Hoewel ik er dit jaar geen blog aan voorafgaand heb geplaatst, heb ik ook dit jaar meegedaan aan NaNoWriMo! Dus daar gaat dit blogje met name over. Ik ga niet in op wat NaNo precies is, dat heb ik de vorige jaren al gedaan, je kan evt dit blogje teruglezen als je meer wilt weten. Wat ik in dit blogje wil doen is delen wat ik denk dat ik van de ervaring heb geleerd, want volgens mij is dat aardig wat.

Dit jaar had ik mezelf voorgenomen dat ik weer de 100K ging halen. Ik ben een heel snelle schrijver, 50K op zich is voor mij nooit moeilijk geweest. Wat wel lastig voor me is geweest, is dat ik zelden een lang verhaal heb geschreven – het langste dat ik ooit heb gehaald is een verhaal van 75K dat uiteindelijk, na stevig aanpassen, 83K aan woorden werd.
Ik ga elk verhaal in met de vraag, ‘wat kan ik hiervan leren?’. Ik wilde met het verhaal dat ik hier voor ogen had, leren hoe ik langere verhalen schreef. Mijn doel was om de 100K te halen met één verhaal – want dat ging ver voorbij wat ik normaal gesproken deed. Ik was, en ben, het gewend om dingen in korte hoofdstukken op te schrijven, in verhalen rond de 50K. Ik heb vorig jaar bewezen dat ik hoofdstukken van rond de 3.000 woorden kon hebben binnen de 50K. Dit was een poging voor mij om mijn horizon wat te verleggen en te kijken of ik datzelfde kon binnen de 100K.

Helaas, hoewel ik de 100K heb gehaald, vind ik niet dat ik mijn persoonlijke uitdaging gehaald heb, ik vind niet dat ik geleerd heb hoe ik langere verhalen schrijf. En dat heeft twee redenen.

Reden één heeft ermee te maken dat ik elke NaNo een outline schrijf. Ik zeg altijd, ik denk daarin na zodat ik niet tijdens het schrijven na hoef te denken. Op die manier schrijf ik sneller tijdens het schrijven zelf, omdat ik niet alles hoef te bedenken, het staat al voor me klaar.
Het probleem dat ik hierbij had, was dat ik niet zoveel tijd aan de outline had besteed als dat ik zou moeten. Mijn outline telde 27 hoofdstukken: reken maar uit, 100.000 delen door 27 komt ongeveer uit op 3.704 woorden. Dat was dan ook het minimum – meer hoofdstukken kreeg ik niet uit het verhaal, dus moesten mijn hoofdstukken gemiddeld dat aantal bevatten.
Probleem is dat ik nog steeds outline alsof mijn hoofdstukken rond de 2.000 woorden zijn, want dat was ik vroeger gewend. Wat vreselijk lastig is, want dan heb je dus 1.704 woorden die er ook nog bij moeten om die 100K maar te halen. En één keer is uiteraard niet erg, maar als het blijft gebeuren kom je niet op je doel, dus moet je dingen gaan verzinnen.
Daardoor heb ik echt zoveel mogelijk kul op moeten gaan schrijven, op een gegeven moment, om maar ervoor te zorgden dat het 100K werd. En sommige kul is goeie kul – ik heb op een gegeven moment de stad in mijn fantasywereld een vervoermiddel gegeven dat ongeveer vergelijkbaar is met een metro, en dat werd heel nuttig voor mijn verhaal en was niet gebeurd als ik mezelf daar niet de ruimte voor had gegeven – maar de meerderheid is gewoon niets minder dan kul.
Bovendien ben ik er ook achter gekomen dat 3.704 woorden per hoofdstuk gewoon teveel is. Mijn outline had meer hoofdstukken moeten hebben zodat ik minder per hoofdstuk hoefde te hebben.
Wat ik hiervan kan leren, is dus dat ik mijn outline-vaardigheden aan moet gaan passen zodat ik langere hoofdstukken ermee kan schrijven. Ik moet dit oefenen.

Reden twee komt omdat ik het gewoon gewend ben om kortere verhalen te schrijven. Ik heb me voor dit verhaal beperkt tot één perspectief, alles vanuit zijn oogpunt beschrijvend, en dat zorgde ervoor dat ik bepaalde dingen ook niet op kon schrijven. Een karakter die buiten het perspectief van mijn hoofdfiguur om dingen deed, aan zichzelf begon te twijfelen – nee, dat kon ik niet opschrijven, ik had maar één perspectief en daar moest ik me aan houden. Dat was niet eens heel moeilijk – ik heb me vaker tot maar één perspectief beperkt – maar beperkte me wel heel erg in mijn mogelijkheden.
En ik heb mezelf af zitten vragen, waarom ben ik nu zo streng geworden in perspectief, voor mezelf? Ik heb vaker dingen met meerdere perspectieven geschreven die ik ook gewoon aankan, dat heb ik wel bewezen. Waarom ben ik zo bang om aan perspectiefwisselingen te doen? Komt regelmatig in fantasy voor, en dat is wel het genre waarin ik het liefst schrijf.
Het is een mooi doel voor een volgende NaNo, misschien die van vorig jaar – een verhaal schrijven vanuit meerdere perspectieven en daar de 100K mee halen. Veel simpeler, veel makkelijker ook, je hebt veel minder verhaal nodig voor dat woordenaantal en kan het tegelijkertijd toch boeiend houden. Ik denk dat ik momenteel gewoon niet de vaardigheden heb om 100.000 woorden te schrijven vanuit één perspectief en die alle 100K interessant te houden. 50K, prima, maar dit is niet waar ik goed in ben.
Nog niet.

Mijn doel is nog altijd om uitgegeven te worden met een Nederlandstalig fantasyboek en Nederlandse fantasy op die manier ‘cool’ te maken. Dit soort vragen die ik aan mezelf stel, en manieren waarop ik mezelf probeer te laten leren, zijn voor mij manieren om beter te worden als schrijver. En hopelijk uitgegeven te worden.

Nog iets dat ik geleerd heb, trouwens, aan deze NaNo, is wel positief – ik ben nog sneller gaan schrijven.
Even wat achtergrondinformatie – ik zeg altijd, ‘als ik 2.000 woorden in een uur haal heb ik m’n dag niet’. Als ik 2.000 woorden in een uur haal gedurende NaNoWriMo moet ik naar het ziekenhuis want dan ben ik héél erg ziek. Het gemiddelde is dan ook normaal gesproken zo rond de 2.500 woorden per uur.
Maar, grappig genoeg, deze november raakte ik steeds vrij consistent de 3.000 tot op het punt dat het ongeveer m’n gemiddelde werd. Ik ben twee keer zelfs, tot mijn eigen stomme verbazing, over de 3.500 woorden gegaan – iets wat ik nog nooit eerder had gehaald. (Record tot nu toe: 3.658 woorden in een uur) Hoe komt dat? Schrijf ik altijd al sneller maar merk ik het nu pas op? Of komt het omdat ik nu door het jaar heen, ook buiten November, mezelf blijf stimuleren om te blijven schrijven? Eerlijk gezegd heb ik geen idee.

Maar, hoe gaat het nu met de andere NaNoërs hier?