleen niet zoveel contact met de leerlingen. Gelukkig is daar één jongen, Nick, ook 25, die ze vaag ergens van kent, met wie ze contact probeert te leggen. Maar ze heeft geen idee wat die jongen in haar leven zal brengen, en als hij weigert vrienden met haar te worden omdat hij bezet is wordt ze alleen maar nieuwsgieriger. En ze zal zich nog lang afvragen waarom.

Thicker Than Water is een vrij ambitieus verhaal: het is namelijk een vervolg. Maar niet op één verhaal, nee, op alle Engelstalige op zichzelf staande verhalen die ik tot nu toe heb geschreven. (One-shots, en één three-shot, tellen niet mee) De cast bestaat, op een uitzondering of drie na, ook alleen maar uit karakters die ik al eens eerder heb gebruikt. Heb je dus de smaak te pakken gekregen, dan raad ik je aan een aantal van mijn eerdere Engelstalige verhalen te lezen, te vinden op mijn website www.dutchaver.webs.com.

Samenvatting voor De Tweelingoorlogen:

Kator raakt gescheiden van zijn zes broertjes en zusjes, voor wie hij moet zorgen sinds ze uit het paleis zijn gevlucht en zijn ouders daarbij zijn omgekomen. Hij probeert uit alle macht bij ze te komen. Maar vanaf het moment dat hij in zijn doel is geslaagd, bestaat zijn leven alleen nog maar uit complete verrassingen. Een oorlog, die al eeuwen duurt en gestopt moet worden. Een tweede oorlog, die verdacht veel lijkt op de eerste en dus ook gestopt moet worden. Een tweeling die Kators leven compleet op zijn kop gooit. En in het midden daarvan een profetie waar alles om draait… en Kator krijgt meer antwoorden dan hem lief is…

De Tweelingoorlogen wil ik naar de uitgever brengen. Het is fantasy, maar ik doe mijn best om zoveel mogelijk mijn eigen stijl te hebben en zo min mogelijk Tolkien na te apen. Als het wordt wat ik denk dat het kan worden, dan zou het wel eens zo uit kunnen pakken dat er een boek van mij in de winkel ligt x) Als je met dit verhaal de smaak te pakken hebt gekregen – en je bent niet de eerste – dan raad ik je aan deze one-shot als voorproefje te lezen.

Dan rest mij nog jullie een fijne verdere week te wensen. Duim voor me in november! En ik blog hopelijk spoedig weer!

First Writer’s Problems

Een goeie schrijver kan 24 uur per dag schrijven. Een goeie schrijver kan dat overal – in een café, in een trein, in de auto, overal. Een goeie schrijver heeft nooit last van writer’s block en gaat altijd als een speer, even sterk als altijd, en heeft altijd een flinke dosis inspiratie.
Ik ben een redelijke schrijver.
Ik heb nooit writer’s block: ik geloof er niet in, en daarvoor mag ik de geweldige schrijver Philip Pullman bedanken met zijn advies. Omdat ik er niet in geloof heb ik het ook nooit: idioot, maar het werkt, in ieder geval voor mij.
Ook kan ik overal wel schrijven. Momenteel schrijf ik dit in de trein – net zoals vele one-shots, oftewel korte verhaaltjes, of hoofdstukken van langere verhalen, veel wordt er in de trein naar Leiden geschreven – maar ik heb ook al wel in een aantal restaurantjes de laptop erbij gepakt. En ik ben wel eens in de bibliotheek van Rotterdam aan het schrijven geslagen.
Maar dat 24 uur per dag kunnen schrijven, en altijd even sterk zijn, dat is nog een heikel punt voor me. Er zijn wel eens momenten dat ik een word-document voor me heb – of Scrivener, want dat prachtige programma gebruik ik voor verhalen met meerdere hoofdstukken, en het werkt perfect – en dat ik gewoon niks van goede kwaliteit op kan schrijven. Dan schrijf ik wel iets op, maar dat lees ik dan later terug en dan blijkt het toch troep te zijn. Meestal zijn dat momenten waarop ik teveel wil.
En tsja, soms gaat het dan zo lekker, zit je inspiratie zo ver boven het gemiddelde, dat je niet meer kan stoppen. En idioot genoeg gebeurt dat bij mij bijna altijd ergens op de grens van avond en nacht. Ik weet zeker dat een aantal van mijn lezers, die ook schrijven, nu knikkend achter de PC zitten, omdat ze dat gevoel herkennen. Dat idee dat je, als je nu je computer afsluit, dat je dan het beste je hele verhaal weg kan gooien. Omdat je nooit meer dat gevoel zal bereiken als dat je die avond/nacht hebt bereikt. Dat idee dat het nu af moet, omdat, als je het morgenochtend weer probeert, het dan troep zal zijn. Omdat je nu precies weet waar je heen moet of wil, en je bang en bijna panisch bent dat je het morgenochtend allemaal kwijt zal zijn.
En dat soort momenten heb ik nou nooit ‘s ochtends of ‘s middags, wanneer ik tijd genoeg heb en mijn bed me niet zachtjes port, en de boodschap fluistert, ‘Kom nou, het is genoeg geweest, ga nou slapen, je bent moe’. (Voor de getrouwde schrijvers onder ons: ‘bed’ is vervangbaar door ‘echtgenoot’/’echtgenote’. Voor de schrijvers van mijn leeftijd, of jonger, die ook thuis wonen en wier ouders langer opblijven dan de mijne: ‘bed’ is ook vervangbaar door ‘vader’/’moeder’/’ouders’)
Zo’n moment komt altijd ‘s avonds, en het is killing voor mijn nachtrust, omdat ik ergens wel heel graag naar bed wil maar weet dat ik gewoon niet kan stoppen. Al weet ik ergens ook wel weer dat die angst irrationeel is, dat ik het morgen ook nog wel zal kunnen, maar dat is moeilijker te accepteren. 
Heeft iemand een remedie tegen dit probleem van een schrijver? Tegen dit ‘first world problem’, maar dan de schrijversversie? Het liefst een remedie die niet inhoudt dat ik niet meer ‘s avonds de laptop erbij moet pakken?

Ik wacht met smart op jullie antwoord. En tot die tijd denk ik dat ik nog even aan het schrijven sla.

Tot de volgende blog!