Archive for oktober, 2012


Een tijdje terug heb ik mijn idee om een maand lang de reistijden bij te houden op het traject Rotterdam Lombardijen – Leiden Centraal met jullie gedeeld. Dat onderzoek duurde heel oktober lang, en inmiddels is het 31 oktober en kan ik de uitslagen dus met jullie delen. Als jullie willen weten hoe ik het heb aangepakt, verwijs ik jullie terug naar die blog. Deze gaat met name over de resultaten en een flink stuk statistiek. Maar maak je niet druk – ik loods jullie erdoorheen!

Allereerst begin ik met de gemiddelden met jullie te delen. Ik neem aan dat jullie wel weten wat een gemiddelde is, en anders raad ik jullie aan eens beter op te letten bij rekenen/wiskunde. Ik heb twee dingen bijgehouden: de verwachte reis en de eigenlijke reis. De verwachte reis is zoals hij werd aangegeven op de reisplanner, de eigenlijke reis is wat mijn stopwatch me liet weten, naar minuten afgerond. Het gemiddelde van de verwachte reistijd is 50,93 minuten. Het gemiddelde van de eigenlijke reistijd is 53,50 minuten.

Maar, wat betekent dit precies? Is dit een groot verschil, is dit een klein verschil, is het gemiddeld? Laten we eerlijk wezen – eigenlijk kunnen we dat niet precies zeggen. Gelukkig hoeft dat ook niet.

Wetenschappers hebben een toets ontwikkeld waarmee je twee gemiddelden tegen elkaar af kan zetten. Deze toets heet de t-toets. Hoe dat precies in zijn werk gaat, dat gaat per ingewikkelde formules die ik niet uit mijn hoofd ken en ik wil het niet te complex maken. We houden het dus even op de t-toets.
Eén voorwaarde van de t-toets is dat beide variabelen normaal verdeeld moeten zijn. Met andere woorden: als ik een t-toets op dit onderzoekje wil uitvoeren, dan moeten zowel de verwachte als de eigenlijke reistijd normaal verdeeld zijn. Wat is normaal verdeeld precies? Symmetrisch verdeeld. Bij een ideale normaal verdeelde variabele ligt er evenveel rechts van het gemiddelde als links. In een boxplot – een bepaalde grafiek – ziet een ideale normaal verdeelde variabele er zo uit:Normaal verdeelde variabele

Let op hoe perfect symmetrisch het is. Die streep in de rechthoek, die de rechthoek tot twee vierkantjes maakt, ligt op de plaats van het gemiddelde. De streep helemaal onderaan, waar de lijn ophoudt, is het minimum, en de streep bovenaan is het maximum.

Dus, nu terug naar het onderzoekje. De eerste vraag – zijn de verwachte reistijd en de eigenlijke reistijd normaal verdeeld? Nou… kijk maar naar de boxplot hieronder…

Uitslag reistijdenonderzoek

De linkerboxplot – die halve boxplot – is van de verwachte reistijd. Het ziet er niet uit als een normale boxplot, maar dat komt omdat het programma een beetje vervelend doet – je mag er op basis hiervan prima van uitgaan dat de verwachte reistijd symmetrisch is.
De rechterboxplot, de eigenlijke reistijd, is zeer zeker niet symmetrisch. Er zit veel meer boven de middelste streep dan eronder. Daarbuiten zie je nog twee rondjes helemaal bovenaan: dat zijn uitbijters, getallen die zo ver van het gemiddelde af liggen dat het programma ze niet helemaal meerekent. (Dat is ook foutgegaan bij de linkerboxplot)

Dus, niet symmetrisch en daarmee niet normaal verdeeld. Is nu alles verloren? Nee, niet echt. De t-toets is over het algemeen redelijk robuust. Met andere woorden, het kan best tegen een ietwat scheve verdeling. Toch hou ik rekening met deze absoluut niet-normale verdeling, want het kan de resultaten wel beïnvloeden. Daarom doe ik er nog een tweede test bij: de Wilcoxon-test. Deze test is een stuk minder betrouwbaar, maar een normale verdeling is niet nodig. Omdat de t-test betrouwbaarder is hou ik die er wel bij.

Goed, die twee toetsen dus. Nogmaals, hoe die precies in hun werk gaan, daar ga ik verder niet op in. Wat wel belangrijk is om te weten om de tabellen straks af te kunnen lezen, is dat beide toetsen werken met kansen. Want, het verschil in gemiddelden hier kan door toeval komen. Hoe groot mag de kans dat het toeval is maximaal zijn? Wetenschappers – en ik ook – gaan meestal uit van een kans van 5%. Is de kans dat het toeval is groter dan 5%, dan is het onderzoek ongeldig. Met andere woorden, is de kans groter dan 5%, dan moet ik op basis van dat resultaat concluderen dat de vertraging niet zoveel uitmaakt.
Klaar? Hier komen de beide tabellen. Deze is van de T-toets:

Resultaat T-toets reistijdenonderzoek

(Ik heb de bovenste tabel alleen bijgevoegd voor de mensen die ècht geïnteresseerd zijn in de statistiek en er alles van weten. De leken hier hoeven alleen te letten op het getal in het rode cirkeltje)

En van de Wilcoxon-test:

Resultaten Wilcoxon-toets reistijdenonderzoek

(Zelfde verhaal – bovenste tabel is niet belangrijk, let alleen op het getal in het rode cirkeltje)

Welke conclusie kunnen we uit deze data dus trekken? De toetsen zijn het op dit punt helemaal met elkaar eens – de kans dat dit verschil toeval is en niet belangrijk is kleiner dan vijf procent. Dus ja, er is een significant verschil. Was het niet significant geweest, dan waren die getallen in de rode cirkeltjes ,05 of hoger geweest. Maar dat is niet het geval.

Dus ja, als ik de volgende keer klaag over de NS op het traject Lombardijen-Leiden, dan is dat gegrond. Het verschil doet ertoe en de NS moet er iets aan doen, op basis van deze data.

Maar wacht, ik had nog een ding getest. Was er WiFi of niet, en deed die het of niet? Het antwoord is: in 61% van de treinreizen was er WiFi. In 76% van de gevallen deed de WiFi het ook. Is dat veel? Is dat weinig? Dat laat ik aan jullie interpretatie over, want daar zijn geen toetsen voor. Maar, wat ik er zelf over te zeggen heb is dat de WiFi er veel vaker was dan ik had verwacht, en ook dan ik me kan herinneren van vorig jaar. Had ik de toets vorig jaar gedaan, dan was het getal véél lager uitgevallen. En 76% van de gevallen vind ik persoonlijk niet heel erg weinig. 1 op de 4 keer doet de WiFi niet, nou, dat is geen ramp als de andere 3 keren de WiFi naar behoren werkt. 100% was natuurlijk ideaal geweest, maar hé, WiFi is apparatuur en dat wil best wel eens stuk gaan.

Dus, ik mag niet meer klagen over de WiFi, maar ik mag naar hartelust mopperen als de trein weer eens te laat komt, volgens deze test. Het verschil is significant en niet op toeval berust. Er moet dus echt iets aan gedaan worden, ook vanuit een wetenschappelijk oogpunt.

Kan ik nog meer doen? Zeker. Ik zou kunnen kijken of er meer vertraging op de heenreis was dan op de terugreis. Ik zou kunnen kijken of de verwachte reistijd bij de terugreis korter is. Maar punt is, daar heb ik geen behoefte aan. Mijn onderzoek ging erover of er een significant verschil is in de echte reistijd vergeleken met de verwachte reistijd, en die is er. Maar ik kan begrijpen dat andere mensen nu nieuwsgierig zijn naar de data. Om daar zelf mee te toetsen, of gewoon nieuwsgierigheid in het algemeen. Daarom voeg ik een tabel bij met alle data. Even verduidelijking: een aantal keren ben ik vergeten mijn stopwatch te starten of te stoppen, en één keer ben ik vergeten de WiFi te controleren. De keren dat ik mijn stopwatch vergat staan aangegeven als 999 – het programma waar ik mee werk telt die 999’s niet mee. Het niet WiFi-gecontroleerd-geval staat gewoon aangegeven als 9, en dat betekent ook hier weer dat het niet door het programma is meegerekend.
Verder betekent 3 bij de WiFi dat er geen WiFi was, 2 dat die WiFi er wel was maar het niet deed, en 1 dat er WiFi was die naar behoren werkte. De meest rechtse kolom, tenslotte, staat voor de heen- of de terugreis: 1 is heenreis, 2 is terugreis. Er mist één terugreis, omdat ik daar eerder uit moest stappen omdat ik nog iets daar te doen had. Die telde ik dus bewust niet mee.

Goed, hier komt dus de tabel:

Dag Verwachte reis Eigenlijke reis WiFi Heen of terug
1 52 52 1 1
1 50 50 1 2
2 50 52 1 1
2 50 52 3 2
3 50 51 3 1
3 51 58 3 2
4 51 999 1 1
4 51 51 2 2
5 51 51 1 1
5 51 53 1 2
6 52 999 2 1
6 51 51 2 2
7 51 51 2 1
7 50 65 2 2
8 51 999 9 1
8 51 51 3 2
9 51 54 1 1
9 51 67 1 2
10 52 55 1 1
10 51 56 1 2
11 51 50 3 1
11 51 51 1 2
12 51 51 3 1
12 51 999 1 2
13 52 55 3 1
14 51 999 3 1
14 51 55 3 2
15 51 51 3 1
15 50 51 3 2

 

Eén kleine aanvulling nog: op de terugreis van 15 oktober(dag 7) en op de heenreizen van 23 en 25 oktober(dagen 11 & 12) was de trein vóór de trein die ik moest hebben zo vertraagd dat ik een trein eerder had. Die vertraging heb ik opgeteld bij de data die ik toen had. Op dag 7 was dat 11 minuten extra, op dag 11 was dat 5 en op dag 12 3 minuten erbij.

Ik hoop dat jullie met mijn blog iets wijzer zijn geweest(wel of niet in de statistiek, maar in ieder geval betreffende het traject Lombardijen-Leiden). En zelf begrijp ik de stof ook een stuk beter nu ik het toe heb kunnen passen, gelukkig. En ik weet nu ook iets meer over de NS – ik ben met andere ogen gaan kijken naar iets waar ik normaal gesproken heel normaal naar kijk. Dus wat dat betreft is mijn doel zeker bereikt.

Genoeg over het reistijdenonderzoek! Morgen is het NOVEMBER en dat betekent dat ik aan de NaNoWriMo mag! Ik ben heel benieuwd hoe het gaat werken, wens me heel veel succes en ik spreek jullie de volgende blog weer!

Advertenties

NaNaNoNoWriWriMoMo

We spreken momenteel alweer halverwege oktober(de tijd vliegt, jemig!) en dat betekent dat november alweer heel dichtbij komt. En met november, jawel, is het ook weer de beurt aan NaNoWriMo.

Voor de mensen die net vers binnen komen stromen even een korte uitleg. NaNoWriMo begint op 1 november en eindigt op 30 november. De bedoeling is dat je in de tussentijd 50.000 woorden schrijft. De kwaliteit maakt niet uit – sterker nog, troep is goed – maar je moet op 30 november 23:59 klaar zijn. Dit omdat heel veel mensen een boek in zich hebben, maar het niet opschrijven vanwege tijdgebrek, of omdat ze constant bezig zijn met hun hoofdstukken te editten en daardoor niet meer aan het schrijven zelf toekomen. Of, omdat ze het niet durven omdat ze denken dat het toch niet goed genoeg is.

Ik hoor niet echt thuis in die categorieën, maar ik doe toch mee gewoon omdat het ontzettend leuk is. Ik ben nooit de enige, ik praat veel met NaNoWriMo over anderen, en dat maakt het gewoon ook zo ontzettend leuk. Bovendien is het geweldig om daarna trots te kunnen claimen ‘ik heb NaNoWriMo gedaan’.
Alleen, één probleem: het is voor mij geen uitdaging meer.

In 2010 deed ik voor het eerst mee aan NaNoWriMo. Van tevoren schreef ik een verhaal om erachter te komen hoe lang ik erover deed om 1667, het aantal woorden dat je per dag moet schrijven, en daarna ben ik aan de bak gedaan. Het kostte mij een uur om 1667 woorden neer te pennen. Mijn verhaal was stiekem veel te groot: ik was ergens rond 20 november klaar, en daarna ben ik nog doorgegaan omdat mijn verhaal nog niet af was. Dat verhaal was I Never, en dat haalde uiteindelijk 74.548 woorden. (Ergens rond de 83.000 na editten)
In 2011 ging ik er weer helemaal voor: ik schreef weer per dag ongeveer één uur, soms wat meer – en precies daardoor had ik ook uiteindelijk die 50.000 woorden in twee weken binnen, belachelijk snel. (Mijn verhaal, Testify, ga ik volgend jaar posten – momenteel staat de stand op 51.083 woorden)
En in 2011 begon ik ook wat meer contact te hebben met andere NaNoWriMo-ers, en daar kwam ik erachter dat het helemaal niet zo normaal was voor mij om binnen een uur 1.667 woorden neer te pennen(en zelfs nog meer, ik zit vaak rond de 2.000 in een uur).

En toen ging het bij mij een beetje malen. Ik heb dus NaNoWriMo in twee weken gedaan, en ik schrijf veel sneller dan gemiddeld. Met andere woorden, als ik veel zou outlinen, en hard mijn best zou doen, en heel gemotiveerd zou zijn, en heel veel zou schrijven…
…Dan zou ik NaNoWriMo dus wel eens dubbel kunnen doen. Gewoon omdat het kan, omdat ik niemand kende die dat ook ooit eens uit heeft geprobeerd.
Ik heb mezelf hard uitgelachen, maar meteen daarna besefte ik dat ik het kon. Ik had twee verhalen die ik heel graag neer wilde pennen – één fantasy en Nederlands, De Tweelingoorlogen, en één romantiek/vriendschap en Engels, Thicker Than Water – en die verhalen konden allebei best de 50.000 halen. Dus was het idee prompt niet meer uit mijn hoofd te praten, daar eind 2011.

En nu is het dus 2012, bijna november, en ga ik het verdorie nog doen ook. Je hoeft me niet voor gek te verklaren – dat is al gedaan – maar steun zou leuk zijn. Jullie vragen je natuurlijk wel af hoe ik het aan ga pakken/aan heb gepakt, dus hierbij een korte uitleg van wat ik ga doen, en wat ik al gedaan heb.

Bij elke NaNoWriMo schrijf ik van tevoren een outline van het verhaal dat ik wil schrijven. Op die manier denk ik van tevoren na over het plot – als je gemiddeld 2.000 woorden in een uur schrijft wil je niet meer na hoeven denken over wat je opschrijft, je wil gewoon in één keer kunnen gaan. Dit jaar heb ik dat dus ook gedaan: ik heb beide verhalen ge-outlined. Ik hou me nooit 100% aan de outline – dan is het schrijven ook echt supersaai – maar het is altijd belangrijk om te weten waar je heen wil. Als ik ook nog eens na moet gaan denken over het plot, meestal, dan gaat het schrijven wat trager. Bovendien zijn beide plots ook vrij ingewikkeld, en daardoor niet echt geschikt om in één keer op te schrijven, maar dat is nu niet belangrijk.

Maar, dan is er natuurlijk ook de kans dat één van de verhalen de 50.000 niet haalt. Bij één verhaal is die kans er – en ik liep daar al heel erg tegenaan te hikken vorig jaar – maar bij twee verhalen is die kans meteen verdubbeld, en is de kans dus best wel aanwezig dat één van de verhalen het niet haalt. Om dat op te vangen heb ik een derde outline gemaakt, één van een kort acht hoofdstukken tellend verhaaltje. Die outline heb ik even snel in één dag geschreven, want het vergde niet zo heel veel werk. Dat is dus mijn ‘reserveplot’, en als ik die niet nodig heb schrijf ik hem gewoon ergens begin volgend jaar.

Zodra het november is, word ik wakker en is het de bedoeling dat het eerste wat ik praktisch doe, schrijven is. En dat een uur lang. Daarna stort ik me vol fanatisme op mijn huiswerk(nou ja, fanatisme…) en doe ik andere dingen. Aan het eind van de dag, ergens rond negen à tien uur, sluit ik me weer helemaal af en schrijf ik nog een uurtje. Ik schrijf dat tweede uurtje dan aan het andere verhaal dan waar ik dat eerste uurtje aan geschreven heb, om mezelf zo een beetje enthousiast te houden. Dan ga ik slapen, en de volgende dag herhaal ik dat.
Heb ik college, dan schrijf ik als een gek in de trein, en die tijd trek ik dan van dat eerste uurtje af. Waarschijnlijk schrijf ik dan gewoon de rest van dat uurtje als ik thuis ben, en daarna neem ik pauze waarna ik dat andere uurtje doe. Ofzo.

Dus, zo pak ik het aan. Willen jullie mijn wordcount weten, volg me op Twitter(daar hou ik het vrij gedetailleerd bij denk ik, vorig jaar ook gedaan) op mijn Nederlandse account AverNL en op mijn Engelse DutchAver (Op AverNL hou ik De Tweelingoorlogen dan bij, en op DutchAver Thicker Than Water, en bij allebei ook een totale wordcount). Ook mijn NaNo-profiel hou ik altijd vrij regelmatig bij, daar heet ik Aver (Ben dus te vinden op www.nanowrimo.org, natuurlijk). Duim voor me, want aanmoediging is altijd meer dan welkom!
Dan rest mij nog één, nou ja, twee laatste dingen. Want na al dat gepraat willen jullie natuurlijk héél graag weten wat de plots zijn van de verhalen (En anders heb je pech gehad XD). Je kan ze ook in mijn NaNo-profiel vinden, maar vooruit, ik schrijf even twee nieuwe samenvattingen, speciaal voor jullie.

Samenvatting voor Thicker Than Water(is dus in het Engels, maar ik doe de samenvatting gewoon in NL):

Eindelijk, na vijf jaar voor haar demente moeder te moeten hebben gezorgd, is Daisy vrij om voor zichzelf te zorgen en in college scheikunde te studeren. Met haar 25 jaar heeft ze alleen niet zoveel contact met de leerlingen. Gelukkig is daar één jongen, Nick, ook 25, die ze vaag ergens van kent, met wie ze contact probeert te leggen. Maar ze heeft geen idee wat die jongen in haar leven zal brengen, en als hij weigert vrienden met haar te worden omdat hij bezet is wordt ze alleen maar nieuwsgieriger. En ze zal zich nog lang afvragen waarom.

Thicker Than Water is een vrij ambitieus verhaal: het is namelijk een vervolg. Maar niet op één verhaal, nee, op alle Engelstalige op zichzelf staande verhalen die ik tot nu toe heb geschreven. (One-shots, en één three-shot, tellen niet mee) De cast bestaat, op een uitzondering of drie na, ook alleen maar uit karakters die ik al eens eerder heb gebruikt. Heb je dus de smaak te pakken gekregen, dan raad ik je aan een aantal van mijn eerdere Engelstalige verhalen te lezen, te vinden op mijn website www.dutchaver.webs.com.

Samenvatting voor De Tweelingoorlogen:

Kator raakt gescheiden van zijn zes broertjes en zusjes, voor wie hij moet zorgen sinds ze uit het paleis zijn gevlucht en zijn ouders daarbij zijn omgekomen. Hij probeert uit alle macht bij ze te komen. Maar vanaf het moment dat hij in zijn doel is geslaagd, bestaat zijn leven alleen nog maar uit complete verrassingen. Een oorlog, die al eeuwen duurt en gestopt moet worden. Een tweede oorlog, die verdacht veel lijkt op de eerste en dus ook gestopt moet worden. Een tweeling die Kators leven compleet op zijn kop gooit. En in het midden daarvan een profetie waar alles om draait… en Kator krijgt meer antwoorden dan hem lief is…

De Tweelingoorlogen wil ik naar de uitgever brengen. Het is fantasy, maar ik doe mijn best om zoveel mogelijk mijn eigen stijl te hebben en zo min mogelijk Tolkien na te apen. Als het wordt wat ik denk dat het kan worden, dan zou het wel eens zo uit kunnen pakken dat er een boek van mij in de winkel ligt x) Als je met dit verhaal de smaak te pakken hebt gekregen – en je bent niet de eerste – dan raad ik je aan deze one-shot als voorproefje te lezen.

Dan rest mij nog jullie een fijne verdere week te wensen. Duim voor me in november! En ik blog hopelijk spoedig weer!

Iedereen die mijn vorige blogs heeft gelezen weet(en anders heb je echt niet opgelet, foei!) dat ik psychologie in Leiden studeer, terwijl ik in Rotterdam woon en elke dag dus pakweg een uur in de trein zit. Iedereen die mijn Twitteraccount volgt is zich waarschijnlijk ook pijnlijk bewust van het feit dat ik graag scheld op het openbaar vervoer. In de eerste week van dit schooljaar waren de treinen twee keer al zo vertraagd dat ik 2,5 uur over de terugreis deed, terwijl 50 minuten normaal is. En vrij recentelijk nog viel er een boom op het spoor. Ik zie die melding ‘trein is X minuten vertraagd’ veel te vaak naar mijn smaak, en ergens ben ik het wel behoorlijk zat. Maar, zo ben ik me af gaan vragen, is het nou wel echt zo erg als dat ik mezelf voorhou, en zoom ik niet gewoon heel erg in op de negatieve dingen?

Eenieder die ervaring heeft met de studie psychologie weet dat je heel veel statistiek op je dak krijgt. Normale verdeling, Cronbach’s alfa, PCA, ik krijg het allemaal regelmatig op mijn bordje, terwijl de termen jullie waarschijnlijk niets zeggen. Ik moet echter zelf helemaal weten hoe ze in elkaar zitten, en welke formules ervoor nodig zijn. Hoe word ik getoetst? Met data die me gegeven wordt, en daar zit mij een beetje een struikelblok. Ik snap ook wel waarom ik geen eigen psychologische onderzoeken mag samenstellen, maar toch, een beetje praktijk was leuk geweest. Dan had ik namelijk een mogelijkheid gehad om de geleerde statistiek toe te passen en zelf erachter te komen of mijn onderzoek zin had of niet.

Maar hé, ik wilde toch weten of er werkelijk zoveel vertraging is op mijn dagelijkse traject of niet? Nou, dan maak ik daar toch gewoon een klein onderzoekje van? Dan toets ik zelf of er echt zoveel vertraging is als dat ik denk.

Aldus geschiedde, en vandaag is dag twee van mijn eigen kleine onderzoekje van start gegaan. Ik zal even toelichten hoe ik het precies aanpak. Maak je niet druk – ik ga niet in op de statistiek.

Elke dag check ik tegenwoordig even op mijn handige reisplanner-app hoe lang de reis normaal gesproken zou duren, zonder enige vertraging. Dat is altijd 49, 50 of 52 minuten. Vervolgens let ik op het moment dat de trein zou horen te vertrekken; er zit een handige stopwatch op mijn telefoon, en die start ik zodra de verwachte minuut van het treinvertrek aanbreekt. Soms komt het voor dat mijn trein eerder is – dan start de stopwatch zodra de trein vertrekt, of dat nou eerder is dan gepland of niet. Dan is mijn reis per slot van rekening begonnen.
Ik moet één keer overstappen, maar die reken ik niet mee. Mijn reis is per slot van rekening nog steeds gaande als ik overstap. Ik schaar beide treinen dus onder één noemer.
Zodra ik uitstap stop ik mijn stopwatch direct. Als ik uit de trein ben gestapt is mijn reis voorbij, dus is de reistijd dan ook klaar. Ik kijk naar de tijd, onthou hem, en vul hem vervolgens in op mijn laptop in een programma dat speciaal voor onderzoeken is bestemd, genaamd SPSS. (Die term is als het goed is al eens eerder langsgekomen) Die tijd is altijd in minuten, ik rond indien nodig af.
Een ander klachtpunt van mij is dat de WiFi in de NS-treinen nooit doet wat ik wil, of er überhaupt niet is. Dus dat meet ik gelijk ook: bij het instappen in de trein maak ik verbinding met de WiFi, als die er is, en ik bezoek een willekeurige website. Doet die site het, dan doet de WiFi het ook, en anders niet.
Beide dingen meet ik op de heen- en terugreis, als oefening. Hoe vaker ik iets meet, hoe betrouwbaarder mijn uiteindelijke resultaat zal zijn.
Ik ben van plan dit een maand vol te houden, dus t/m 31 oktober zal ik vaak gebruik gaan maken van de stopwatch op mijn telefoon. En ik ben ook van plan om de resultaten van mijn allereerste onderzoek met jullie te delen op de blog. Met de statistiek erbij, maar ik ga proberen het zo simpel mogelijk te houden.

Ergens hoop ik dat ik ernaast zit en de NS er prachtig uitkomt, met een heel klein verschil. En aan de andere kant hoop ik dan ook weer dat het een onderzoek wordt waar de NS verschrikkelijk uit komt, zodat ik de volgende keer kan klagen zonder schuldgevoel als er weer sprake is van GROTE vertraging.

Het wordt hoe dan ook spannend om te kijken of het werkt, en ik ben heel nieuwsgierig naar de uitkomst. Jullie ook?

Tot de volgende blog!