Latest Entries »

Ja, het is weer die tijd van de maand het jaar. November, het jaar van NaNoWriMo, wat staat voor National Novel Writing Month. De maand waarin, als je meedoet met de wedstrijd, je 50.000 woorden moet schrijven tussen 1 en 30 november. (Of je kan meedoen met movember en je baard laten staan. Fine by me too, maar niks voor mij) De maand waarin ik race naar het beoogde doel in zo’n enorm tempo dat ik andere schrijvers verbluft achterlaat omdat ik toch wel 2.500 woorden in één uur haal. De maand waarin ik verkondig dat 50.000 voor zoveel mensen lastig is, maar niet voor mij, dat het zo makkelijk is dat ik het vorig jaar twee keer heb gedaan en zelfs dat nog ruim voordat november over was.
Maar dit jaar lijk ik eindelijk een uitdaging gevonden te hebben. En waar zit die? Niet in het aantal woorden, want 2012 heeft aangetoond dat ik ook voor 100.000 in 30 dagen mijn hand niet bepaald omdraai. Nee, dit jaar zit de uitdaging in de lengte van de hoofdstukken.
Eenieder die een lang verhaal van me heeft gelezen of geBèta’d weet dat ik erg kleine hoofdstukjes heb: meestal haal ik rond de 1.600 woorden per hoofdstuk. Heb ik een begin, een midden, en vaak ook een duidelijk eind. Niet per se een cliffhanger, maar wel iets wat aanvoelt als het eind van een hoofdstuk. Dat werkt prachtig zolang ik op internet dingen post, want het internet lijkt ervoor gemaakt. Daar is iets veel sneller langdradig dan in een boek, dus kan je de aandacht makkelijker behouden in korte hoofdstukken. Je hebt per slot van rekening nog die drie mails te lezen, een persoon die je op Skype aanspreekt, en je muziek draait, dus ben je snel weer afgeleid naar iets anders. Maar helaas – ik ben niet van plan om tot het einde der tijden me tot het internet te beperken, ik wil ook eens uitgegeven worden. En in een boek, wanneer je je er echt voor zet om het te lezen zonder andere afleidingen in de vorm van websites, kunnen korte hoofdstukken best irritant zijn. Dus, ik moet oefenen met langere hoofdstukken.
Dit is het vierde jaar dat ik meedoe, en als je het een beetje volgt weet je dat ik elk jaar een outline heb, een idee van wat ik in elk hoofdstuk wil. En daar zit dit jaar de uitdaging – want, van mezelf mag ik dit jaar maar vijftien hoofdstukken schrijven. Een snel rekensommetje vertelt je dan dat 50.000/30 ≈ 3.333 woorden per hoofdstuk. Ongeveer twee keer zo lang als wat ik normaal gesproken uitspook in een hoofdstuk.
En ik moet zeggen, eindelijk is november voor mij eens een uitdaging, want ik zit te worstelen. Niet met de 50.000, want dat haal ik wel, maar met het beoogde doel per hoofdstuk. In mijn outline heb ik niet voldoende rekening gehouden met de hoofdstuklengte, waardoor het veel meer improviseren is om een hoofdstuk te vullen. En, meestal kan ik met de 50.000 wel een verhaal creëren dat een beetje lekker tempo heeft, zonder kul te hebben, door die outline – maar al meer dan eens hier heb ik mijn hoofdstukken met kul moeten vullen om maar die 3.333 te bereiken. Ik wil de hele tijd eerder stoppen, maar dat mag ik niet. Ja, ik heb een uitdaging gevonden. Lastigste NaNoWriMo tot nu toe? Dat zou best wel eens kunnen. 50.000 blijkt soms dus nog moeilijker te zijn dan de 100.000, als je voor jezelf maar een ander doel stelt.
En natuurlijk willen jullie heel graag weten waar ik dit jaar over schrijf. Dit jaar heb ik me een bijzonder origineel en uniek plot eigen gemaakt: ik schrijf namelijk, jawel, een parodie. Alsof het nog niet moeilijk genoeg was leg ik me ook nog eens toe op een genre dat ik totaal niet gewend ben omdat ik meestal een beetje faal in het grappig zijn in verhalen. En waarop dan, vragen jullie je waarschijnlijk af? Op alle trucjes die Wrimo’s(schrijvers die meedoen aan NaNoWriMo) gebruiken om de 50.000 te halen.
NaNoWriMo is geen nieuwe wedstrijd – het draaide al een hele tijd voordat ik besloot mee te doen, en het was er volgens mij zelfs al voordat ik (in 2008) serieus ben gaan schrijven. Dat betekent dus dat de ‘community’ die erachter zit met z’n allen een aantal trucjes heeft bedacht voor die 50.000, een beetje inside jokes soms. Je hebt bijvoorbeeld de Travelling Shovel of Death: die gooi je in je verhaal om er een karakter mee om te brengen, en dat zorgt al gelijk voor een mooi aantal extra woorden. Je kan een Wordcount Dragon adopteren, die groeit naarmate je dichter bij die 50.000 komt. En je kan mr. Ian Woon in je verhaal gooien: zijn naam is een anagram van NaNoWriMo. Je gooit hem in je verhaal, hij zegt wat woorden, en je kan meteen weer door met dat extraatje als je vast zit. Als de wedstrijd voorbij is en je weer na mag denken over je plot kan je hem eruit halen, want dan gaat het niet meer over die 50K en kan je aan kwaliteit denken.
Op dat soort trucjes, en meer, is mijn verhaal een parodie. In mijn (overigens Engelstalige) verhaal is mr. Ian Woon de hoofdpersoon en loopt hij bij een psychiater omdat hij een enorm minderwaardigheidscomplex heeft, want niemand geeft nog om hem, want hij wordt per slot van rekening toch wel steeds uit het verhaal gehaald. In die richting moet je het zoeken. Hij heeft een chauffeur die hem van verhaal naar verhaal vervoert, enzovoorts. Tot nu toe vind ik het niet zo heel erg grappig, maar het is in ieder geval een andere kijk op het schrijven van verhalen, en dat aspect vind ik wel heel leuk om neer te pennen. En, het is een heel origineel plot, want als het al eens door iemand anders is gedaan, dan in ieder geval niet zó. Verder is er een vijand, worden er een aantal termen uit de fictie helemaal door de war gegooid, en krijg je een kijkje ‘achter de schermen’.
Alleen, tsja, die lange hoofdstukken hè. Ik had in mijn outline vijftien hoofdstukken, maar nu heb ik het probleem al dat ik noodgedwongen twee hoofdstukken samen moest voegen, waardoor ik er veertien over heb, waardoor het er niet makkelijker op wordt. Heel interessant is het verhaal op sommige stukken dus niet, en ik heb tot nu toe ook mijn twijfels over de antagonist. (Ik wil bij deze Mafalda, mijn Bèta voor het verhaal, dus ook al vast waarschuwen – verwacht niets hoogstaands xD)

En wat ook niet helpt is dat ik het dit jaar moet combineren met tentamens. In 2010 had ik iets dergelijks met proefwerkweek en dat is toen ook goed gegaan, maar desondanks lastig om, nadat je de hele dag keihard hebt geleerd en de stoom zowat uit je oren komt, ook nog een uurtje te schrijven. Vermoeiend, hoe erg dat ook een luxeprobleem is. Ik had afgelopen donderdag een tentamen(SGZ, dat rotvak waarvan ik het tentamen al drie keer eerder had gemaakt) en dat tentamen heb ik tot mijn opluchting vrij ruim gehaald: vrijdag heb ik weer een tentamen, en ik mag het gaan combineren met normale colleges, het schrijven van een opdracht, naar een beloofde write-in gaan en NaNoWriMo itself natuurlijk. Een druk weekje voor de boeg dus, maar ik hoef me in ieder geval niet te vervelen. Aangezien ik een periode achter de rug heb met maar twee contacturen per week is dit wel even verfrissend. Ik word nu wel weer beziggehouden.

En dat was het denk ik wel weer voor dit blogje. Duim voor me jongens, 50.000 gaat hopelijk dit jaar ook gewoon lukken^^

Vakantie deel 2

Dus, hier nog een keer de foto van mijn boeken:

2013-08-20 23.34.22

 

Het meest linkerboek is A Feast for Crows van George R.R. Martin, in vertaling. Deel vier uit de A Song Of Ice And Fire-reeks, bekend van de TV-serie Game of Thrones. (Momenteel bezig met seizoen drie, nog niet afgekeken) Het irritante aan dit boek is dat de helft van de karakters er niet is – die zitten in boek vijf. Op zich is het plot interessant genoeg om je aandacht erbij te houden, en er sterft een karakter in(waarschijnlijk geen verrassing) waarbij ik steil achteroversloeg van verbazing, want die zag ik niet aankomen. Het is zeker een goed boek – ik ergerde me alleen aan het enorm hoge tempo van de latere hoofdstukken vanuit het oogpunt van Cersei en Jaime. Maar, goed boek.

Het boek daarnaast is A Dance with Dragons van dezelfde schrijver, ook in vertaling. Het boek daarnaast trouwens ook – het is in twee delen uitgegeven. Ik heb veel negatiefs over dit boek gehoord. Het zou saai zijn, er zou niets in gebeuren, het zou heel voorspelbaar aanvoelen, enzovoorts. Ik heb het wel eens vergeleken horen worden met boek tien uit het Rad des Tijds, wat vol staat met beschrijving maar waar helemaal niets in gebeurt. Verrassing – ik ben het met alles oneens. Dit was een goed boek, onverwachts en met een veel prettiger tempo dan boek vier. Ik heb helaas alleen het eerste deel kunnen lezen, in het tweede deel ben ik nu bezig. En jullie horen nog wat ik daarvan vond.

Dan zijn we bij De Bron der Verheffing van Brandon Sanderson aangekomen. In vertaling, again. Brandon Sanderson schrijft fantasy en is bekend geworden omdat hij het Rad des Tijds heeft afgerond toen de oorspronkelijke schrijver daarvan overleed. Ik wilde wel eens een afzonderlijke, eigen serie van hem lezen en dat werd Mistborn. Boek één was goed, boek twee las al net zo prettig weg en ik heb me zeker vermaakt. Brandon Sanderson heeft een heel fijne schrijfstijl en hij heeft iets wat ik bij George R.R. Martin & Robert Jordan een beetje mis – briljante twists. Tuurlijk, George R.R. Martin heeft twists, maar bij geen van die twists denk je echt ‘dit is zo slim in elkaar gezet’ of ‘ooh, wat is de schrijver geniaal, ik ben totaal op het verkeerde been gezet’. Dat heb ik wel bij hem. Minpuntje is dat de serie zelf niet zo episch aanvoelt als A Song of Ice and Fire – maar dat is meer iets intuïtiefs. Dit is deel twee en eindigt met zo’n heerlijke twist dat ik eigenlijk meteen boek drie wil lezen.

Het dunne rode boekje daarnaast is I Am Not A Serial Killer van Dan Wells. Niet in vertaling, uniek. (Er was namelijk geen vertaling beschikbaar) Ik heb het in een eerdere blog wel eens gehad over de podcast Writing Excuses, waarvan ik veel heb geleerd op het gebied van schrijven. Brandon Sanderson is één van de schrijvers die standaard in de podcast zit. Dan Wells is een ander. (De andere twee zijn Mary Robinette Kowal en Howard Tayler, als één van die namen jullie wat zegt) Dan Wells had het vaak over zijn werk, en hij is horrorauteur, dus dacht ik ‘ik zal eens een poging wagen en kijken of hij inderdaad het recht erop heeft om mij te vertellen hoe ik moet schrijven’
Dat had hij. Brrr, eng boek. Zit goed in elkaar, maar lees het niet voor het slapengaan. De hoofdpersoon is een sociopaat, geobsedeerd met seriemoordenaars, die probeert om een seriemoordenaar in zijn eigen dorp te vangen. Erg goed geschreven en een aanrader.

De drie witte boekjes zijn van eigen makelij en het zwarte boek daarnaast, daar kom ik zo op. Dan hebben we The man who mistook his wife for a hat van Oliver Sacks. Wederom in vertaling. Het enige non-fictieboek dat ik bij me had(naast een uitgave van Schrijven Magazine) en het las zo af en toe wel irritant. Oliver Sacks heeft een duidelijk wetenschappelijke schrijfstijl, maar dat zorgt er ook voor dat hij vaak enorm grote woorden gebruikt, wat dus erg afleidt en dus irritant leest. Toch heb ik me vermaakt, want hij behandelt wel heel interessante cases. Het wordt echt speciaal in het laatste deel, wanneer hij het over verstandelijk gehandicapte mensen heeft, want daar spat niet alleen de wetenschappelijke interesse, maar ook het enthousiasme en de bewondering vanaf.

Dan hebben we de boekenkast min of meer gehad. Ook heb ik Het Menselijk Lichaam van Paolo Giordano gelezen. In vertaling want ik spreek geen Italiaans. Deze schrijver is wellicht bekend van De Eenzaamheid van de Priemgetallen, waar ik heel veel lovends over heb gehoord. Persoonlijk vind ik dit boek beter. In de boeken van Giordano mis ik een beetje structuur – er is geen duidelijke kop of staart en er wordt soms net iets te kwistig rondgestrooid met perspectiefwisselingen. De Eenzaamheid van de Priemgetallen had een heel abrupt en onbevredigend eind, Het Menselijk Lichaam heeft een veel beter eind dat ook beter werkt. De structuur miste ik wel, maar dit is een goed boek dat lekker weglas.

En dan nog de sensatie van het jaar, Inferno van Dan Brown. In vertaling. Heel veel lovends en goeds over gehoord. En inderdaad, het leest lekker weg. Het heeft echt briljante twists; voor het eerst heb ik een Dan Brown-boek gelezen met open mond omdat ik dingen gewoon echt niet aan zag komen. De karakters zijn goed uitgewerkt.
Toch is dit voor mij het slechtste en meest teleurstellende boek geweest dat ik op vakantie heb gelezen, om twee redenen. Ten eerste omdat Dan Brown zo af en toe een stukje plot afwisselt met een stukje beschrijving van de omgeving. Daar is niks mis mee, maar hij doet het op een reisgids-manier waarbij ik dacht ‘en als u nu naar rechts kijkt, dan ziet u…’. Als ik een reisgids wil lezen, meneer Brown, dan lees ik wel een reisgids. Die stukjes sloeg ik dan ook na een tijdje over. En de tweede teleurstelling is het eind, wat echt een vet onbevredigend en niet-vervullend eind is waarbij ik zin had het boek weg te gooien. Veel erger nog dan bij De Eenzaamheid van de Priemgetallen.
Het ergste is dat het niet had gehoeven. Het is echt een goed boek als je het eind en de reisgids niet meerekent. Want ja, het leest vlot weg, het zit slim in elkaar, het plot is goed. Het boek is het net niet, en net niet is het meest irritante wat er bestaat. Het eind had zoveel beter gekund.

Dan tenslotte dat zwarte boek. The Fault in our Stars van John Green. Jawel, ook deze in vertaling. Ik wilde niet eindigen op een kritische noot.
Ik denk dat ik een nieuw lievelingsboek heb. Het boek is prachtig. Het heeft er niks mee te maken dat een deel in Amsterdam plaatsvindt. Het heeft er niets mee te maken dat één van de karakters Nederlands is. Het boek werkt. Het leest verslavend goed weg en is emotioneel, kan je laten huilen en laten lachen, precies wanneer het nodig is. Het zit vol met gezonde humor maar tegelijkertijd is er ook een tragedie. De hoofdpersoon, Hazel Grace, is zeventien jaar en heeft kanker en geen idee hoe lang ze nog te leven heeft. Ze heeft een lievelingsboek waarin de hoofdpersoon aan kanker leidt en een open einde heeft, en wil al heel lang weten hoe het afloopt. Dan komt ze Augustus Waters, een overlevende van kanker, tegen op een praatgroep en wordt stapelverliefd op hem. Samen zoeken ze naar de schrijver, die in Nederland blijkt te wonen, en ze zoeken hem op om erachter te komen hoe het afloopt met dat karakter. Meer ga ik niet zeggen, maar ga het boek kopen. Het is een prachtboek, wat me tot de volgende conclusie leidt:

2013-08-20-23.08.40_thumb

Eén van deze boeken is prachtig en fantastisch en verdient een miljard prijzen. De andere komt van mijn hand.

Eindelijk maar weer eens een blogje na een lange periode van inactiviteit. (Jep, ik ben geen trouwe schrijver – lezers van mijn oude blog die kunnen dat bevestigen) En dat blogje gaat, natuurlijk, over mijn twee weken in Berck.
Weten jullie mijn vakantie van vorig jaar nog? Dat was in de gigantische metropool Escalles, die uit wel ruwweg twintig huizen bestond. Jep, het was een heel klein dorpje, en het lag vlak onder Calais. Voor wie niet weet waar Calais ligt – als je met de boot naar Engeland wilt, pak je meestal de boot die uit deze stad vertrekt. Overigens is dat ook het meest interessante aan Calais – verder is het een saaie, troosteloze industriestad. Maar daar heb ik het nu niet over.
Escalles was vorig jaar goed bevallen, dus besloten we in die buurt opnieuw op vakantie te gaan. En met ‘in die buurt’ bedoel ik ‘honderd kilometer ervandaan’, in het plaatsje Berck. Ongeveer half Normandië, geloof ik.
Escalles lag aan het strand, en wat dat betreft hebben we ook ons huisje in Berck goed opgezocht. Ook dat huisje lag namelijk bij het strand, al was het iets verder weg – een klein stukje met de auto als de hond mee moest. (Ze kan namelijk niet zo ver meer lopen)
Wat heb ik zoal in Berck gedaan, die twee weken? Allereerst, redelijk veel spelletjes gespeeld op mijn telefoon…

2013-08-14 23.05.38

…Veel naar het strand geweest…

2013-08-18 13.29.58

…Me verwonderd over het aparte Engels van de Fransen…

2013-08-18 16.47.10

(Is mijn Engels nou zo raar of staat daar ‘gepaste jurk in het dorp alstublieft’?)

…Zo af en toe iets Nederlands op een winkel tegengekomen…

2013-08-18 16.58.27

…En een vrij lange strandwandeling gemaakt vanaf Berck naar Touquet, een klein stadje dat ruwweg twaalf kilometer vanaf Berck ligt. De laatste twee foto’s zijn ook van dat kleine stadje, gemaakt als afsluiter van de wandeling.

Die was samen met mijn moeder – we hadden allebei zoiets van ‘we nemen lunch mee, we lopen het strand op en we zien wel hoe ver we komen’. Dat was voor een groot deel op blote voeten, en na een tijdje merkte ik dat het zand op bepaalde punten wel héél heet aanvoelde. Jep, er begonnen blaren te ontstaan, en zodra ik dat besefte gingen de sandalen aan. Goeie tip – nooit met sandalen aan door water lopen, want het geeft als een gek af. Ik heb nog dagen mijn voeten schoon staan maken om al het zwarte van mijn voeten af te krijgen.
(Trouwens, ik heb toen toch geen blaar ontwikkeld omdat ik op tijd mijn sandalen aantrok. Eenmaal terug in Rotterdam, echter, ben ik één keer op en neer geweest om boodschappen te doen met sandalen aan – toen had ik ineens wél een blaar. Ik heb rare voeten)
Touquet is trouwens een vrij rijke stad, al is het niet al te groot. Ik heb begrepen dat het vroeger vol stond met buitenhuizen van rijke Parijzenaars(hoe spel je dat?) en toen wij er waren was dat ook nog wel duidelijk toonbaar. Daarnaast vielen ons nog twee dingen op:

2013-08-18 17.10.10

…Het mooie uitzicht, tussen de bomen door, en…

2013-08-18 17.05.43

…Een middeleeuws ogend gebouw dat dienst deed als winkelcentrum, waarin ze ook een heerlijk restaurant hadden…

2013-08-18 19.33.18

“La Village Suisse” oftewel Het Zwitserse Dorpje. Geen idee waarom het zo heette, maar het was erg lekker eten daar. En we waren vroeg, dus we hadden het hele restaurant voor onszelf. De meeste Fransen eten laat, blijkt maar weer.

Strandwandelingen maken is trouwens niet het enige wat ik gedaan heb. Ik heb ook geklommen. Daar heb ik geen foto’s van – een aantal kilometers van het vakantiepark was er een klimpark, met platformen hoog in de bomen. Je wordt dan bevestigd met haken aan veiligheidstouwen, en zo moet je je voortbewegen van platform naar platform, op grote hoogte. Het was doodeng. Er waren vier routes – uit m’n hoofd oranje, blauw, rood en zwart. De rode route ging halverwege over in zwart. Met grote trots kan ik zeggen dat ik, in een slakkengangetje, de rode route heb gedaan. De zwarte was te lastig – ik ben geen daredevil.

Honderd kilometer van Calais moesten we natuurlijk ook een dagje Dover doen. We hadden dat vorig jaar ook al eens gedaan en het was zo goed bevallen dat we graag nog een keer terug wilden – dus, vroeg uit de veren, een stevige rit in de auto, en we zaten op de boot naar Groot-Brittannië. Toen die eenmaal vertrok even op het dek van de boot Frankrijk gedag gezegd, en zelfs nog even langs Escalles gevaren…

2013-08-19 10.09.05

…Voordat we dan in Dover aankwamen.

Het is een enorme opluchting om, na een aantal dagen je te hebben moeten redden in Frans dat nét goed genoeg is om duidelijk te maken wat je wilt, ineens Engels te mogen praten, een taal die we allevier vloeiend beeersen. Een taal waarin je makkelijk duidelijk kan maken wat je wilt en onderwijl het nog even over het weer in Nederland kan hebben, want je draait je hand er niet voor om.
In Dover hebben we een wandeling gedaan over de beroemde white cliffs of Dover. Dit was trouwens wel de dag na de enorme strandwandeling(ja sorry, de blog is niet altijd chronologisch) dus mijn voeten waren al erg moe, en waren mij er niet dankbaar om dat ik ze nog een keer belastte – maar dan is het gewoon tanden op elkaar en doorlopen. En het was het waard. We hebben wegens tijdgebrek de wandeling niet af kunnen maken, maar wat hebben we voor mooie dingen gezien…

2013-08-19 11.17.542013-08-19 11.18.162013-08-19 14.14.412013-08-19 12.12.20

…En we zijn ook in Dover Castle geweest. Ook dat hadden we vorig jaar al gedaan, maar daar was zo vreselijk veel te zien dat we niet genoeg tijd hadden om, met de bootreis in gedachten, alles ook echt te bezoeken. Poging twee kwam dus dit jaar, en er komt wat mij betreft ooit nog een poging drie want er is écht veel te doen. Daar had ik misschien ook meer van kunnen genieten als ik niet zo moe was geweest.
En natuurlijk heb ik daar ook foto’s van…

2013-08-19 14.38.572013-08-19 14.15.462013-08-19 14.15.372013-08-19 15.07.32

…En een paar dagen later zijn we ook nog even teruggegaan naar Escalles, waar we wat gedronken hebben. We hebben gezwaaid naar ons huis van een jaar terug(een Belvilla en dus ook gewoon een woonhuis), hebben het strand bezocht en hebben een wandeling gemaakt die we vorig jaar ook maakten. Een ‘trip down memory lane’, was het eigenlijk, en best een leuke. Helaas heb ik daar geen foto’s van.

Waar ik wel foto’s van heb, is een wandeling met gids, een aantal dagen later. Dat was langs de banken waarop zeehonden lagen, en we zijn erg dichtbij geweest om foto’s te maken. Verder was het een heel interessante reis en een enorme opluchting dat de gids ook gewoon Engels praatte en zijn rondleiding dus in twee talen deed. Ik heb vooral foto’s gemaakt van de zeehonden…

2013-08-22 19.01.22

…En dit lijken stipjes, maar mijn telefoon kan niet heel ver inzoomen. We waren echt dichtbij, en ik heb daar een half uur lang alleen maar zitten kijken. Zo af en toe met het blote oog, vaak genoeg ook met een verrekijker/telescoop die de gids mee had gebracht. Het was een heel boeiende wandeling.

Maar natuurlijk heb ik niet alleen gereisd. Ik heb namelijk ook gelezen. Veel gelezen. Hier mijn ‘boekenkast’, daar in Berck:

2013-08-20 23.34.22

Dit, min de drie dunne witte boekjes in het midden(Testify, een verhaal van eigen werk dat ik gratis mocht laten drukken omdat ik NaNoWriMo heb gehaald, en dus hoef ik het niet echt meer te lezen), plus een boek op mijn telefoon, plus Inferno, is wat ik gelezen heb. Het leek me wel leuk om mijn mening over die boeken met jullie te delen.

En dat doe ik in deel twee van dit blogje.

Woensdag, twee weken geleden, heeft mijn oma een vrij ingrijpende operatie ondergaan: een bypass, een omleiding van het bloed in haar hart (als ik het goed heb begrepen). Ze was kortademig en na een bezoekje aan de huisarts kwam eruit dat ze het best een operatie kon ondergaan. Dat was een vrij onaangename en spannende woensdag voor ons allemaal, maar ze is er goed uit gekomen.
Maar ja, haar borst is open geweest, haar hart heeft een tijdje moeten stoppen, ze heeft aan de beademing gelegen en de hart-long machine is aan geweest. Zo’n enorme operatie heeft natuurlijk een grote impact op je lichaam: heel veel dingen kan ze nu niet en moet ze langzamerhand weer oppakken. Koken, afwassen, tafel dekken, boodschappen doen…
…Dus moest iemand dat eens nodig van haar overnemen totdat ze weer bij was gekomen. En wie was de perfecte kandidaat, met zeeën van tijd en geen vakantiewerk? Jup, ik.
Het is grappig hoe sterk je ineens de controle hebt over alles. Thuis doe ik op een blauwe maandag boodschappen, kook ik héél soms met wat assistentie en hebben we een vaatwasser. Mijn oma heeft geen vaatwasser en de andere twee spreken voor zich. En ik zag er ook wel zo mijn mogelijkheden in: ik ben 21 en moet verdorie veel meer in het huishouden kunnen dan dat ik eigenlijk kan, en met die gedachte ben ik momenteel in Den Haag ipv Rotterdam te vinden.
Stofzuigen moet ik héél af en toe. Mijn oma heeft een werkster, dus het is meer haar taak dan het mijne. Dweilen heb ik tot nu toe niet hoeven doen: wassen en strijken ook niet, al hoop ik dat strijken binnenkort te moeten. Maar daarnaast wel de boodschappen dus, het koken, enzovoorts.
Hoewel, dat koken heb ik ook niet al te vaak gedaan. Sinds vorige week dinsdag speel ik de mantelzorger(zo heet dat) en mijn tante woont in de buurt, dus had zij praktisch elke dag tot zaterdag gekookt. Ze maakt hemelse lasagne, maar ik heb die zaterdag heel duidelijk gemaakt dat zij níét moest koken. Ik wilde eens koken zonder assistentie en alles zelf doen. Want, nogmaals, als het om huishoudelijke vermogens gaat ben ik hopeloos en daar wil ik graag verandering in brengen.
Nou, het huis staat er nog. De sperziebonen waren heerlijk, de aardappelen ook en het hamburgertje was verrassend lekker, en ik hou niet eens zo erg van vlees. Het ging zo goed dat ik het maandag & dinsdag(deze week) ook over heb genomen. In beide gevallen heb ik toen wel wat assistentie gehad, maar ik weet nu tenminste ook dat ik het zelf kan. Op gas koken is niet moeilijk, zelfs al ben je inductie gewend, en zonder assistentie koken is ook makkelijker dan ik dacht.
Wat wel een uitdaging is, is weerstand bieden aan mijn oma, zo af en toe. Mijn oma is geweldig, doet op 77-jarige leeftijd nog een hoop zelf, rijdt nog zelf auto, enzovoorts… maar de keerzijde van de medaille is dat ze dus niet goed is in stilzitten. We hebben een keertje samen boodschappen gedaan, en verder dan dat mag ze nog steeds niet van mij. (Ze wilde op en neer naar de bruna, samen met mij, wat een kwartier lopen is. Nou, daar heb ik dus mooi een stokje voor gestoken) Uiteindelijk heb ik besloten dat ik geen controle heb over wat ze allemaal in huis uitspookt – ik heb ook geen zin om haar 24 uur per dag in de gaten te houden – maar de wandelingen naar buiten, die heb ik wél onder controle, dus die hou ik ook zo goed mogelijk. Soms eindigt mijn oma de dag met de klacht ‘ik heb vandaag nog geen flikker gedaan’(ja, letterlijk die woorden) waarop ik reageer ‘goed zo oma, ik ben trots op u, blijf voorlopig nog maar even van de flikkers af’.
Het heeft toch wel wat, alles zo onder controle hebben. Het is een soort van voorproefje op het op kamers gaan, waarvoor ik tot dinsdag schromelijk onvoorbereid was, maar nu voel ik me wel een stuk beter daarover.
Alleen, bij het op kamers gaan horen de discussies natuurlijk niet. Ach, mijn oma kan ik wel aan.
Denk ik.
En morgen kook ik gewoon lekker weer. Ik heb er zin in!

(Oh, trouwens, ik ben ‘over’ naar het derde jaar psychologie! Twee vakken niet gehaald, waarvan één verplicht. Dat wordt dus twee vakken extra volgend jaar, maar ik heb er alle vertrouwen in)

(Of: waarom ik knettergekke ouders heb.)
(Of: als je toch lekker aan het bloggen bent na een lange stilte, waarom dan geen twee blogs achter elkaar om het goed te maken?)

Voor alle nieuwe mensen die hier binnen komen stromen even een open deur: ik schrijf. Als ik een week lang niet heb geschreven ben ik erg inspiratieloos, heb ik een maand niet geschreven dan ben ik waarschijnlijk ernstig ziek. En wat schrijf ik dan? Alles behalve songteksten, eigenlijk. Dus, poëzie, proza, blogs(dúh), tweets, tegenwoordig zelfs weer RPG, dus alles waar geen noten aan vastzitten.
Hoe schrijven de meeste schrijvers? Nou, niemand schrijft direct een goed verhaal, het kost even tijd. Hoe ik schrijf, is dat ik een verhaal schrijf, dat opstuur naar een vriend of vriendin(mijn ‘Bètareader’) en als ik het terugkrijg met commentaar pas ik het aan. Nou, twee of drie dagen terug was ik bezig met het aanpassen van een Engelstalig verhaal dat ik hoop ergens eind augustus of september te posten. En wat merkte ik aan mezelf? Ik was kritischer. Véél kritischer dan dat ik normaal gesproken van mezelf gewend ben. En wat vond ik het leuk.

Als ik kijk naar het vorige verhaal waar ik zo met de schop doorheen ben gegaan, is dit wel een enorme vooruitgang. Dat verhaal heette I Never en was eigenlijk Love Actually/Alles Is Liefde in verhaalvorm. Zes verschillende plotlijnen. Een interessant concept, maar ik had een aantal reviewers die behoorlijk kritisch waren en de plotlijnen soms gewoon veel te zwak vonden. Eén was zelfs afgehaakt.
Ik kan natuurlijk niet spreken voor dit verhaal, maar toen ik I Never had doorgelezen was ik ook een stuk minder kritisch. Het was al twee jaar lang aan de gang en ik was het een beetje zat, dat kan hebben meegespeeld in dat ik het enigszins heb afgeraffeld. Maar persoonlijk denk ik dat er nog iets anders meespeelt.
Ik ben nu veel meer met het schrijven in kwestie bezig.

Dat klinkt raar, maar laat me het uitleggen. Twee blogs geleden – eind december dus – deed ik maar wat en oefende ik op die manier mijn vertelkunsten. Ik schreef one-shots, lange verhalen, gedichten, enzovoorts.
Dat doe ik nu ook. Maar wat is het verschil? Nou, naast dat oefenend schrijven lees ik ook boeken over schrijven, en luister ik dagelijks naar een schrijf-podcast met tips over een bepaald onderwerp. En verdorie, dat helpt wel enorm. De tips die ik krijg nestelen zich vanzelf wel in mijn hoofd, en ze zijn makkelijk te onthouden – ik verwerk ze nu zoveel mogelijk in mijn verhalen, en die worden daar ook alleen maar beter door.
Een voorbeeld is dat het verhaal dat ik nu aan het aanpassen ben(‘editten’, zoals ik dat noem) gedeeltelijk over een maffiabaas gaat (Het plot verklap ik lekker niet, gnagna). En in de oorspronkelijke versie is het een heel cliché vijand voor mijn hoofdpersoon die met zijn vijanden speelt en houdt van chaos, enzovoorts.
Wat heb ik van de podcast, waar ik dagelijks naar luister, begrepen? ‘Don’t tell your villain he’s the villain. He’s the protagonist of his own story’. (Ja, het is een Engelse podcast) En ik kijk nog eens naar mijn verhaal, en inderdaad, de maffiabaas is gewoon niet overtuigend. Ik moet nog beginnen met aanpassen, maar daar kan ik dus stevig met de schop doorheen, en die maffiabaas moet een stuk geloofwaardiger worden. Iedereen is de held van zijn eigen verhaal, en de vijand ook. En het is eigenlijk best leuk aan het worden, zo kritisch zijn. Grappig: vroeger had ik echt een enorme hekel aan editten, maar nu kan ik mijn lol gewoon niet op!

Ik luister trouwens niet alleen naar podcasts en ik lees ook niet alleen maar boeken. Ik heb net een cursus spannend schrijven in Voorburg(eindje weg, maar gezellige mensen) afgerond, waar ik ook heel veel heb geleerd. Dingen als ‘show, don’t tell’, bijvoorbeeld, of actief beschrijven. Dacht dat ik er niets zou leren, maar daar zat ik héél erg naast. En daarbij heb ik ook een uitgave van een tijdschrift gekregen genaamd Schrijven Magazine, voor debutanten.
Mijn moeder wilde die eens lezen, dus heb ik die in alle onschuld aan haar gegeven. Twee uur later krijg ik een mail van haar dat ze een abonnement voor me heeft geregeld voor het komende jaar, als cadeautje voor het halen van m’n P.
Ik heb knettergekke ouders. Wat heerlijk :’) En daarbij gelijk ook een tweede boek over schrijven(‘De Schrijfbijbel’) waar ik me ook nog eens in kan verdiepen.
Moraal van het verhaal? Als je wilt schrijven is schrijven alleen niet genoeg. Verdiep je er echt helemaal in, want het is héél belangrijk dat je leert wat andere mensen graag lezen.

De podcast waar ik het over heb is te vinden op www.writingexcuses.com. Drie(of vier, in latere seizoenen) bekende schrijvers, waarvan één de schrijver van de laatste boeken van het Rad des Tijds, praten in het Engels over bepaalde onderdelen van het schrijven en wat het beste werkt. Vijftien minuten lang, want jij hebt haast en zij zijn niet zo slim. (Nee, die tagline werkt toch beter in het Engels) Ben me momenteel door de eerdere seizoenen aan het werken en zit bij seizoen drie – ze updaten elke zondag en zitten momenteel bij seizoen acht, dus ben nog wel even zoet.

De twee boeken zijn dus De Schrijfbijbel van TenPages.com(in alle eerlijkheid, ik moet er nog in beginnen…) en How Not To Write A Novel van Sandra Newman & Howard Mittelmark. De eerste is in het Nederlands, de tweede in het Engels. Het tweede boek is hilarisch en behulpzaam, en daar leer je ook heel veel van als je niet dubbel ligt van de lach. (En soms zelfs dan!)
Het tijdschrift is Schrijven Magazine. Wordt in Amsterdam gemaakt en is landelijk: elke twee maanden een nieuw blad, 36 euro per jaar.
Allemaal zeker aan te raden als je met schrijven wilt beginnen en er net zo serieus over bent als ik, want je leert er echt heel veel van.

Wat trouwens ook mee kan spelen, is dat ik de laatste zes maanden alleen in het Nederlands en niet in het Engels geschreven heb, trouwens, waardoor ik misschien ook meer op moedertaalniveau naar het Engels kan kijken… maar daar gaat het niet over nu, toch? =P

En, zitten er nog schrijvers met veel ambitie tussen de lezers van dit blogje?

Behalve dan dat ik een blogje had geschreven, ergens een paar maanden terug, over dat ik jarig was geweest en ik een verwend nest was omdat ik zoveel cadeaus heb gekregen. Van mijn familie, van mijn vrienden, en er komt nog een zéér verlaat cadeautje aan komende zondag. Maar dat blogje heb ik nooit gepost omdat het nu juni is, mijn verjaardag 2,5 maanden geleden, en het me knap doelloos lijkt om er dan nog over te bloggen xD Dus.

Allereerst: jullie mogen Daxira van het Dreuzels-forum bedanken, die me even gepord had dat ik weer eens snel moet bloggen. Want dat ik hier inactief ben, ja, dat is jullie hopelijk inmiddels wel duidelijk. Sorry? Ik ga geen beloftes maken, want wie weet heb ik die over een jaar weer verbroken xD Ik ben niet zo’n trouwe blogger, blijkt maar weer.

Genoeg excuses. Jullie allemaal nog een heel vrolijk Pasen gewenst, en Pinksteren, en Hemelvaart(dat hebben we toch ook gehad?) en moederdag. Is dat ook meteen achter de rug 0=)

Over Pinksteren gesproken, ik had serieus bíjna met de Roparun mee gemogen dit jaar.
Voor de mensen die nog niet bekend zijn met de Roparun: het is van Parijs tot Rotterdam, een estafetteloop. Je hebt fietsers, chauffers en natuurlijk – belangrijk – lopers. Het was oorspronkelijk omgekeerd, van Rotterdam naar Parijs(daarom heet het ook niet de Parorun) maar Parijs was er niet zo blij mee dat al die Rotterdammers steeds langskwamen voor de finish, dus hebben ze ‘t omgedraaid.
Goed. Ik was dus bijna mee geweest als fietser. Er waren namelijk vier fietsers op de tocht, en ik was eerste reserve – dus als één van de fietsers een enkel zou verstuiken, of er iets anders zou gebeuren, mocht ik mee. En wat was ik graag mee gegaan. Eén van de fietsers zat zelfs in Cuba tot de dag vóór de loop, dus ik hoopte nog stiekem dat ze terugkwam met één of andere ziekte die haar een paar daagjes uit zou schakelen… Helaas.
Maar ja, wel meer tijd gehad om te leren, en dat heb ik dan ook met overgave gedaan. Ik heb inmiddels twee tentamenperiodes achter de rug: één tentamenperiode waar ik nu de wrange vruchten van pluk, namelijk dat ik veel te weinig heb gedaan. Ik had daarvoor namelijk een súper relaxte periode waarin ik amper wat hoefde te doen voor mijn vakken, en probeer dan maar eens hard te werken voor je tentamens – dat gaat dus gewoon niet, en dat ging ook niet. Eén van de drie tentamens gehaald, wat best wel gênant was.
De tweede tentamenperiode was voor mij héél belangrijk. Waarom? Nou, zoals jullie misschien nog wel weten van vorig jaar kwam ik een vak tekort voor mijn propedeuse. Dat was Bio- en Neuropsychologie, of bio-neuro in het kort. Dat vak móést ik dus dit keer halen, want nog een keer niet halen was einde verhaal.
En, tot mijn opluchting heb ik het vak dit keer wél binnen. Heb vol overgave geleerd. (Statistiek had ik de dag erna, maar niet gehaald, omdat ik véél meer tijd heb gestoken in bio-neuro) Dus jongens, ik heb dan toch éíndelijk mijn propedeuse binnen.

Verder nog, hebben jullie ook zo’n enorme angst voor presentaties? Ik wel, en ik moest eergisteren een presentatie geven in mijn eentje van tien minuten. Vond het doodeng, maar ben er volgens mij zonder kleerscheuren uit gekomen. Tip: begin met een grapje, dat werkte héél goed voor mij. Breek je meteen het ijs voor jezelf en voor je publiek, en daarna voel je je een stuk beter op je gemak. Oh, en wat ik nóóit doe, is een blaadje meenemen omdat ik heel goed weet dat ik dan dat blaadje op ga zitten lezen.

Tenslotte heb ik het Rad des Tijds eindelijk uitgelezen! De vertaling van het laatste boek is sinds 23 mei uit en ik heb het verslonden. Het heeft een prachtig einde, dat sowieso.
Goed, genoeg over mij. Hoe gaat het met jullie?

Sinds gisteren zit ik in die fijne en ook wel ontspannen fase tussen NaNoWriMo en het volgende verhaal. Ik weet niet of jullie dat herkennen: bij mij vindt hij altijd plaats als ik mijn verhalen tot op zekere hoogte heb geëdit, ze heb gestuurd naar de Bèta’s, en klaar ben voor een volgend verhaal. Wat ik dan heb noem ik altijd een ‘NaNo-kater’: mijn ‘muze’ is even helemaal overspannen en uit de roulatie, en ik neem een weekje of twee pauze voordat ik weer aan de slag ga.

Maar goed, als jullie de titel nog niet gezien hebben: jep, ik heb NaNoWriMo(of: NaNaNoNoWriWriMoMo) gehaald, en behoorlijk glansrijk ook. Een aantal cijfertjes:

Totale wordcount: 119.767
Wordcount De Tweelingoorlogen: 68.443
Wordcount Thicker Than Water: 51.324
Dag waarop ik de 50.000 had: 9-11
Dag waarop ik de 100.000 had: 17-11
Dag waarop allebei mijn verhalen klaar waren en ik kon stoppen: 22-11

Met andere woorden, ik ben er weer stevig tegenaan gegaan en heb het behoorlijk goed gehaald ook. Ik ben voor gek verklaard dat ik me eraan waagde, maar dat is dus – gelukkig – onterecht gebleken. Of ik ben nog gekker nu ik het heb gehaald ook, dat kan ook.

En het is ook maar goed dat ik klaar ben. Net toen ik klaar was werd ik verdronken in essays, opdrachten, presentaties, enzovoorts die ik allemaal moest maken. Ik moest vijf opdrachten in één week afmaken: drie essays, één presentatie en één duo-opdracht. Ik heb toen de hemel gedankt dat ik precies op tijd klaar was en me dus met iets minder enthousiasme kon werpen op al dat rotwerk, dat nu gelukkig ook allemaal af is. Nu het is tijd voor de tentamens.

Speaking of which, mijn vorige tentamenweek daar heb ik niet over geblogd. De cijfers weet ik niet precies meer als ik heel eerlijk ben, maar we houden het hierop: mijn vorige tentamenweek is niet fijn gegaan. Eén tentamen(Ontwikkelingspsychopathologie) heb ik dacht ik een 6,5 gescoord, maar dat is ook helemaal mijn ding en dat wil ik later ook gaan doen. Eén tentamen is met de hakken over de sloot gehaald(Psychometrie oftewel statistiek) terwijl ik dacht dat het goed ging, en één tentamen heb ik ruim niet gehaald(Stress, Gezondheid en Ziekte) omdat ik 19 fout had waar 14 de norm was. Ik had daarvoor een 4,4. Dus ja, heel lekker is het niet gegaan. Vandaar ook dat ik me deze week helemaal stort op de stof, want volgende week is het weer zover. En oh wee als ik nu een onvoldoende haal, ik heb nu echt keihard geblokt.

Ik heb drie vakken: Psychodiagnostiek, Groepsdynamica en Consciousness. Psychodiagnostiek gaat vooral over casussen: vaak krijg je een filmpje te zien, of je krijgt gewoon informatie over een persoon en je moet dan met behulp van testmateriaal een diagnose stellen. Leuk, maar de plaatsing was niet heel handig. Een deel van het vak ging over stoornissen bij jeugd, en tsja, met een vak Ontwikkelingspsychopathologie daarvoor bevatte dat alleen maar stof die we kenden. Het deel over volwassenen was wat dat betreft handiger, zelfs al wil ik daar niets mee doen.
Groepsdynamica is sociale psychologie: kijken naar wat groepen doen en waarom, het groepsgedrag en hoe je leider wordt van een groep. Of: hoe je lid wordt. Dit is een erg interessant vak dat ook gewoon goed en prettig gegeven wordt. De hoorcolleges zitten vol met informatie en het is niet echt een vak waarbij je afdwaalt.
Tenslotte gaat Consciousness over het bewustzijn. Waarom we het hebben, wat voor vormen er zijn, wat voor theorieën er zijn, enzovoorts. Het is een vak met veel vragen omdat er zo weinig zeker over is. En daarom heeft het soms ook meer weg van filosofie dan psychologie, maar het is wel een heel interessant vak. Al zijn de hoorcolleges soms van wisselende kwaliteit(en in het Engels, buh).
Leuke anekdote nog: voor Consciousness moest ik één essay schrijven, en daarbij gaf de leraar het advies: ‘don’t try to impress us with a literary style. If you’re a writer, go write a book’.

En daarmee is het cirkeltje rond, want ik heb twéé boeken geschreven afgelopen November. Dat heb ik in mijn eentje gedaan, maar ik had het niet alléén kunnen doen.
Ik wil Anna bedanken voor het lezen van de blog, en Rachel erbij voor de ontzettend gezellige NaNoWriMo-meet. Mafalda en Remon ben ik dankbaar vanwege hun onstuitbare enthousiasme naar mijn verhalen toe(al was het met name naar De Tweelingoorlogen). En Oscar en Ria ben ik natuurlijk ook dankbaar, want aan hen rust de taak om mijn schrijfwerkjes te Bètareaden. (En ik zoek nog een tweede Bèta voor Thicker Than Water, maar daarvoor heb ik al iemand op het oog) En natuurlijk mijn familie voor de steun en het vermogen om mij met rust te laten als ik aan het schrijven was Glimlach

Ik spreek jullie weer gauw, hoop ik!

De P in WordPress

Gisteren kreeg ik een mailtje van WordPress. Aangezien deze blog een WordPress-blog is krijg ik om de zoveel tijd nieuwsbrieven die over veranderingen in WordPress gaan, of gewoon evenementen in WordPress. En toen ik van dit evenement in WordPress las, was ik even verrast.

Wat houdt het evenement namelijk precies in? Nou, het is prachtig origineel. Het begint op 1 november en eindigt op 30 november. In de tussentijd post je elke dag een blog. Waarover maakt niet uit, de kwaliteit maakt niet uit, het gaat er alleen om dat je elke dag een blog post. Met andere woorden: het gaat niet om de kwaliteit, het gaat om de kwantiteit.

Jep. Een prachtig idee toch? Waar ze dat toch vandaan zouden hebben, geen flauw idee. Maar het wordt nog leuker. Weet je hoe ze het noemen? Hou je vast, want dit is toch wel het origineelste aan de hele wedstrijd.

NaBloPoMo.

En dat staat voor National Blog Posting Month.

Kom op. Is het nou zo gek dat ik een beetje originaliteit verwacht van een blog-server? Of staat die P in WordPress voor Plagiarism, oftewel Plagiaat?

Sorry, dit moest me even van het hart.

Een tijdje terug heb ik mijn idee om een maand lang de reistijden bij te houden op het traject Rotterdam Lombardijen – Leiden Centraal met jullie gedeeld. Dat onderzoek duurde heel oktober lang, en inmiddels is het 31 oktober en kan ik de uitslagen dus met jullie delen. Als jullie willen weten hoe ik het heb aangepakt, verwijs ik jullie terug naar die blog. Deze gaat met name over de resultaten en een flink stuk statistiek. Maar maak je niet druk – ik loods jullie erdoorheen!

Allereerst begin ik met de gemiddelden met jullie te delen. Ik neem aan dat jullie wel weten wat een gemiddelde is, en anders raad ik jullie aan eens beter op te letten bij rekenen/wiskunde. Ik heb twee dingen bijgehouden: de verwachte reis en de eigenlijke reis. De verwachte reis is zoals hij werd aangegeven op de reisplanner, de eigenlijke reis is wat mijn stopwatch me liet weten, naar minuten afgerond. Het gemiddelde van de verwachte reistijd is 50,93 minuten. Het gemiddelde van de eigenlijke reistijd is 53,50 minuten.

Maar, wat betekent dit precies? Is dit een groot verschil, is dit een klein verschil, is het gemiddeld? Laten we eerlijk wezen – eigenlijk kunnen we dat niet precies zeggen. Gelukkig hoeft dat ook niet.

Wetenschappers hebben een toets ontwikkeld waarmee je twee gemiddelden tegen elkaar af kan zetten. Deze toets heet de t-toets. Hoe dat precies in zijn werk gaat, dat gaat per ingewikkelde formules die ik niet uit mijn hoofd ken en ik wil het niet te complex maken. We houden het dus even op de t-toets.
Eén voorwaarde van de t-toets is dat beide variabelen normaal verdeeld moeten zijn. Met andere woorden: als ik een t-toets op dit onderzoekje wil uitvoeren, dan moeten zowel de verwachte als de eigenlijke reistijd normaal verdeeld zijn. Wat is normaal verdeeld precies? Symmetrisch verdeeld. Bij een ideale normaal verdeelde variabele ligt er evenveel rechts van het gemiddelde als links. In een boxplot – een bepaalde grafiek – ziet een ideale normaal verdeelde variabele er zo uit:Normaal verdeelde variabele

Let op hoe perfect symmetrisch het is. Die streep in de rechthoek, die de rechthoek tot twee vierkantjes maakt, ligt op de plaats van het gemiddelde. De streep helemaal onderaan, waar de lijn ophoudt, is het minimum, en de streep bovenaan is het maximum.

Dus, nu terug naar het onderzoekje. De eerste vraag – zijn de verwachte reistijd en de eigenlijke reistijd normaal verdeeld? Nou… kijk maar naar de boxplot hieronder…

Uitslag reistijdenonderzoek

De linkerboxplot – die halve boxplot – is van de verwachte reistijd. Het ziet er niet uit als een normale boxplot, maar dat komt omdat het programma een beetje vervelend doet – je mag er op basis hiervan prima van uitgaan dat de verwachte reistijd symmetrisch is.
De rechterboxplot, de eigenlijke reistijd, is zeer zeker niet symmetrisch. Er zit veel meer boven de middelste streep dan eronder. Daarbuiten zie je nog twee rondjes helemaal bovenaan: dat zijn uitbijters, getallen die zo ver van het gemiddelde af liggen dat het programma ze niet helemaal meerekent. (Dat is ook foutgegaan bij de linkerboxplot)

Dus, niet symmetrisch en daarmee niet normaal verdeeld. Is nu alles verloren? Nee, niet echt. De t-toets is over het algemeen redelijk robuust. Met andere woorden, het kan best tegen een ietwat scheve verdeling. Toch hou ik rekening met deze absoluut niet-normale verdeling, want het kan de resultaten wel beïnvloeden. Daarom doe ik er nog een tweede test bij: de Wilcoxon-test. Deze test is een stuk minder betrouwbaar, maar een normale verdeling is niet nodig. Omdat de t-test betrouwbaarder is hou ik die er wel bij.

Goed, die twee toetsen dus. Nogmaals, hoe die precies in hun werk gaan, daar ga ik verder niet op in. Wat wel belangrijk is om te weten om de tabellen straks af te kunnen lezen, is dat beide toetsen werken met kansen. Want, het verschil in gemiddelden hier kan door toeval komen. Hoe groot mag de kans dat het toeval is maximaal zijn? Wetenschappers – en ik ook – gaan meestal uit van een kans van 5%. Is de kans dat het toeval is groter dan 5%, dan is het onderzoek ongeldig. Met andere woorden, is de kans groter dan 5%, dan moet ik op basis van dat resultaat concluderen dat de vertraging niet zoveel uitmaakt.
Klaar? Hier komen de beide tabellen. Deze is van de T-toets:

Resultaat T-toets reistijdenonderzoek

(Ik heb de bovenste tabel alleen bijgevoegd voor de mensen die ècht geïnteresseerd zijn in de statistiek en er alles van weten. De leken hier hoeven alleen te letten op het getal in het rode cirkeltje)

En van de Wilcoxon-test:

Resultaten Wilcoxon-toets reistijdenonderzoek

(Zelfde verhaal – bovenste tabel is niet belangrijk, let alleen op het getal in het rode cirkeltje)

Welke conclusie kunnen we uit deze data dus trekken? De toetsen zijn het op dit punt helemaal met elkaar eens – de kans dat dit verschil toeval is en niet belangrijk is kleiner dan vijf procent. Dus ja, er is een significant verschil. Was het niet significant geweest, dan waren die getallen in de rode cirkeltjes ,05 of hoger geweest. Maar dat is niet het geval.

Dus ja, als ik de volgende keer klaag over de NS op het traject Lombardijen-Leiden, dan is dat gegrond. Het verschil doet ertoe en de NS moet er iets aan doen, op basis van deze data.

Maar wacht, ik had nog een ding getest. Was er WiFi of niet, en deed die het of niet? Het antwoord is: in 61% van de treinreizen was er WiFi. In 76% van de gevallen deed de WiFi het ook. Is dat veel? Is dat weinig? Dat laat ik aan jullie interpretatie over, want daar zijn geen toetsen voor. Maar, wat ik er zelf over te zeggen heb is dat de WiFi er veel vaker was dan ik had verwacht, en ook dan ik me kan herinneren van vorig jaar. Had ik de toets vorig jaar gedaan, dan was het getal véél lager uitgevallen. En 76% van de gevallen vind ik persoonlijk niet heel erg weinig. 1 op de 4 keer doet de WiFi niet, nou, dat is geen ramp als de andere 3 keren de WiFi naar behoren werkt. 100% was natuurlijk ideaal geweest, maar hé, WiFi is apparatuur en dat wil best wel eens stuk gaan.

Dus, ik mag niet meer klagen over de WiFi, maar ik mag naar hartelust mopperen als de trein weer eens te laat komt, volgens deze test. Het verschil is significant en niet op toeval berust. Er moet dus echt iets aan gedaan worden, ook vanuit een wetenschappelijk oogpunt.

Kan ik nog meer doen? Zeker. Ik zou kunnen kijken of er meer vertraging op de heenreis was dan op de terugreis. Ik zou kunnen kijken of de verwachte reistijd bij de terugreis korter is. Maar punt is, daar heb ik geen behoefte aan. Mijn onderzoek ging erover of er een significant verschil is in de echte reistijd vergeleken met de verwachte reistijd, en die is er. Maar ik kan begrijpen dat andere mensen nu nieuwsgierig zijn naar de data. Om daar zelf mee te toetsen, of gewoon nieuwsgierigheid in het algemeen. Daarom voeg ik een tabel bij met alle data. Even verduidelijking: een aantal keren ben ik vergeten mijn stopwatch te starten of te stoppen, en één keer ben ik vergeten de WiFi te controleren. De keren dat ik mijn stopwatch vergat staan aangegeven als 999 – het programma waar ik mee werk telt die 999’s niet mee. Het niet WiFi-gecontroleerd-geval staat gewoon aangegeven als 9, en dat betekent ook hier weer dat het niet door het programma is meegerekend.
Verder betekent 3 bij de WiFi dat er geen WiFi was, 2 dat die WiFi er wel was maar het niet deed, en 1 dat er WiFi was die naar behoren werkte. De meest rechtse kolom, tenslotte, staat voor de heen- of de terugreis: 1 is heenreis, 2 is terugreis. Er mist één terugreis, omdat ik daar eerder uit moest stappen omdat ik nog iets daar te doen had. Die telde ik dus bewust niet mee.

Goed, hier komt dus de tabel:

Dag Verwachte reis Eigenlijke reis WiFi Heen of terug
1 52 52 1 1
1 50 50 1 2
2 50 52 1 1
2 50 52 3 2
3 50 51 3 1
3 51 58 3 2
4 51 999 1 1
4 51 51 2 2
5 51 51 1 1
5 51 53 1 2
6 52 999 2 1
6 51 51 2 2
7 51 51 2 1
7 50 65 2 2
8 51 999 9 1
8 51 51 3 2
9 51 54 1 1
9 51 67 1 2
10 52 55 1 1
10 51 56 1 2
11 51 50 3 1
11 51 51 1 2
12 51 51 3 1
12 51 999 1 2
13 52 55 3 1
14 51 999 3 1
14 51 55 3 2
15 51 51 3 1
15 50 51 3 2

 

Eén kleine aanvulling nog: op de terugreis van 15 oktober(dag 7) en op de heenreizen van 23 en 25 oktober(dagen 11 & 12) was de trein vóór de trein die ik moest hebben zo vertraagd dat ik een trein eerder had. Die vertraging heb ik opgeteld bij de data die ik toen had. Op dag 7 was dat 11 minuten extra, op dag 11 was dat 5 en op dag 12 3 minuten erbij.

Ik hoop dat jullie met mijn blog iets wijzer zijn geweest(wel of niet in de statistiek, maar in ieder geval betreffende het traject Lombardijen-Leiden). En zelf begrijp ik de stof ook een stuk beter nu ik het toe heb kunnen passen, gelukkig. En ik weet nu ook iets meer over de NS – ik ben met andere ogen gaan kijken naar iets waar ik normaal gesproken heel normaal naar kijk. Dus wat dat betreft is mijn doel zeker bereikt.

Genoeg over het reistijdenonderzoek! Morgen is het NOVEMBER en dat betekent dat ik aan de NaNoWriMo mag! Ik ben heel benieuwd hoe het gaat werken, wens me heel veel succes en ik spreek jullie de volgende blog weer!

NaNaNoNoWriWriMoMo

We spreken momenteel alweer halverwege oktober(de tijd vliegt, jemig!) en dat betekent dat november alweer heel dichtbij komt. En met november, jawel, is het ook weer de beurt aan NaNoWriMo.

Voor de mensen die net vers binnen komen stromen even een korte uitleg. NaNoWriMo begint op 1 november en eindigt op 30 november. De bedoeling is dat je in de tussentijd 50.000 woorden schrijft. De kwaliteit maakt niet uit – sterker nog, troep is goed – maar je moet op 30 november 23:59 klaar zijn. Dit omdat heel veel mensen een boek in zich hebben, maar het niet opschrijven vanwege tijdgebrek, of omdat ze constant bezig zijn met hun hoofdstukken te editten en daardoor niet meer aan het schrijven zelf toekomen. Of, omdat ze het niet durven omdat ze denken dat het toch niet goed genoeg is.

Ik hoor niet echt thuis in die categorieën, maar ik doe toch mee gewoon omdat het ontzettend leuk is. Ik ben nooit de enige, ik praat veel met NaNoWriMo over anderen, en dat maakt het gewoon ook zo ontzettend leuk. Bovendien is het geweldig om daarna trots te kunnen claimen ‘ik heb NaNoWriMo gedaan’.
Alleen, één probleem: het is voor mij geen uitdaging meer.

In 2010 deed ik voor het eerst mee aan NaNoWriMo. Van tevoren schreef ik een verhaal om erachter te komen hoe lang ik erover deed om 1667, het aantal woorden dat je per dag moet schrijven, en daarna ben ik aan de bak gedaan. Het kostte mij een uur om 1667 woorden neer te pennen. Mijn verhaal was stiekem veel te groot: ik was ergens rond 20 november klaar, en daarna ben ik nog doorgegaan omdat mijn verhaal nog niet af was. Dat verhaal was I Never, en dat haalde uiteindelijk 74.548 woorden. (Ergens rond de 83.000 na editten)
In 2011 ging ik er weer helemaal voor: ik schreef weer per dag ongeveer één uur, soms wat meer – en precies daardoor had ik ook uiteindelijk die 50.000 woorden in twee weken binnen, belachelijk snel. (Mijn verhaal, Testify, ga ik volgend jaar posten – momenteel staat de stand op 51.083 woorden)
En in 2011 begon ik ook wat meer contact te hebben met andere NaNoWriMo-ers, en daar kwam ik erachter dat het helemaal niet zo normaal was voor mij om binnen een uur 1.667 woorden neer te pennen(en zelfs nog meer, ik zit vaak rond de 2.000 in een uur).

En toen ging het bij mij een beetje malen. Ik heb dus NaNoWriMo in twee weken gedaan, en ik schrijf veel sneller dan gemiddeld. Met andere woorden, als ik veel zou outlinen, en hard mijn best zou doen, en heel gemotiveerd zou zijn, en heel veel zou schrijven…
…Dan zou ik NaNoWriMo dus wel eens dubbel kunnen doen. Gewoon omdat het kan, omdat ik niemand kende die dat ook ooit eens uit heeft geprobeerd.
Ik heb mezelf hard uitgelachen, maar meteen daarna besefte ik dat ik het kon. Ik had twee verhalen die ik heel graag neer wilde pennen – één fantasy en Nederlands, De Tweelingoorlogen, en één romantiek/vriendschap en Engels, Thicker Than Water – en die verhalen konden allebei best de 50.000 halen. Dus was het idee prompt niet meer uit mijn hoofd te praten, daar eind 2011.

En nu is het dus 2012, bijna november, en ga ik het verdorie nog doen ook. Je hoeft me niet voor gek te verklaren – dat is al gedaan – maar steun zou leuk zijn. Jullie vragen je natuurlijk wel af hoe ik het aan ga pakken/aan heb gepakt, dus hierbij een korte uitleg van wat ik ga doen, en wat ik al gedaan heb.

Bij elke NaNoWriMo schrijf ik van tevoren een outline van het verhaal dat ik wil schrijven. Op die manier denk ik van tevoren na over het plot – als je gemiddeld 2.000 woorden in een uur schrijft wil je niet meer na hoeven denken over wat je opschrijft, je wil gewoon in één keer kunnen gaan. Dit jaar heb ik dat dus ook gedaan: ik heb beide verhalen ge-outlined. Ik hou me nooit 100% aan de outline – dan is het schrijven ook echt supersaai – maar het is altijd belangrijk om te weten waar je heen wil. Als ik ook nog eens na moet gaan denken over het plot, meestal, dan gaat het schrijven wat trager. Bovendien zijn beide plots ook vrij ingewikkeld, en daardoor niet echt geschikt om in één keer op te schrijven, maar dat is nu niet belangrijk.

Maar, dan is er natuurlijk ook de kans dat één van de verhalen de 50.000 niet haalt. Bij één verhaal is die kans er – en ik liep daar al heel erg tegenaan te hikken vorig jaar – maar bij twee verhalen is die kans meteen verdubbeld, en is de kans dus best wel aanwezig dat één van de verhalen het niet haalt. Om dat op te vangen heb ik een derde outline gemaakt, één van een kort acht hoofdstukken tellend verhaaltje. Die outline heb ik even snel in één dag geschreven, want het vergde niet zo heel veel werk. Dat is dus mijn ‘reserveplot’, en als ik die niet nodig heb schrijf ik hem gewoon ergens begin volgend jaar.

Zodra het november is, word ik wakker en is het de bedoeling dat het eerste wat ik praktisch doe, schrijven is. En dat een uur lang. Daarna stort ik me vol fanatisme op mijn huiswerk(nou ja, fanatisme…) en doe ik andere dingen. Aan het eind van de dag, ergens rond negen à tien uur, sluit ik me weer helemaal af en schrijf ik nog een uurtje. Ik schrijf dat tweede uurtje dan aan het andere verhaal dan waar ik dat eerste uurtje aan geschreven heb, om mezelf zo een beetje enthousiast te houden. Dan ga ik slapen, en de volgende dag herhaal ik dat.
Heb ik college, dan schrijf ik als een gek in de trein, en die tijd trek ik dan van dat eerste uurtje af. Waarschijnlijk schrijf ik dan gewoon de rest van dat uurtje als ik thuis ben, en daarna neem ik pauze waarna ik dat andere uurtje doe. Ofzo.

Dus, zo pak ik het aan. Willen jullie mijn wordcount weten, volg me op Twitter(daar hou ik het vrij gedetailleerd bij denk ik, vorig jaar ook gedaan) op mijn Nederlandse account AverNL en op mijn Engelse DutchAver (Op AverNL hou ik De Tweelingoorlogen dan bij, en op DutchAver Thicker Than Water, en bij allebei ook een totale wordcount). Ook mijn NaNo-profiel hou ik altijd vrij regelmatig bij, daar heet ik Aver (Ben dus te vinden op www.nanowrimo.org, natuurlijk). Duim voor me, want aanmoediging is altijd meer dan welkom!
Dan rest mij nog één, nou ja, twee laatste dingen. Want na al dat gepraat willen jullie natuurlijk héél graag weten wat de plots zijn van de verhalen (En anders heb je pech gehad XD). Je kan ze ook in mijn NaNo-profiel vinden, maar vooruit, ik schrijf even twee nieuwe samenvattingen, speciaal voor jullie.

Samenvatting voor Thicker Than Water(is dus in het Engels, maar ik doe de samenvatting gewoon in NL):

Eindelijk, na vijf jaar voor haar demente moeder te moeten hebben gezorgd, is Daisy vrij om voor zichzelf te zorgen en in college scheikunde te studeren. Met haar 25 jaar heeft ze alleen niet zoveel contact met de leerlingen. Gelukkig is daar één jongen, Nick, ook 25, die ze vaag ergens van kent, met wie ze contact probeert te leggen. Maar ze heeft geen idee wat die jongen in haar leven zal brengen, en als hij weigert vrienden met haar te worden omdat hij bezet is wordt ze alleen maar nieuwsgieriger. En ze zal zich nog lang afvragen waarom.

Thicker Than Water is een vrij ambitieus verhaal: het is namelijk een vervolg. Maar niet op één verhaal, nee, op alle Engelstalige op zichzelf staande verhalen die ik tot nu toe heb geschreven. (One-shots, en één three-shot, tellen niet mee) De cast bestaat, op een uitzondering of drie na, ook alleen maar uit karakters die ik al eens eerder heb gebruikt. Heb je dus de smaak te pakken gekregen, dan raad ik je aan een aantal van mijn eerdere Engelstalige verhalen te lezen, te vinden op mijn website www.dutchaver.webs.com.

Samenvatting voor De Tweelingoorlogen:

Kator raakt gescheiden van zijn zes broertjes en zusjes, voor wie hij moet zorgen sinds ze uit het paleis zijn gevlucht en zijn ouders daarbij zijn omgekomen. Hij probeert uit alle macht bij ze te komen. Maar vanaf het moment dat hij in zijn doel is geslaagd, bestaat zijn leven alleen nog maar uit complete verrassingen. Een oorlog, die al eeuwen duurt en gestopt moet worden. Een tweede oorlog, die verdacht veel lijkt op de eerste en dus ook gestopt moet worden. Een tweeling die Kators leven compleet op zijn kop gooit. En in het midden daarvan een profetie waar alles om draait… en Kator krijgt meer antwoorden dan hem lief is…

De Tweelingoorlogen wil ik naar de uitgever brengen. Het is fantasy, maar ik doe mijn best om zoveel mogelijk mijn eigen stijl te hebben en zo min mogelijk Tolkien na te apen. Als het wordt wat ik denk dat het kan worden, dan zou het wel eens zo uit kunnen pakken dat er een boek van mij in de winkel ligt x) Als je met dit verhaal de smaak te pakken hebt gekregen – en je bent niet de eerste – dan raad ik je aan deze one-shot als voorproefje te lezen.

Dan rest mij nog jullie een fijne verdere week te wensen. Duim voor me in november! En ik blog hopelijk spoedig weer!